Politieonderzoek dierenactivisten liep steeds mis

Politieonderzoek naar radicale dierenactivisten is de laatste twintig jaar vrijwel steeds stukgelopen door onoplettende rechercheurs, onwil van justitie of lekken bij de politie en in het kabinet.

Dit hebben direct betrokkenen tegenover deze krant verklaard. Radicale acties van dierenbeschermers nemen de laatste jaren sterk toe. Het gaat om circa honderd brandstichtingen, dreigementen, radicale protesten en vernielingen per jaar, aldus minister Donner (Justitie) in oktober in de Kamer. Het is justitie sinds de jaren negentig – met uitzondering van één toevalstreffer in 1996 – niet gelukt radicale dierenactivisten veroordeeld te krijgen.

Uit een reconstructie door deze krant van het politieonderzoek vanaf de jaren tachtig blijkt dat de politie enkele malen is gestuit op onwil bij justitie om een onderzoek uit te voeren of door te zetten. Zo is het speciale Escape-team, dat was gericht op radicaal dierenactivisme, begin 2002 na een jaar werken opgeheven, terwijl de politieleiding wilde dat het rechercheonderzoek doorging. Dat hebben drie direct betrokkenen bevestigd.

Volgens korpschef J. Wilzing van Zwolle, bij wiens korps het Escape-team was ondergebracht, bleek het nodig de radicalen over een veel langere periode dan één jaar intensief te volgen. Justitie besloot het team niettemin te ontbinden, omdat er na een jaar geen bewijs tegen specifieke verdachten was. Wilzing geeft geen commentaar.

In hetzelfde onderzoek van het Escape-team zijn al in januari 2002, vijf maanden voor de moord op Fortuyn, twee radicale dierenactivisten afgeluisterd die het doden van de LPF-voorman bespraken. Het afgeluisterde gesprek, waaraan Fortuyns moordenaar Volkert van der G. niet deelnam, is destijds wel administratief verwerkt. Maar de dienstdoende rechercheur gaf de informatie pas na de moord (op 6 mei 2002) door aan de leiding van het onderzoek, toen het team al was opgeheven.

Begin jaren tachtig heeft staatssecretaris J. van der Reijden (Volksgezondheid) het Dierenbevrijdingsfront (DBF) getipt dat er een strafrechtelijk onderzoek tegen het DBF was begonnen, aldus twee grondleggers van het DBF. Van der Reijden zegt dat hij het ,,helemaal niet uitsluit dat ik ze heb laten waarschuwen: er loopt een vervolging, kijk nou even uit''.

Een andere politieactie liep in 1984 spaak omdat de zoon van een politiecommissaris de geplande aanhouding van zestig DBF'ers doorbelde, aldus betrokken DBF'ers.

De vervolging van tientallen dierenactivisten die afgelopen september in Putten nertsen uit een nertsenfarm bevrijdden, mislukte omdat het openbaar ministerie op het cruciale moment geen observatieteam ter beschikking stelde, aldus directeur W. Verhagen van de pelsdierhoudersfederatie NFE. Verhagen zegt dat hij voor de actie contact had met de landelijke recherche. Deze had justitie gevraagd om rechercheurs die de groep zouden volgen, aldus Verhagen, maar op de dag zelf bleken er geen rechercheurs aanwezig, ,,omdat justitie geen toestemming had gegeven''. Donner zei in september in de Kamer dat de observatie misliep omdat de politie een afslag had gemist.

De nationale recherche is intussen een nieuw onderzoek naar radicale dierenactivisten gestart, bevestigt woordvoerder W. de Bruin van het landelijk parket. Het betreft een ,,criminaliteitsbeeldanalyse'', zegt De Bruin, die er verder niet op in wil gaan.

Volgens betrokkenen bij het onderzoek verloopt het echter opnieuw stroperig. Wel zou een zogenoemde `match' van gegevens van de Nederlandse politie met die van politiekorpsen uit andere Europese landen opmerkelijke nieuwe feiten hebben opgeleverd.

DIERENACTIVISME: pagina 3