Niet spuwen

In de nieuwe Amsterdamse tram, de Combino, kunnen de passagiers naar de televisie kijken. Waar heel, heel lang geleden emaille bordjes met het elfde gebod, `Verboden te spuwen' in het glanzend hout waren geschroefd, kun je nu op een beeldscherm het laatste nieuws lezen, over pop- en filmsterren, een grote brand in Olst of Axel en de mededeling dat dit iedere dag door 450.000 passagiers van het GVB wordt gelezen, en dan komt de reclame. Het debat van de week concentreert zich in Nederland om de normen en waarden. Vandaar dat ik dit pregnante voorbeeld noem. Hoe het met de n. & w. gesteld is, ervaar je, blijkbaar ook volgens het bewonderenswaardig rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, niet in de laatste plaats in het openbaar vervoer. `U wilt zitten, ik kan staan'. Non sputare nella carozza. Je vreemde talen kon je in die goeie ouwe tijd en passant ook nog leren. Ne pas se pencher au-dehors.

Het gevaar van zo'n onderwerp is dat iedereen er van tevoren al een onwankelbare mening over heeft zodat discussie verzekerd is en de oplossing niet dichter binnen bereik komt. De grote voorloper van onze minister-president, degene die het vraagstuk het eerst in zijn volle omvang heeft beschreven en bovendien geprobeerd heeft het zijne eraan te doen, de eerste profeet van het `Fatsoen moet je doen' blijft op zo'n manier H.A.A.R. Knap, schrijver van het Amsterdams Dagboek in Het Parool. Systematisch beloonde hij de goede daad met het Iepenloof met de rupsen, en stelde hij in zijn rubriek Foei! de ondeugd aan de kaak. Daarna hebben we de discussie over de verderfelijkheid van de jaren zestig gekregen, toen de roep om meer blauw op straat. Vergeet ook niet het Ethish Reveil van A.A.M. van Agt. En nu dus de last van het gedrag. Heeft het geholpen? Op weg naar mijn werk vanmorgen zag ik mijn vertrouwde tegenligger, een kaalgeschoren man die zijn niet gemuilkorfde, niet aangelijnde pitbull uitliet. Niet iemand die straks gaat lezen wat de WRR over hem te zeggen heeft. Maar daarover zijn we uitgezeurd.

Wat mij in de weergave van het rapport in de kranten opvalt, is dat er niets over de invloed van de economie te berde wordt gebracht. Ook dat, geef ik toe, is een oeverloos aspect maar het hoort erbij, en wel op drie manieren.

Alle deskundigen zijn het erover eens dat sociale controle bij de handhaving van n. & w. een belangrijke functie heeft. Deze controle wordt het doelmatigst uitgevoerd in hechte, duurzame gemeenschappen waarmee degenen die er deel van uitmaken zich als van nature vereenzelvigen. Grote of kleine bedrijven, clubs, partijen, buurten, verenigingen, vakbonden, het hindert niet wat, zolang een zekere trots en solidariteit bewaard blijven. Economische ontwikkelingen, fusies en overnames, reorganisaties, technische vernieuwingen, massa-ontslagen hebben hechte verbanden uit elkaar getrokken. Daardoor is vooral de afgelopen kwart eeuw de continuïteit op talloze manieren abrupt afgebroken, ook in het persoonlijk leven. Tja, de maatschappij is harder geworden, zegt men. Dat is een eufemisme. Genadeloos komt er vaak dichterbij. Daarop volgt verbittering.

In dezelfde periode is het Westen in zijn geheel op allerlei manieren welvarender geworden en het leven hier bovendien aantrekkelijker. Uit de rest van de wereld worden de massa's daardoor aangetrokken. De grote steden kunnen het niet verwerken. De immigranten concentreren zich waar het onderdak het goedkoopst is. Er ontstaan getto's, ook cultureel, waar het westers besef van n. & w. traag of niet doordringt. Dat hebben we al jaren geleden zien aankomen.

Zoals in Rotterdam willen we ons nu noodsprongen veroorloven die met christelijke n. & w. niets te maken hebben. Aan het andere uiterste staat de beloning voor topmanagers die volgens de voorschriften van de commissie-Tabaksblatt enigszins begrensd zou worden. Bepaalde beperkingen zijn inmiddels ongedaan gemaakt. Handhaving van n. & w. is ook verbonden met geloofwaardigheid.

Een curieuze factor is het entertainment. In conservatieve kringen houdt men zich ervan overtuigd dat alle ellende is begonnen in de jaren zestig, toen `de taboes werden doorbroken' en tolerantie de maatschapplijke discipline begon te ondermijnen. Vervolgens heeft juist de industrie van het entertainment hiervan het dankbaarst gebruik gemaakt. Wie zich op de hoogte wil stellen van de platste platheid, wreedheid en vernedering moet bij de media van rechts zijn, en de andere die zich in een apolitieke schijn hullen. Dat zijn ook de media die, geleid door een onweerlegbaar economisch beginsel, zich richten op het laagste niveau van het gemiddelde, en alweer volgens de wet van de concurrentie, voortdurend hun best doen om in de volgende vernieuwing het nog aanvaardbare laagterecord te breken. In werkelijkheid worden de grenzen van de tolerantie onophoudelijk verkend en verlegd door deze sector van het entertainment.

Handhaving van n. & w. is direct verbonden met de toestand waarin een samenleving verkeert. Hoe overzichtelijker en statischer, hoe gemakkelijker, of hoe meer van nature dat gaat. Wij beleven, zeker sinds het einde van de Koude Oorlog, een periode van permanente overgang en fragmentarisering. De oude tijd van samenhangende duurzame gemeenschappen komt nooit meer terug. Dat is de enige zekerheid. Het merkwaardige, het verschil met `vroeger' is dat de politieke filosofie zich ook niet meer verdiept in een utopie of anti-utopie. Een poging tot herstel van n. & w. in de vorm van een vermaning heeft nu evenveel effect als de voorgaande: geen. We hebben alleen de wet. Het enige wat daaraan ontbreekt is de consequente handhaving.

    • H.J.A. Hofland