`Let op, morgen worden jullie opgepakt', zegt een stem

Het lukt de politie al jaren niet de kern van het radicale dierenactivisme aan te pakken. Over onwil, onmacht, stommiteiten en lekken.

Twee verdachte dierenactivisten worden afgeluisterd door de politie. Het is zondag 7 januari 2002, Pim Fortuyn heeft eerder die dag op tv gezegd dat hij tegen een verbod op de nertsenhouderij is. Het kabinet heeft op dat moment zo'n verbod in voorbereiding. De activisten, beiden worden verdacht van brandstichtingen, noemen Fortuyn een ,,mongool'' en ,,vette eikel''.

,,Hij moet echt uuh. Echt dood.''

,,JONGEN!!!!''

,,Oh sorry... Niet over de telefoon.''

Ze herstellen zich rap:

,,Zoiets dat meen je toch niet.''

,,Oh neeee. Monddood.''

,,Monddood maken.''

,,Ja gewoon met plakband op zijn gezicht.''

Bij de politie leidt de `tap', een klein half jaar voor de moord op Fortuyn, niet tot actie. Integendeel – minder dan twee maanden later, 28 februari 2002, wordt het team opgeheven dat dit gesprek afluisterde. Volgens justitie hebben de rechercheurs in het onderzoek (code: Escape) te weinig vorderingen gemaakt om tot vervolging van radicale dierenactivisten te komen. Na de moord op Fortuyn komen de taps even uit het archief, maar als blijkt dat Volkert van der G. niet aan het gesprek deelnam, gaan ze weer terug.

De commissie-Van den Haak, die de beveiliging van Fortuyn onderzoekt, zal ze eind 2002 nog afstoffen. De commissie vermoedt dat het in het afgeluisterde gesprek slechts om ,,een spontane ingeving'' ging, geen plan. Evengoed is de tap het bewijs dat het Escape-team ,,tot de harde kern van dierenactvisten'' was doorgedrongen, aldus Van den Haak. Zelf stelt de politie, in een interne evaluatie in mei 2002, dat de passage waarbij de ene verdachte de andere corrigeert, wijst op ervaring in het Dierenbevrijdingsfront (DBF). ,,Zij weten op eventuele versprekingen alert te reageren.''

Volgens de officiële lezing werd het Escape-team, ondanks de prikkelende tap, ontbonden omdat het team vastliep. Zesduizend telefoongesprekken waren afgeluisterd, honderden observatie-acties uitgevoerd, van 25 brandstichtingen waren bewijsstukken onderzocht, vertelt een rechercheur. Het leverde niet één belastend feit over daders op. Zodoende was het volgens de rechercheur binnen een half jaar helder dat het OM, na de afgesproken termijn van één jaar, het onderzoek zou stoppen. Dus toen januari 2002, na tien maanden onderzoek, in de tapkamer dat ene gesprek binnenkwam was de hoop allang vervlogen: niemand die nog alert was. ,,Zo lullig is het'', zegt de rechercheur.

Jan Wilzing, de korpschef in Zwolle, waar het Escape-team opereerde, wilde het onderzoek destijds toch doorzetten, vertelt een collega. Wilzing wilde het werk verleggen naar pro-actief rechercheren: intensief de dadergroep in kaart brengen en pas ingrijpen als ze tot actie overgaan. In interne gesprekken wees hij erop dat de politie in het Verenigd Koninkrijk – bakermat van het radicaal dierenactivisme – tien jaar nodig had om de radicalen in kaart te brengen.

Maar de wetgeving zat in de weg. Er zijn ruime bevoegdheden voor tappen en observeren, maar de rechtbank eist minimale resultaten. Als de politie na een paar maanden of een half jaar, afhankelijk van het opsporingsmiddel, nog steeds geen redelijk vermoeden van schuld heeft, staat de rechter-commissaris geen verdere inbreuk op de privacy toe. ,,Wilzing heeft gehamerd op ruimere wettelijke mogelijkheden maar die zijn er niet gekomen'', zegt een collega van de korpschef. En zo valt, net als de radicalisering van het dierenactivisme escaleert, voorjaar 2002 het doek over het Escape-team.

Hoe anders verloopt het politieonderzoek in het prille begin. Het DBF claimt vanaf 1979 dierenbevrijdingen en andere milde acties. De dossiers van eerste onderzoeken begin jaren tachtig laten steeds hetzelfde zien: de politie begint te tappen en de belangrijkste DBF'ers komen vlot in beeld. Vanaf 1985 zijn er diverse rechtszaken waarin DBF-grondlegger Henny Velthorst veelal centraal staat. Er vallen vrijwel alleen voorwaardelijke celstraffen.

Maar veel autoriteiten sympathiseren met het DBF. In 1983 heeft het Front het ministerie van Volksgezondheid gedreigd dat rond de kerst het supermarktvlees met rattengif wordt geïnjecteerd. Hierna komt een grootscheeps onderzoek van de grond. Maar bijna meteen krijgt Henny Velthorst een tip: een medewerker van de PTT vertelt dat haar telefoon wordt getapt. De bevestiging van het slechte nieuws komt van staatssecretaris Joop van der Reijden van Volksgezondheid, zegt Velthorst. ,,Via een hoge ambtenaar op WVC (Welzijn Volksgezondheid en Cultuur, red.) liet Van der Reijden ons weten: let op, er wordt op jullie gejaagd.'' Een andere grondlegger van het DBF, die dit verhaal bevestigt, zegt dat hij Van der Reijden hierna op een congres een envelop heeft overhandigd met de select verspreide DBF-krant: signaal dat het bericht was doorgekomen.

Van der Reijden zegt zich het voorval niet te herinneren. ,,Maar ik sluit helemaal niet uit dat ik ze heb laten waarschuwen: er loopt een vervolging, kijk nou even uit.'' Van der Reijden, in zijn ambtsperiode dierenbeschermer van het jaar omdat hij de voorschriften voor dierproeven verscherpte, vertelt dat hij één ambtenaar had die hem op dat punt beïnvloedde: ,,Zijn beleid was mijn beleid.'' Juist die man – destijds bestuurslid van enkele dierenbeschermingsclubs – wordt door de DBF'ers als tussenpersoon genoemd. Van der Reijden: ,,Met die naam wordt hun verhaal alleen maar aannemelijker.''

Van der Reijden is niet de enige autoriteit met een helpende hand. Die steun maakt de DBF'ers onvoorzichtig, vertelt Henny Velthorst. Daardoor achterhaalt de politie dat het DBF rond kerstmis 1984 een actie heeft gepland om bij zestig restaurants met wild op de kaart, een stinkbom van boterzuur naar binnen te werpen. Korpsen in het hele land hebben opdracht deelnemende DBF'ers aan te houden – maar het feest gaat niet door. Twee dagen voor de klap krijgt DBF-prominent Jan van der Lee telefoon van een jongen die zegt de zoon van een Groninger politiecommissaris te zijn. ,,Let op, morgen worden jullie allemaal opgepakt'', zegt de stem. De actie wordt afgeblazen. Twee activisten die Van der Lee niet meer kan verwittigen, worden prompt opgepakt.

Na de ontbinding van het Escape-team krijgen verontruste gedupeerden te horen dat niets verloren is: de gegevens van Escape gaan naar de Unit Terrorisme en Bijzondere Taken (UTBT) van de landelijke recherche. Ook Wilzing, de korpschef onder wie het Escape-team viel, zegt januari dit jaar blij te zijn met de rol van de UTBT. Op de noodzaak van optreden tegen deze groep kan niet voldoende gehamerd worden, vertelt hij in de Zwolse Courant: ,,Ik voorspel dat we dit soort criminaliteit veel meer zullen krijgen.'' Het betekent niet dat de UTBT er druk mee is. Als Elsevier deze zomer het OM vraagt hoeveel politiemensen fulltime met dierenactivisme bezig zijn, is het antwoord: ,,Geen een''.

Het creëert een paranoïde klimaat onder de slachtoffers van het activisme: wil justitie eigenlijk wel? De argwaan verscherpt als afgelopen september in Putten dierenactivisten bij vol daglicht nertsen bevrijden: de politie is afwezig. De Animal Rights Gathering, waaraan de bevrijders meedoen, is maanden tevoren op internet aangekondigd, en mogelijke slachtoffers hebben zich met hulp van private recherche uitvoerig over de gevaren geïnformeerd.

Maar ook de activisten zijn op hun hoede. Ze wijzigen hun verzameladres als het eerste adres in het Agrarisch Dagblad is gepubliceerd. Ook die wordt door de pelsdierhouders achterhaald. Zodra directeur W. Verhagen van de pelsdierhoudersfederatie (NFE) de nieuwe informatie heeft, belt hij de UTBT. ,,Ik heb de UTBT de maandag voor het fatale weekeinde verteld waar de activisten bijeen zouden komen. Er is toen gezegd dat ze observatie zouden vragen'', zegt Verhagen.

Maar het gaat mis. Bij BPRC-directeur Ronald Bontrop wordt zaterdagnacht de deur van zijn huis ingetrapt. Niemand in de buurt. Een dag eerder, vrijdags, is de bevrijding in Putten geweest. Ook niemand in de buurt. Verhagen belt die avond de UTBT. ,,Wat krijgen we nóu?, heb ik geroepen. Men zei dat het OM geen toestemming had gegeven voor de observatie.''

Minister Donner (Justitie) spreekt dit tegen, volgens hem miste het observatieteam alleen een afslag. Feit is dat alle 49 aangehouden activisten door de afwezigheid van de politie straf ontlopen: er is geen bewijs. Verhagen: ,,Van ons geloof in justitie is niet veel over.''

Vierde deel van een serie. Zie www.nrc.nl. Reacties: dierenstrijd@nrc.nl

    • Tom-Jan Meeus