Kenia rouwt om wegblijvende toerist

Kenia is met zijn dieren in het wild en koraalvissen een paradijs voor toeristen. Maar het internationale terrorisme heeft het sprookje wreed verstoord. ,,Het is nog nooit zo slecht geweest.''

Omar Shee strijkt met zijn wijsvinger langs zijn lippen en geeft weer dat alles is verloren. Lamlendig luiert hij in de schaduw in het dorpje Watamu langs de Keniase kust. ,,Alles is tot stilstand gekomen nu de toeristen wegblijven'', moppert hij.

,,Zie je dat busje daar'', gaat hij verder, ,,dat is van mijn broer. Hij verdiende er goed geld mee door werknemers naar de hotels te vervoeren. Hij gaat het verkopen, anders kan hij geen schoolgeld meer betalen voor zijn kinderen.'' Andere bewoners van Watamu vertellen soortgelijke treurverhalen. Hoe ze geen verse groentes en vis meer leveren aan de hotels en hoe hun boten waarmee ze toeristen in de diepzee laten vissen, onbenut op het strand liggen.

De crisis in de toeristensector als gevolg van de strijd tegen het internationale terrorisme heeft grote economische en sociale gevolgen voor de Kenianen. Ongeveer tienduizend werknemers in de hotelindustrie verloren hun banen en naar schatting 400.000 mensen die indirect werkzaam waren voor toeristen zijn eveneens getroffen. Het bruto nationaal product van Kenia is voor 12,5 procent afhankelijk van toerisme. De verwachtte economische groei dit jaar zal naar verwachting tenminste één procent lager uitvallen door de neergang van het toerisme.

Kenia was voor menig toerist jarenlang een paradijs. Met wilde dieren in hun natuurlijke leefomgeving, eindeloze stranden met fluisterende palmbomen, een groenblauwe zee met prachtige koraalriffen waar het uitstekend vissen is, en fascinerende volkstradities. De afgelopen jaren ging het toeristenbezoek ,,op en neer als het slipje van een prostituee'', zoals een manager van een hotel het uitdrukt. Dat was een gevolg van de politieke instabiliteit die werd veroorzaakt door de vorige regering en van de bomaanslagen in 1998 in Nairobi en vorig jaar in Mombasa. Na de aanslag op het Israëlische Paradise hotel bij Mombasa een jaar geleden liep het aantal terug maar herstelde zich snel. De noodsituatie brak pas uit toen in mei de Britse regering in navolging van de Amerikanen een negatief reisadvies voor Kenia uitvaardigde en British Airways zijn vluchten opschortte.

Ron Danbourough leidt de Ocean Bay, een hotel bij Watamu dat dateert uit 1956. Hij hangt aan zijn lege bar. ,,Het gaat verschrikkelijk slecht'', klaagt hij. Hij heeft twee gasten in zijn hotel met dertig kamers. ,,Zo slecht is het nog nooit geweest sinds ik in deze business werk. Ik weet niet hoelang ik me nog een extra pilsje kan permitteren.''

Verderop aan het verlaten strand ligt Hemingways Resort, een vijfsterrenhotel met maar een paar gasten. De manager, Keir Dunne, valt Amerika en Engeland aan. ,,Waarom Kenia op zijn bek slaan met de negatieve reisadviezen in plaats van ons te helpen.'' Hij bracht televisiecamera's in zijn hotel aan, bij de ingang zigzagt de weg zodat zelfmoordenaars in een auto met bommen niet de slagboom kunnen rammen, en iedere wagen wordt vanonder met een spiegel bekeken door speciaal opgeleide bewakers. ,,Wat kan ik meer doen voor de veiligheid?'' vraagt hij zich af, ,,Ik kan toch niet de bagage van mijn klanten gaan onderzoeken? Trouwens, met kerstmis komt er een groepje Amerikaanse diplomaten logeren, voor hen is het kennelijk wél veilig genoeg.''

Vrijwel alle managers van de 58 luxe hotels langs de kust jammeren over ,,een rampzalig jaar'' en spreken hun vrees uit te moeten sluiten. Om dat te voorkomen gaan sommige hotels akkoord met ridicuul lage prijzen. Een Britse reisorganisatie bood zelfs een programmapakket voor Kenia aan (inclusief vliegreis en hotelkosten) voor slechts 99 pond. De bezettingsgraad van de hotels ligt tussen de 15 en 20 procent. De Britse regering maakte voor haar burgers het reisadvies inmiddels minder alarmerend en British Airways vliegt weer. Maar Amerika blijft landgenoten aanraden absoluut niet naar Kenia te reizen omdat het er te gevaarlijk zou zijn. Het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken waarschuwt dat ,,er nog steeds terroristische haarden actief zijn'', maar raadt Nederlanders niet af in Kenia op vakantie te gaan.

Raymond Matiba is hoofd van regeringsorganisatie de Kenyan Tourist Board. Zijn taak is om het Keniase paradijs in het buitenland te slijten. ,,Er bestaat een algemeen gebrek aan vertrouwen in Kenia onder reisbureaus'', beaamt hij. Graag zou hij er, zoals Egypte met succes deed na aanslagen in 1997, miljoenen dollars tegenaan gooien voor een internationale advertentiecampagne, maar daar heeft de regering geen geld voor. De Europese Unie schonk zijn organisatie onlangs zes miljoen euro, geld dat alleen in EU-landen mag worden besteed.

Geheim agenten uit verscheidene Westerse landen zijn sinds kort actief in en rond Mombasa. De Amerikanen vallen op door hun kortgeschoren haar en hun voor de kwellende hitte ongepaste colbertjes. Ook onder de zongenieters op het strand houden zich spionnen op. Verder vergaren ze informatie onder de moslimbewoners, die zich overigens nooit tegen ,,de decadente Westerse toeristen'' hebben gekeerd. Aan de Keniase kust leven gematigde moslims, de bomaanslagen in het land werden niet door hen maar door buitenlanders uitgevoerd.

Volgens Matiba is Kenia zo veilig als mogelijk in de huidige wereld van het terrorisme. ,,Al-Qaeda heeft de manier waarop toerisme in de wereld ingrijpend werkt veranderd. Er komen bedrijven die zich gaan specialiseren om de risicofactor van een land voor toeristen te taxeren. En toeristen kijken tegenwoordig geheid op de website alvorens ze een bestemming boeken''.

    • Koert Lindijer