Jacob Maris' meesterlijke licht

Gewend als de hedendaagse kunstliefhebber is aan natuurimpressies van negentiende-eeuwse schilders, zal hij het moeilijk eens kunnen zijn met de criticus J.A.A. Alberdingk Thijm. Na een bezoek aan een Haagse School-tentoonstelling merkte deze in 1883 op dat de bezoeker, eenmaal de expositie verlaten, blij kan zijn ,,in Gods vrije heldere natuur weer eens fris te kunnen ademhalen'' en zichzelf geluk wenst ,,bij de gedachte aan zelfmoord niet verder stil te staan''. Misschien is in Nederland de natuur niet meer zo vrij en helder als in Thijms dagen. Maar ook toen moet de concurrentie duchtig zijn geweest van de prachtig los geschilderde, sfeervolle landschappen vol meesterlijk getroffen licht- en kleureffecten als die van Jacob Maris. Van diens hand toont het Teylers Museum nu zo'n zestig schilderijen en aquarellen.

Jacob Maris (1837-1899), één van de drie schilderende broers Matthijs, Willem en Jacob Maris, begint zijn loopbaan als leerling in de ateliers van de gevestigde schilders J.A.B. Stroebel en Huib van Hove. Deze leermeesters lieten zich in hun eigen werk sterk inspireren door de gouden tijd van de Hollandse schilderkunst. Hun invloed is in het vroege werk van Maris zichtbaar in bijvoorbeeld een genretafereel met een dienstmeisje op een binnenplaats, dat in stijl een aankleding direct doet denken aan werk van de zeventiende-eeuwse meester Pieter de Hooch. De lessen die Maris volgde aan de Haagse Teekenacademie en later aan de kunstacademie van Antwerpen blijken zich ook te hebben afbetaald in een enkele tekening met een mythologische voorstelling in classicistische stijl. Maar het zijn vooral de solide composities met overtuigende figuren van Italiaanse jongedames in klederdracht en soms nogal zoetelijke jonge meisjes waaruit blijkt dat Maris het métier van kunstschilder tot in de puntjes beheerste.

Tijdens een verblijf in Parijs in 1865-1871 doet zich in Maris' werk de invloed gelden van de landschapschilders uit de School van Barbizon. Maar ook de Hollandse Gouden Eeuw blijft hij trouw. Een wonderschoon schilderijtje toont een veerpont: een platte schuit, parallel aan het beeldvlak, waarin in een verlaten landschap een stel koeien wordt overgezet. De compositie gaat terug op meesters als Jan van Goyen, maar de metaalachtige blauwgrijze kleurstelling is typisch voor Jacob Maris en komt terug in sommige van diens voorstellingen van vissersboten aan het Scheveningse strand. Uit Parijs teruggekeerd richtte Maris zich op landschappen en stadsgezichten, waarin vooral de vrijheden opvallen die de schilder zich veroorloofde. De Afgesneden molen (1872) bijvoorbeeld, doet zijn naam eer aan door zich in ruwe, brede penseelstreken te concentreren op de horizontale vlakverdeling van een vaart, terwijl slechts de onderzijde van een windmolen zichtbaar is. En stadsgezichten blijken soms aan de fantasie ontsproten combinaties van gebouwen uit Amsterdam, Den Haag of Dordrecht, waarin het in de eerste plaats gaat om de effecten van de lichtval door de hoge wolkenlucht.

Merkwaardig genoeg is de waardering voor Jacob Maris in de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw in Nederland geringer geweest dan in het buitenland. Met name Britse en Amerikaanse verzamelaars waren in die tijd grootafnemers van landschappen en stadsgezichten van Maris. Maar Alberdingk Thijm, die in 1883 nog met zelfmoordneigingen kampte bij het zien van, in zijn ogen oppervlakkige, landschappen van de Haagse School, was toen allang niet meer representatief voor de appreciatie in eigen land voor zulke schilderijen. Maar het zou nog tot in de jaren negentig van de negentiende eeuw duren voordat Jacob Maris uitgroeide tot een werkelijk succesvol schilder. Hij stierf in 1899 op het toppunt van zijn roem, en werd geëerd met een tentoonstelling van zijn werk – meteen zijn laatste monografische expositie in ruim een eeuw. De waardering voor de Haagse School kalfde af in de loop van de twintigste eeuw en veel werk van Maris bevond zich in collecties overzee. De presentatie in Teylers biedt de hernieuwde kennismaking waar Maris' werk zo lang op heeft gewacht.

Tentoonstelling: Jacob Maris (1837-1899). T/m 8 febr in Teylers Museum, Haarlem. Cat. €27,50. Inl: 023-5319 010, www.teylersmuseum.nl. De tentoonstelling is van 7 maart t/m 12 mei te zien in Museum Jan Cunen te Oss.

    • Bram de Klerck