Geen schadeclaim beurshuis Leemhuis

Het voormalige Amsterdamse commissionairshuis Leemhuis en Van Loon krijgt geen schadevergoeding wegens onzorgvuldig handelen van het openbaar ministerie (OM) in de Clickfondszaak. Dat blijkt uit een vonnis van de Haagse rechtbank dat vanochtend openbaar is geworden.

`Operatie Clickfonds', oorspronkelijk bekend als `de beursfraudezaak', begon in 1997 en leidde tot de grootste financiële fraude-affaire ooit in Nederland. Justitie vermoedde een aantal zware strafbare feiten in de beurswereld en merkte tientallen verdachten aan. Een aantal van de verdenkingen moest het OM later laten vallen. De rechterlijke afhandeling in hoger beroep van een aantal Clickfondszaken loopt overigens nog steeds.

Een van de grootste processen diende in 2001 voor de speciaal samengestelde `Clickfondskamer' van de Amsterdamse rechtbank. In de zaak tegen Leemhuis en Van Loon en haar directie bleek dat justitie zich schuldig had gemaakt aan ,,een patroon van onzorgvuldig optreden''. Volgens de rechters was er sprake van ,,ernstige inbreuken op de beginselen van behoorlijk procesrecht''. Bovendien kon door het optreden van het OM ,,aanzienlijke schade'' worden aangericht aan de onderneming, aldus het vonnis in juni 2001. Het OM werd niet ontvankelijk verklaard. Leemhuis en Van Loon, dat door de Clickfondszaak ten onder ging, probeerde vervolgens in een civiele procedure een totale schadevergoeding van rond de 13 miljoen euro te vorderen.

De Haagse rechtbank wijst er in het vanochtend gepubliceerde vonnis op dat er in een civiele zaak pas sprake is van onrechtmatig handelen door het OM als de strafvervolging is ingezet in strijd met de wet, of als later blijkt dat de verdenking ten onrechte is geweest. Volgens de rechtbank is dat in deze zaak grotendeels niet het geval, onder meer omdat de rechter-commissaris later heeft verklaard dat hij ,,weloverwogen'' de beslissing heeft genomen om een gerechtelijk vooronderzoek te openen. Verder is de informatieverstrekking door het openbaar ministerie aan de media volgens de rechters niet onrechtmatig geweest. Ook is er niet gebleken dat de officier van justitie misbruik zou hebben gemaakt van zijn bevoegdheden, aldus het vonnis.

De rechtbank onderkent dat het openbaar ministerie in de strafvervolging tegen het effectenhuis ,,niet steeds rechtmachtig'' heeft gehandeld. Met name de opmerking van toenmalig officier van justitie H. de Graaff dat een vermeende frontrunning-zaak ,,rond'' was, terwijl dat niet het geval bleek, wordt als onrechtmatig betiteld. Maar in het totaal beoordeeld, acht de rechtbank dat niet zo zwaar dat er schadevergoeding moet worden toegekend.

De raadsman van Leemhuis en Van Loon, B. le Poole, noemt het vonnis ,,verbazingwekkend'' omdat er volgens hem ,,een grote discrepantie is tussen de weging van de feiten door de verschillende rechters''. Hoewel er volgens Le Poole een verschil is tussen straf- en civiel recht, is het volgens hem ,,opmerkelijk dat er zó een ander oordeel uit komt''. Leemhuis en Van Loon overweegt daarom om hoger beroep aan te tekenen bij het gerechtshof in Den Haag, maar wil eerst het vonnis nader bestuderen.