Vinger

Een sterke allergie steekt bij mij onmiddellijk de kop op als het spraakmakende duo Normen & Waarden van stal wordt gehaald. Iedereen die deze begrippen te vaak in de mond neemt, kan op mijn diepste wantrouwen rekenen, en vooral als hij van christelijke huize is.

Een licht traumatische ervaring ligt hieraan ten grondslag, dat zal ik niet ontkennen. Een van mijn eerste hoofdredacteuren was een diep gelovig mens, een steile katholiek, die over weinig anders dan zijn normen en waarden sprak en schreef.

De jaren zestig waren in opmars. Het haar groeide, de rokjes werden korter, de muziek klonk harder en op de televisie voltrok zich het ene na het andere onzedige, satirische programma.

Mijn hoofdredacteur raakte in alle staten. Zijn wereld stortte in elkaar. Hij dacht dat hij nog de macht van het woord had, maar niemand luisterde meer naar hem. We gingen onze ondergang tegemoet, vond hij.

Elke avond kwam hij de redactie opgeschoven met zijn getikte commentaar in de aanslag. Wij wisten al waarover het ging: de normen en waarden die voor eeuwig dreigden te worden uitgehold.

Wij werden steeds nieuwsgieriger naar onze hoofdredacteur. Hoe was hij zelf omgesprongen met die normen en waarden? We namen wat steekproefjes en kwamen niet onder de indruk. Hij bleek het nogal op een akkoordje te gooien met de plaatselijke politici van de heersende, katholieke klasse. Hij had de hele oorlog doorgeschreven in een foute krant, waar zijn stukjes naast de redevoeringen van Hitler prijkten.

Na deze ervaring heb ik besloten me nooit meer iets aan te trekken van mensen die voortdurend hun wijsvinger heffen. Of het nu Van Agt was met zijn ethisch reveil, de paus en Simonis met hun pleidooien voor kuisheid of Balkenende met zijn nieuwe versie van normen en waarden. Ik geloof niet in hun moraal, die maar al te vaak een dubbele blijkt te zijn.

Hoogleraar Kees Schuyt, voorzitter van de projectgroep van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid die het recente rapport over normen en waarden opstelde, voelt niets voor het opdringen van een moraal door de overheid. ,,Anders glijden we af in totalitaire richting'', waarschuwt hij vanmorgen in de Volkskrant. ,,Maar bij christelijke politici zit het een beetje ingebakken: die willen én moraal overbrengen én staatsman zijn.''

Schuyt wijst fijntjes op de hypocrisie waartoe dat kan leiden: ,,John Major hield anderen een spiegel voor, maar bleek zelf een buitenechtelijke verhouding te hebben.''

Laten we ons gelukkig prijzen dat Schuyt voorzitter was van die projectgroep en niet Piet Hein Donner.

Als we de wijsvinger niet willen, moeten we dan wél genoegen nemen met de opgestoken middelvinger? Dat is de tegenwerping die Schuyt nog vaak te horen zal krijgen. Herman Heinsbroek en Wim van de Camp (CDA) begonnen er gisteravond al over in een discussie met hem in Nova.

Schuyt lijkt me even afkerig van die middelvinger als zij. Maar hij wil hem terugbuigen, niet afhakken.

    • Frits Abrahams