Van rebel tot soldaat in leger van Congo

Zeker honderd oud-rebellen en voormalige regeringssoldaten in de Oost-Congolese stad Kisangani stroopten gisteren de mouwbanden af waaraan te zien was tot welke organisatie ze behoorden. Met dat symbolisch gebaar lieten ze zien dat de training voor een nieuw nationaal leger was begonnen. Het nieuwe leger zal worden geformeerd uit oud-strijders van het regeringsleger en van de twee rebellenorganisaties, de RCD die door Rwanda werd gesteund en de MLC die hulp kreeg van Oeganda.

Belgische militairen beginnen de eerste week van januari met de training van Congolese instructeurs die de brigade in Kisangani moeten opleiden. Ze krijgen daarbij logistieke en andere steun van de Verenigde Staten, Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Zuid-Afrika en Canada.

De brigade, die uit 3.700 man zal bestaan, zal na de training worden gestationeerd in de regio Ituri waar ondanks een vredesakkoord nog steeds wordt gevochten. De brigade moet daar een eind maken aan de strijd tussen milities van de Hema- en de Lendu-stam. Volgende de VN-vredesmissie in Congo kan dat pas over een half jaar gebeuren. De Congolese minister van Defensie Jean-Pierre Ondekane beloofde gisteren in Kisangani dat de brigade al over drie maanden naar Ituri gaat.

De Congolese regering ziet de brigade in Kisangani als een proefproject. Als de test slaagt, zullen in het oosten van het land meer brigades worden opgezet. Deze eenheden kunnen dan worden ingezet in de provincies Noord- en Zuid-Kivu waar nog naar schatting 15.000 Rwandese Hutu-strijders actief zouden zijn.

De vorming van een nieuw nationaal leger maakt onderdeel uit van een vredesakkoord dat een eind moet maken aan vijf jaar oorlog die naar schatting aan drie miljoen mensen het leven hebben gekost.

In het kader van dat akkoord is deze zomer een regering van nationale eenheid gevormd. Een aantal rebellencommandanten heeft niet ingestemd met de opzet van het nationale leger.