Terreinwinst voor euro

Valutakoersen worden vaak gezien als een teken van economische viriliteit.

In de merkwaardige rangorde van het financiële machismo is de status van reservevaluta het hoogst haalbare. Die eer is het grootste deel van de afgelopen eeuw voorbehouden geweest aan de dollar, dankzij het gebruik dat de wereld van die munt heeft gemaakt als rekeneenheid en vehikel voor waardeopslag. Maar nu wordt de dollar van zijn voetstuk gestoten – niet alleen door speculanten, maar ook door centrale banken. Zij verkopen geleidelijk aan een deel van de dollars in hun kluizen.

Exacte gegevens zijn schaars, maar anekdotisch bewijsmateriaal is er te over. Begin vorige week rapporteerde zowel de Europese Centrale Bank als de Europese Investeringsbank dat Aziatische centrale banken hun aankopen van in euro's gedenomineerde obligaties hadden opgevoerd. En afgelopen vrijdag gaf de centrale bank van Korea dat ook toe.

Dit zijn geen redenen voor een vlucht uit de dollar. De verschuiving van dollar naar euro maakt deel uit van een langverwacht structureel veranderingsproces. De recente uitspraken van centrale bankiers duiden er slechts op dat dat proces nog niet is voltooid. In 1999 nam de euro bijvoorbeeld 13 procent van de wereldwijde valutareserves voor zijn rekening. Eind 2002 was dat percentage gestegen naar bijna 19 procent.

De stijging is voor een deel het gevolg van het toegenomen gebruik van de euro binnen de eurozone en aangrenzende landen. Maar het komt ook doordat de euro voor verder weg gelegen landen, met name in Azië, een handiger vehikel voor het opslaan van waarde is dan de vroegere Europese valuta's. Net zoals individuen bij terugkomst van vakantie liever een pak eurobiljetten in handen hebben dan een allegaartje van francs, peseta's en marken, geven centrale banken er de voorkeur aan één enkele eenheidsmunt te bezitten.

Wat het juiste niveau van de euroreserves van de centrale banken zou moeten zijn, is moeilijk te zeggen. Maar zij lijken hoe dan ook te veel dollars te bezitten. De dollar neemt nu zo'n 65 procent van het totaal aan buitenlandse valutareserves voor zijn rekening, tegen een langetermijngemiddelde van 59 procent. Alles bij elkaar zijn er dus nóg twee redenen waarom de dollar misschien zal blijven verzwakken.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.