Taxitarieven

In haar bijdrage aan de opiniepagina van 25 november betoogt de minister van Verkeer, Karla Peijs, dat taxicentrales, net als Albert Heijn en Lidl, een prijzenslag moeten voeren. Uit onderzoek blijkt dat de onvoorspelbaarheid van tarieven één van de grootste ergernissen is van klanten.

De Rotterdamse Taxicentrale (RTC), onderkent de ergernissen. Zij wenst haar goede naam te behouden in een tijd dat de markt wordt overspoeld met `vrije rijders'. Daartoe wil zij transparante en lage tarieven. Lage tarieven kan RTC alleen waarborgen door bij haar aangesloten taxi-ondernemers tot een laag tarief te verplichten.

De NMa heeft echter vaste tarieven verboden en staat op het punt om ook maximum tarieven te verbieden. Daarmee wordt miskend dat afspraken over (maximum) prijzen gunstig kunnen zijn voor klanten. Evenmin heeft de NMa oog voor het feit dat voor belwerk concurrentie alleen kan plaatsvinden tussen taxicentrales en niet binnen taxicentrales. Het gevolg van het optreden van de NMa zal zijn dat klanten die een centrale bellen het tarief van de opgeroepen taxi-ondernemer voor lief moeten nemen, ook als dit hoger is dan het door de taxicentrale gewenste tarief.

Als de NMa in haar standpunt volhardt, kan een prijzenslag alleen gevoerd worden als door het kabinet een vrijstelling wordt verleend voor vaste of maximumtarieven. Zo'n maatregel is eerder getroffen om aan supermarkten prijzenslagen toe te staan. Als de minister niet alleen supermarkten maar ook taxicentrales een prijzenslag wil laten voeren, moet ook voor taxicentrales een dergelijke maatregel getroffen worden.

    • Directeur Rtc
    • I. de Winter