Steun Nederlandse bevolking voor EU is gedaald

De steun van Nederlanders voor de Europese integratie loopt terug, blijkt uit de zogeheten Eurobarometer. Uit niet eerder openbaar gemaakt onderzoek, dat eerder dit jaar werd gehouden in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken, blijkt ook dat de steun van Nederlanders voor Europa grenzen kent. `Nederland moet wel gewoon Nederland blijven'.

Het is een goede zaak dat Nederland lid is van de Europese Unie, maar Nederlanders hebben niet al te hoge verwachtingen van het lidmaatschap. Dat bleek in april dit jaar uit een enquête onder 1.015 Nederlanders gehouden in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken door Anker Solutions. De enquête werd gehouden met het oog op de uitbreiding van de Europese Unie met tien lidstaten en het Nederlandse voorzitterschap volgend jaar. De uitkomsten zijn met een beroep op de Wet Openbaarheid van Bestuur door NRC Handelsblad opgevraagd.

Bijna 90 procent van de ondervraagden vond het een `goede' of een `zeer goede' zaak dat Nederland EU-lid is. Het is goed voor de welvaart (zei 75 procent), en onze toekomst ligt in Europa (vond 76 procent). Dankzij `Brussel' krijgt Nederland toegang tot nieuwe markten (zei 81 procent), en beschikt het over een enorme afzetmarkt voor zijn producten (dacht 73; 67 procent sprak zelfs van een `gegarandeerde afzetmarkt').

Maar de liefde van de Nederlander voor Europa was, en is waarschijnlijk nog steeds, de liefde van een marktkoopman. Aan Europa kunnen we verdienen, maar een warm hart dragen we haar niet toe. Daar is de EU te abstract voor. Europa is `ver weg' (vond 58 procent), `ondoorzichtig' (61 procent), `bureaucratisch' (64 procent) en `te groot en te log' (55 procent). Het is iets waar `gewone Nederlanders nauwelijks invloed' op hebben (64 procent).Het zijn vage noties die wellicht mede te maken hebben met de matige geïnformeerdheid van de Nederlander over Europese onderwerpen. Slechts 1 procent gaf aan `zeer goed' geïnformeerd te zijn over zaken die in de EU spelen, en 35 procent oordeelde 'goed' op de hoogte te zijn.

Wanneer het Nederland betreft, zegt 9 procent `zeer goed' en 63 procent `goed' te weten wat er speelt.

Het verband tussen kennis en betrokkenheid is groot. Slechts eenderde voelt zich (zeer) betrokken bij zaken die in de EU spelen, tegen 88 procent wanneer het zaken in Nederland zijn. Het zijn vooral de hoger opgeleide, oudere mannen die positief zijn. Vrouwen, jongeren en lager opgeleiden hebben minder met `Brussel'. De Nederlandse regering moet er daarom voor `zorgen dat gewone burgers beter worden geïnformeerd over wat er zich allemaal in Europa afspeelt', opdat de betrokkenheid groeit. Het is een van de taken die de regering op zich moet nemen tijdens het voorzitterschap van de Europese raad van ministers, vinden de ondervraagden. Nederland is voorzitter van juli tot en met december 2004.

In het algemeen moet Nederland goed op zijn zaak letten, en ervoor waken dat Europa te machtig wordt, vinden de ondervraagden. Want de angst voor een te sterk `Brussel' is groot. `Nederland moet erop toezien dat zij (sic) zich ook in de toekomst als individueel land kan blijven herkennen in de Europese Unie', luidde een van de stellingen die aan de respondenten werden voorgelegd, en 91 procent is ervan overtuigd dat dat inderdaad moet. `Nederland moet erop toezien dat zij zich ook in de toekomst als individueel land kan blijven herkennen in de Europese Unie', vindt 85 procent. Nederland moet wel gewoon Nederland blijven, ook na de uitbreiding tot 25 lidstaten, vindt 86 procent. Want Nederland is klein, en kan snel vermorzeld worden tussen de wensen van de grote lidstaten vinden de respondenten. Niet dat de Nederlanders veel tegen de uitbreiding van de unie hebben: 54 procent vindt het een goede zaak dat er tien landen bijkomen, en 53 procent zegt vóór de uitbreiding te stemmen als er een referendum zou worden gehouden.

Zelfs tegen een EU-lidmaatschap van Turkije, een heet hangijzer in de Europese politiek, bestaat weinig weerzin. Maar de eenwording mag niet te dichtbij komen en moet liefst zo praktisch mogelijk zijn, gericht op het economisch verkeer en bestridjing van criminaliteit. Cultuur is geen zaak van Europa, vinden de ondervraagden.

Een eenwording die cultureel is, met bijvoorbeeld één taal voor alle Europeanen en gebruiken en gewoonten die uniform zijn, wordt door vrijwel de gehele bevolking breed afgewezen. Integendeel: het eenwordingsbeleid moet er op gericht zijn de culturele diversiteit van het continent te behouden. En subsidiariteit (datgene doen op het niveau van de lidstaat dat niet per se door Brussel hoeft te worden gedaan) staat bij de Nederlandse bevolking hoog in het vaandel: wanneer een land zijn problemen zelf kan oplossen, moet het dat ook vooral doen. Pas wanneer de EU echt iets kan bijdragen, moet zij in actie komen.

    • Arlen Poort