Stad in balans?

In de discussie naar aanleiding van het Rotterdams collegeplan `Op weg naar een stad in balans' wordt de inkomenseis van minimaal 120 procent van het minimumloon vooral bekritiseerd als zijnde discriminatie. Daarnaast is er nog een economische grond voor kritiek. Strikte toepassing van deze eis schept het risico dat mensen die een stad als Rotterdam wél aan zich zou moeten (willen) binden, ook buiten de deur worden gehouden.

Volgens onderzoek in Amerikaanse steden door de econoom Richard Florida (`The Rise of the Creative Class') zijn uiteindelijk niet infrastructuur, technologie, of kennis de belangrijkste motoren voor succesvolle economische ontwikkeling, maar menselijke creativiteit; het vermogen om nieuwe ideeën te genereren en toe te passen. Steden die populair zijn als woonplaats voor de zogenaamde creatieve klasse lijken het meest succesvol in het ontwikkelen van economische sleutelsectoren als financiële dienstverlening, cultural industries, nieuwe media, toerisme en vrijetijdsbesteding. De eis van een gegarandeerd maandinkomen, en de daarmee samenhangende reguliere baan, om zich te mogen vestigen, schaadt de populariteit van Rotterdam onder creatieve geesten. De stad biedt met die eis nog nauwelijks ruimte aan talent dat wil experimenteren met kunst en muziek, met software en nieuwe media, of met innovatieve vormen van ondernemen, en loopt het risico een belangrijk economisch toekomstperspectief om zeep te helpen.

    • Arie Romein