Opgeschrikt door creatieve onrust

De Zwitserse Volkspartij is sinds kort de grootste van het land en neemt niet langer genoegen met een ondergeschikte rol in de ministerraad.

De universiteiten in Zürich en Basel zijn er klaar voor. In diverse aula's zijn grote beeldschermen opgesteld. Dat gebeurt wel vaker, bijvoorbeeld bij belangrijke skiwedstrijden, maar nooit eerder ter gelegenheid van verkiezingen van de Bondsraad, de Zwitserse zevenhoofdige regering. Ook luchtvaartmaatschappij Swiss heeft maatregelen genomen. Morgen zullen geregeld telexen worden geseind naar de piloten, zodat die hun passagiers van de laatste ontwikkelingen op de hoogte kunnen houden. Lessen op middelbare scholen worden opgeschort om leerlingen de kans te geven de stemming in het parlement te volgen.

Ruim veertig jaar muntten Bondsraadsverkiezingen uit door saaiheid en voorspelbaarheid. De zetelverdeling in de Raad, niet veel meer dan een dagelijks bestuur van het land, lag vast en wie zich opnieuw beschikbaar stelde werd bijna automatisch herkozen. Voor vacante plaatsen leverde de desbetreffende partij de kandidaten en zelden week het parlement van die voordracht af.

Maar niets is meer zeker na de parlementsverkiezingen van 19 oktober. De `magische formule' die sinds 1959 de samenstelling van de Bondsraad bepaalt lijkt uitgewerkt. De rechts-populistische Zwitserse Volkspartij (SVP) werd bij de verkiezingen de grootste, ten koste van de twee centrum-rechtse partijen, en neemt niet langer genoegen met een ondergeschikte rol in de Bondsraad. Tot nu toe is de SVP de enige partij met één minister, de andere drie groten hebben ieder twee ministers.

Al meteen na de parlementsverkiezingen liet de SVP er geen misverstand over bestaan: de christen-democraten moeten, als kleinste van de grote vier, één zetel inleveren. En voor die extra zetel heeft de SVP maar één kandidaat: partijleider, schatrijke zakenman en demagoog Christoph Blocher. Als aan deze wensen niet tegemoet wordt gekomen, stapt de partij uit de Bondsraad en zal zijn heil zoeken in de oppositie. Dreigen met oppositie is ongepast in het Zwisterse bestel, waar het volk – dat zich over alle belangrijke besluiten per referendum dient uit te spreken en ook zelf wetgeving kan voorstellen – de werkelijke oppositie vormt.

Vooral het ultimatieve karakter van dit dreigement is de sociaal-democraten in het verkeerde keelgat geschoten. Zij vinden de eis van de SVP voor een tweede zetel gerechtvaardigd, maar willen dat de partij zoals gebruikelijk ten minste twee kandidaten stelt, zodat er voor de parlementariërs ook echt iets te kiezen valt.

Maar Blocher is niet gek, met een tweede kandidaat geeft hij het parlement een excuus om hem te passeren. Veel parlementariërs achten Blocher ongeschikt voor een naar consensus strevende afspiegelingsregering. ,,Ik geloof in collegialiteit'', zei Blocher onlangs, in een poging met een charmeoffensief de harten van parlementariërs te winnen. Hij zal zorgen voor ,,creatieve onrust'', maar met zijn collega's vriendelijk omgaan. Ook al noemde hij hen in de afgelopen jaren herhaaldelijk incompetent. Ach, voegde hij er geruststellend aan toe, ,,ik heb mijn hele leven gewerkt met mensen die ik incompetent vind, daar ben ik aan gewend''.

De strijd wordt in het politieke midden uitgevochten. Als kleinste partij met een al jaren slinkende aanhang heeft de christen-democratische CVP de zwakste papieren. Maar hun Bondsraadsleden, Ruth Metzler en Joseph Deiss, zijn relatief jong, ambitieus en niet van plan vrijwillig hun zetel beschikbaar te stellen. De FDP, de andere centrumpartij, is groter dan de CVP maar verliest ook aanhang en uitgerekend deze keer is een van haar Bondsraadsleden niet herkiesbaar. Geef die vrijkomende zetel aan de SVP, is de suggestie van de christen-democraten, en alle problemen zijn opgelost. En trouwens, met Blocher in de Bondsraad hoeft de SVP geen tweede zetel, meent een christen-democraat, want hij ,,maakt lawaai voor twee''.

De Neue Zürcher Zeitung vergeleek de aanloop naar de verkiezingen dit weekeinde met een spelletje Mikado. Geen van de spelers durft één van de stokjes aan te raken, want dan stort het hele bouwwerk in en verliest degene die het eerste stokje heeft bewogen. Complicerende factor is dat over de zetels wordt gestemd op basis van anciënniteit. De eerste twee kandidaten, sociaal-democraat Moritz Leuenberger en FDP-er Pascal Couchepin lijken daarmee vrij zeker van herverkiezing. Maar dan wordt het spannend, want dan zijn de twee christen-democraten aan de beurt: eerst Ruth Metzler, die op 11 maart 1999 om tien uur 's ochtends werd gekozen, en daarna Joseph Deiss die officieel twee uur later tot de Bondsraad toetrad. Wordt Metzler herkozen? Of opent de SVP de aanval op haar zetel? Wat gebeurt er daarna met Deiss? Als ze beiden worden herkozen, hoe gaat het dan met kandidaat vijf, Samuel Schmid (van de SVP, maar door de partijtop en in ieder geval door Blocher beschouwd als een buitenbeentje)? En met kandidaat zes, sociaal-democraat Micheline Calmy-Rey? SVP-partijvoorzitter Ueli Maurer zei dit weekeinde in de Sonntags-Zeitung nog dreigend dat een aanval op Calmy-Rey's zetel vrijwel zeker door de SVP gewonnen zou worden. Kan de volkspartij zo de sociaal-democraten in de oppositie dwingen?

Pas als zevende komt de vacante FDP-zetel aan de orde. Zal Blocher als zevende kandidaat gekozen worden, of een andere SVP-er, of toch een kandidaat van de FDP? In beide gevallen rest de SVP alleen de oppositie. Maar wat moet het land met een politieke oppositie? Blocher heeft vaak het verwijt gekregen een extreem-rechtse nationalist te zijn. Hij ontkent dat stellig. ,,Wij zijn geen nationalisten, want die vinden zichzelf veel te belangrijk en denken dat ze beter zijn dan anderen'' zei hij onlangs. ,,Wij vinden dat Zwitserland alleen een speciaal geval dat bescherming en zorg behoeft.''

Zeker is, dat met een einde aan de `magische formule' en een serieuze oppositie het karakter van het Zwitserse staatsbestel wordt aangetast. Het kan de politiek spannender en de politici minder bescheiden maken. En daarmee Zwitserland een stukje gewoner. En dat is wel het laatste wat Blocher en de zijnen willen.