Nieuw licht op Deventer moord

De Deventer moordzaak kreeg gisteren een verrassende wending. Het vermeende moordwapen vervalt als bewijs, maar er zijn nieuwe DNA-sporen.

De Deventer moordzaak is gisteren, op de eerste zittingsdag van het heropende proces, opnieuw aangehouden door het hof in Den Bosch. De zaak nam gisteren een verrassende wending, doordat onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) op de blouse van de vermoorde 60-jarige weduwe J. Wittenberg sporen hebben aangetroffen die overeenkomen met het DNA-profiel van de 49-jarige verdachte Ernest Louwes. Het NFI zal opnieuw onderzoek doen naar de herkomst van het DNA-materiaal op de blouse en nog meer vlekken onderzoeken op DNA.

Meteen na de toelichting van twee experts van het NFI vroeg advocaat-generaal A. Brughuis om een bevel tot gevangenneming van Louwes. Het DNA-profiel van Louwes op de blouse zei volgens haar genoeg. Het hof wees het verzoek van het OM echter af.

De verdachte is in 2000 door het hof in Arnhem tot twaalf jaar cel veroordeeld voor de moord op de 60-jarige J. Wittenberg, die op donderdag 23 september 1999 doodgestoken werd in haar woning in Deventer. De Hoge Raad verwees de zaak in juli terug naar het hof, omdat het NFI met nieuwe technieken twee DNA-profielen op het mes had gevonden die niet van het slachtoffer zijn en, bleek gisteren, ook niet van Louwes.

Het mes, dat lange tijd als vermeend moordwapen centraal stond in het proces, werd gisteren tot verrassing van de verdediging door het openbaar ministerie van tafel geveegd als bewijsmateriaal. Met de vondst van het DNA van de verdachte op de blouse is het mes niet langer nodig. Louwes' advcoaat G.J. Knoops had al betoogd dat het mes nooit het moordwapen kon zijn. Het mes heeft een lemmet van 18,5 centimeter terwijl een deskundige gisteren verklaarde dat de diepste steekwond rond de twaalf centimeter is.

Een hele rits experts passeerde gisteren opnieuw de revue. Urenlang discussieerden deskundigen op het gebied van telecommunicatie over de mogelijkheid dat een telefoontje uit de buurt van 't Harde via een telefoonpaal in Deventer loopt. Louwes pleegde vlak voordat de vrouw volgens de politie vermoord werd, een kort telefoontje met haar. De verdachte zegt dat hij toen niet in de buurt van Deventer was, maar zijn gesprek liep wel via een mast in Deventer. Enkele deskundigen stellen dat dit mogelijk was door bijzondere atmosferische omstandigheden en het drukke telefoonverkeer op die dag. Een andere deskundige achtte dit hoogst onwaarschijnlijk.

Advocaat Knoops wil op 26 en 27 januari, als de zaak wordt hervat, de chef van het rechercheteam ondervragen over verklaringen van vier getuigen die beweren het slachtoffer op vrijdag nog gezien te hebben. Knoops wil weten waarom deze processen-verbaal van de politie IJsselland nooit in het strafdossier zijn opgenomen. Op verzoek van de verdediging zijn ze onlangs aan het dossier toegevoegd.