Met vreugde kondig ik U hierbij aan...

Hoe heeft het Koninkijk Huis in het verleden de geboorte van een prins of prinses aangekondigd? En wat valt daaruit op te maken?

Voor het antwoord op die vragen moet je in de oude leggers van de Nederlandsche Staatscourant zijn, want in die officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden zijn sinds 1814 alle koninklijke geboortes aangekondigd, vanaf het midden van de 19de eeuw in speciale edities.

Als we de troonopvolgers volgen, dan begint een en ander op 21 februari 1817, twee dagen nadat Anna Paulowna in Brussel was bevallen van de prins die ruim dertig jaar later als Willem III de troon zou bestijgen. In een `Bulletin van de gezondheid van H.K.H. de Prinses van Oranje', heet het: ,,Hare Koninklijke Hoogheid Mevrouw de Prinses van Oranje heeft eenen goeden nacht doorgebragt, gerust geslapen en bevindt zich, heden morgen, bij uitstek wel, gelijk ook het vorstelijk kind.'' In een tweede bulletin, afgedrukt in dezelfde krant, wordt toegevoegd dat de Prinses geen koorts heeft gehad, en over baby Willem lezen we: ,,Z.K.H. de jonge Prins is med. zeer welvarende.''

Ruim zestig later, bij de geboorte van Wilhelmina, is de toon veel plechtiger. Over de bevalling van Emma van Waldeck-Pyrmont meldt een `buitengewone editie' van de Staatscourant op 31 augustus 1880: ,,Hare Majesteit de Koningin is heden avond ten zes ure door Gods goedheid bevallen van eene Prinses. Omtrent deze heugelijke gebeurtenis is door de geneesheren uitgegeven het navolgende bulletin: Na een regelmatig verlopen zwangerschap vertoonden zich gister avond teekenen der naderende bevalling van Hare Majesteit de Koningin. Heden namiddag ten zes ure verloste Hare Majesteit natuurlijk van eene welgeschapen Dochter. Ten zeven ure bevonden zich Hare Majesteit en de jonggeboren Prinses naar omstandigheden redelijk wel.''

De geboorteaankondiging van Juliana, op 30 april 1909, is bondiger. ,,Hare Majesteit de Koningin'' zo staat in grote letters in een aankondiging die de hele voorpagina van de Staatscourant in beslag neemt, ,,is heden morgen door Gods goedheid voorspoedig bevallen van eene Prinses. Omtrent deze heugelijke gebeurtenis is door de geneesheren uitgegeven het navolgende bulletin: Hare Majesteit de Koningin, die heden morgen om 6 uur 50 minuten van eene dochter beviel, is naar omstandigheden zeer goed. Ook de jonggeboren Prinses is welvarend.''

In de negen daaropvolgende dagen wordt het volk nauwkeurig van de gezondheidstoestand van moeder en kind op de hoogte gehouden door middel van medische bulletins.

De geboorteaankondiging van Beatrix, op 31 januari 1938, is qua vormgeving de mooiste van allemaal – ook in vergelijking met latere aankondigingen. Bestonden de eerdere aankondigingen alleen uit tekst, de geboorteannonce van Beatrix is voorzien van fraaie sierranden en van een pentekening van een heraut in Middeleeuwse kledij die met een schild tussen de benen op een hoorn staat te blazen. De tekst zegt twee keer hetzelfde: ,,Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana der Nederlanden'', zo staat er, ,,is hedenmorgen door Gods goedheid bevallen van eene dochter. Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana heeft heden, den 31sten januari 1938, des voormiddags te 9 uur 47 minuten het leven geschonken aan eene flinke dochter. De toestand van moeder en kind is op het oogenblik zeer bevredigend.''

Een opmerkelijke vernieuwing in de koninklijke geboorteaankondigingen doet zich voor in 1967, bij de geboorte van Willem-Alexander. Niet alleen zijn `Gods goedheid' en `Hare Koninklijke Hoogheid' van het toneel verdwenen, maar opeens krijgt degene die de aankondiging doet een gezicht, en wel dat van Juliana. ,,Mijn dochter Beatrix'', zo meldt de vorstin op 27 april 1967 in koeienletters op de voorpagina van de Staatscourant, ,,heeft hedenavond het leven geschonken aan een zoon. Ik kondig dat hierbij aan mede namens de ouders van de jonggeborene, wier grote dankbaarheid en vreugde wij delen. Juliana.''

Er volgde een stijver getoonzette mededeling van de Rijksvoorlichtingsdienst: ,,Heden, op 27 april 1967, heeft H.K.M. Prinses Beatrix in het Academisch Ziekenhuis te Utrecht het leven geschonken aan een flinke, welgeschapen zoon. De bevalling, die langs operatieve weg heeft plaatsgevonden, is geheel naar wens verlopen. De toestand van moeder en kind is bevredigend.''

De Staatscourant berichtte ditmaal veel uitvoeriger en veel persoonlijker over de geboorte. Voor het eerst werd een foto van de boreling afgebeeld (onderschrift: ,,Opname van Z.K.H. Prins Claus der Nederlanden'') en er werden toespraken afgedrukt, onder andere van prins Claus zelf, die begint met de woorden: ,,Op een dag als vandaag is de vader eigenlijk een heel onbelangrijke figuur. En dit is precies, zoals ik mij nu voel.'' En over de kersverse baby zei Claus: ,,Onze zoon – dat mag ik als trotse vader dit keer wel zeggen – is een prachtige baby. Hij werd geboren om drie minuten voor acht. Hij woog bijna acht pond en is vijftig centimeter lang. Vanaf het eerste moment heeft hij zeer krachtig van zijn aanwezigheid blijk gegeven.''

Opmerkelijk is overigens de voorzichtigheid die premier Piet de Jong in zíjn toespraak aan de dag legde. ,,Staten Generaal en Regering'', zei De Jong in de Tweede Kamer, ,,staan hier aan de wieg van een prins, wiens grondwettelijk erfopvolgingsrecht hem, zo hij gespaard mag blijven, een bijzondere plaats geeft.''

Zo hij gespaard mag blijven – De Jong herhaalde dat niet bij de geboorte van Johan Friso in 1968, wiens komst overigens door Juliana op precies dezelfde manier werd aangekondigd (net als de geboorte van Constantijn). De Jong was blij dat ,,de smalle basis van de erfopvolging in het Huis van Oranje'' door Friso breder was geworden. Hij merkte ook op dat er iets was veranderd in de maatschappelijke positie van het koningshuis: ,,Door een intensieve communicatie en een grotere openheid komen het leven van ons vorstenhuis en dat van de burger dichter tot elkaar te staan.''

Dat is ook de voornaamste conclusie die we uit de opeenvolgende geboorteaankondigingen kunnen trekken: zij bevestigen wat we ook uit andere bronnen weten, dat het Koningshuis in de loop van de 20ste eeuw steeds meer van zichzelf heeft laten zien en dat het is meegegroeid met de algemene maatschappelijke ontwikkelingen. Dat bleek ook uit hoe Beatrix gisteren de geboorte van Catharina-Amalia in de Staatcourant aankondigde. Zij schreef: ,,Met vreugde kondig ik U hierbij aan dat mijn zoon Willem-Alexander en mijn schoondochter Máxima gistermiddag de ouders zijn geworden van een dochter. Ik deel in hun grote geluk en dankbaarheid.''

Al bij de bekendmaking van Máxima's zwangerschap zei Willem-Alexander: ,,Wij zijn zwanger.'' En nu is niet alleen een prinses bevallen van een kind, zoals in de voorgaande geboorteaankondigingen, maar de ouders hebben een kind gekregen. Zo zeggen en beleven we dat in deze tijd.

    • Ewoud Sanders