Houd gelijkheid in ere

Bij zijn zoektocht naar een goede politiek en een goede samenleving beschikt de mens maar over weinig wegwijzers van blijvende betekenis. Tot deze wegwijzers behoren de beginselen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Maar nu is Nederland in een situatie beland waarin politieke leiders deze fundamentele waarden weinig serieus lijken te nemen. Roel in 't Veld gaat met de waan van de dag mee, wanneer hij schrijft: ,,Het traditionele gelijkheidsdenken is daarom binnen de grenzen van onze nationale samenleving [...] uit de tijd'' (Opiniepagina, 6 december). Hij verzuimt daarbij duidelijk te maken wat dit gelijkheidsdenken precies inhoudt en wat hij er fundamenteel voor in de plaats wil stellen.

Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat mensen in gelijke gevallen gelijk behoren te worden behandeld. Om mensen ongelijk te behandelen, moet men goede redenen hebben. Dit betekent niet dat iedereen van alles evenveel behoort te bezitten. Het betekent wel dat stoffelijke en onstoffelijke goederen behoren te worden verdeeld volgens een juiste maatstaf, dus volgens een criterium dat terzake is.

Aristoteles (384-322 v.Chr.) licht deze gedachte toe met het voorbeeld van de fluitspelers. Als er fluiten te verdelen zijn, moet de beste fluit naar de beste fluitspeler gaan en niet naar de speler met de hoogste afkomst of het mooiste uiterlijk. De reden daarvoor is dat het doel is tot zo goed mogelijk fluitspel te komen.

Ook in Nederland zijn na veel strijd verscheidene problemen van verdeling opgelost. Voor het kiesrecht is het juiste criterium niet de sekse, het inkomen of de opleiding, maar het staatsburgerschap in combinatie met meerderjarigheid. Voor toelating tot het voortgezet onderwijs is de beste maatstaf niet de sociale afkomst, maar de geschiktheid. Voor de inkomensverdeling zijn niet machts- en marktpositie de beste criteria, maar prestatie en behoefte.

Over geen enkele vorm van rechtvaardigheid kan men helder denken zonder ook over gelijkheid te denken. Gerechtigheid is in de politiek het hoogste goed. En gerechtigheid houdt in dat aan personen die gelijk zijn ook gelijke dingen behoren te worden toebedeeld, zei Aristoteles. Nog bondiger is de formule van Cicero (106-43 v.Chr): rechtvaardigheid is aan ieder het zijne geven.

Dat de vertaling van het gelijkheidsbeginsel in een doeltreffend, doelmatig en aanvaardbaar overheidsbeleid niet altijd eenvoudig is, valt niet te ontkennen. Maar het gemak waarmee in actuele politieke discussies fundamentele politieke waarden door politici worden gerelativeerd of miskend, is verontrustend. Directe of indirecte discriminatie en een onterechte ongelijke behandeling, worden steeds vaker als normaal beschouwd.

Voorbeelden daarvan zijn de ideeën van Zalm en Hirsi Ali (beiden VVD) over het tegengaan van islamitisch onderwijs, van het CDA-Kamerlid Verburg over dubbele keuringen voor allochtonen, en de Rotterdamse allochtonenstop. Ook de manier waarop PvdA-fractieleider Bos het gelijkheidsbeginsel heeft gerelativeerd, is geen blijk van een groot inzicht in het belang van politieke beginselen.

De spanningen in de samenleving zijn toegenomen. Stigmatisering van bevolkingsgroepen is aan de orde van de dag. In sommige kringen is een prefascistisch klimaat ontstaan. Juist nu mogen burgers van politici eisen dat zij de beginselen van vrijheid, gelijkheid en solidariteit hooghouden, de schijn van nihilisme vermijden en niet stuurloos ronddobberen op de golven van emoties.

Prof.dr. A. Hoogerwerf is politicoloog en emeritus hoogleraar beleidswetenschap van de Universiteit Twente.

    • Andries Hoogerwerf