Gezellig baren 1

Ileen Montijn is in haar column `Gezellig baren' (NRC Handelsblad, 3 december) nogal onevenwichtig. Dat is jammer omdat het vraagstuk dat zij aansnijdt een zorgvuldige behandeling behoeft.

Montijn sputtert tegen het bestaan van een soort morele bevoogding die andersdenkenden de mond snoert. De bevoogding omvat onder meer het idee dat je geen pijnbestrijdende medicatie bij de bevalling hoort te willen gebruiken en dat je geen prenataal onderzoek hoort te willen doen (`jij wou toch niet een mongooltje doodmaken?').

Voorzover het hier om bevoogding gaat, kan ik het met Montijns afwijzing eens zijn. Maar door alleen maar te vechten tegen deze bevoogding, lijkt Montijn er een nieuwe bevoogding voor in de plaats te willen zetten, een van zeg maar fijne pijnbestrijding en prettig prenataal onderzoek doen. Wie wel eens in een ziekenhuis komt, weet hoe sterk de bevoogding deze kant opduwt.

Ik verwacht niet dat Montijn deze suggestie heeft willen doen. Ze had hem kunnen vermijden door een beschrijving te geven van beide bevoogdende polen: die van het `gezellig baren' en die van de `medicalisering'. Immers, beide hebben een relatief gelijk. Beide neigen echter naar verabsolutering. Een mondig mens streeft ernaar, het krachtenveld waarin hij staat, te doorzien.

Dat betekent vaak: de lokkende uitersten kennen. Pas wanneer beide klippen worden gezien is een werkelijke afweging mogelijk. Montijn bestrijdt er slechts een en stuurt in zoverre de nietsvermoedende lezer naar de andere klip. Dat zal niet haar bedoeling geweest zijn. Daarom zie ik uit naar het tweede deel van deze column.

    • Maurits In 't Veld