Fransen missen een pleitbezorger voor Europa

Europa is, mede door president Chirac, als vijand afgeschilderd van Franse belangen. Logisch dat veel Fransen weinig voelen voor een Europese grondwet.

De lunch die de Franse president Jacques Chirac en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder vandaag op het Elysée met elkaar nuttigden, was er op het oog één als veel voorgaande. De samenkomst valt onder de routinematige contacten die beide politieke leiders sinds 2001 onderhouden in het kader van de destijds urgent geachte revisie van de Frans-Duitse motor. Maar met die motor is intussen niets meer mis: integendeel, inmiddels moet eerder de indruk bestreden worden dat Frankrijk en Duitsland, innig verbonden in hun verzet tegen zulke uiteenlopende zaken als de oorlog in Irak en het Europese stabiliteitspact, een Europa voor zichzelf zijn begonnen.

Inzet van de lunch was, aan de vooravond van de Europese top in Brussel, eind deze week, het Frans-Duitse offensief ten behoeve van de omstreden voorstellen voor een Europese Grondwet. Beide landen hebben in veel toonaarden laten weten voorstander te zijn van een zo compleet mogelijke overname van die voorstellen. Is dat niet mogelijk dan moet het hele project maar worden uitgesteld.

De Frans-Duitse eensgezindheid maskeert vooralsnog binnenlandse Franse onenigheid over het project. Traditionele `soevereinisten' als het extreem-rechtse Front National en de gematigder bewegingen van een Philippe de Villiers en Jean-Pierre Chevènement daargelaten, kunnen ook de socialisten roet in het eten gooien. Dat heeft minder met het project dan met de koersloosheid van de Parti Socialiste te maken.

De jaren van hun roerganger en Europa-pleitbezorger, oud-president François Mitterrand, zijn ver weg. Ten gevolge van hun verpletterende nederlagen bij de presidents- en parlementaire verkiezingen van vorig jaar zijn de socialisten uit het politieke centrum weggedreven. Ze flirten met afwisselend extreem-links en met de anders-globalisten, gaan gebukt onder het onderhuids betwiste leiderschap van François Hollande en worden verscheurd door een interne machtsstrijd tussen marxistische en neo-liberale kampen. Al zegt partijgenoot en oud-minister Robert Badinter nog zo stellig dat er `geen linkse of rechtse grondwet bestaat maar slechts een goede of een slechte', de PS ontwaart in het Europese project toch vooral een overwinning van neo-liberale globalisten.

Al heeft links geen meerderheid meer en al maakt Chirac anderzijds bij rechts de dienst uit, de geestesgesteldheid van de Franse socialisten is voor Europa wel degelijk van belang. Zo acht onderzoeker Philippe Moreau-Desarges van het Institut Français des Relations Internationales het ,,uitgesloten'', dat ten aanzien van zoiets belangrijks als een Europese grondwet kan worden volstaan met een parlementaire goedkeuring. ,,Voor de legitimiteit van Europa is het van cruciaal belang, dat het volk zich daar per referendum over uitspreekt.''

Moreau-Desarges is bij lange na niet de enige die er zo over denkt, en hij is ook niet de enige die denkt, dat Chirac dat referendum ,,weliswaar niet [wil] maar [...] er toch aan [zal] moeten geloven''. De griezelige afgrond-uitslag van het referendum over het Verdrag van Maastricht (50,8 procent voorstanders) ligt nog vers in het geheugen. Daarbij hebben Fransen, zoals een commentator het uitdrukte, ,,altijd de neiging antwoord te geven op een andere vraag dan die gesteld wordt''.

Geen wonder, dat Chirac geen referendum wil: de kans op `nee' is groter dan die op `ja'. Los van wat Moreau-Desarges noemt ,,de idiote bezwaren van de socialisten'', wacht het linkse volksdeel nog altijd op een gelegenheid zich te revancheren voor zijn afgedwongen bijdrage aan de herverkiezing van Jacques Chirac. De keuze ging vorig jaar immers tussen de `ladenlichter' Chirac en de `fascist' Jean-Marie Le Pen van het Front National.

Is dat al niet voldoende reden om tegen het door Chirac gewenste Europese project te zijn, dan is het huidige regeringsbeleid dat wel. In hun afwijzing daarvan vindt links een fors deel van rechts aan zijn zijde. De populariteit van Chirac en vooral van premier Jean-Pierre Raffarin – die het overigens toch gewaagd heeft zich voorstander van een referendum te verklaren – bevindt zich op een bijna historisch dieptepunt. De dramatische oversterfte onder bejaarden, deze zomer, ten gevolge van een hittegolf en de lankmoedigheid ten aanzien daarvan van de regering is slechts één oorzaak. De tanende economische groei is een andere.

Afgezien van die onvrede heeft zowel Chirac als Raffarin ongeveer alles gedaan om het imago van Europa te bezoedelen. De presidentiële schoffering van de toetredende Oost-Europese landen – een toetreding die de grondwet noodzakelijk maakt – voor hun steun aan het Amerikaanse beleid ten aanzien van Irak is nog niet vergeten. Zomin als Raffarins laatdunkende opmerking over ,,boekhoudkundig gegoochel van één of ander bureau in één of ander land'' op het moment dat de Europese Commissie Frankrijk tot de orde riep over het oplopende begrotingstekort. Europa is, ,,in strijd met de waarheid'', zoals europarlementariër Cohn-Bendit stelt, afgeschilderd als vijand van de Franse belangen. Chirac mag het dan ook nog zo `logisch' vinden dat de volkeren van Europa zich uitspreken over hun grondwet, zoals hij in juni zei, de omstandigheden voor die volksraadpleging zijn mede door zijn eigen toedoen op z'n zachtst gezegd ongunstig.