Feestvreugde minder zichtbaar geworden

Bij de geboorte van prinses Amalia grepen Nederlanders massaal naar hun GSM. Vroeger ging dat anders. Over verkeerschaos, halstarrige socialisten en stoomfluiten.

De vreugde over de geboorte van een aanstaande troonopvolger is altijd groot geweest in Nederland. Maar in het verleden kwam daar soms ook een andere emotie bij: opluchting.

Op woensdag 28 april 1909 kondigde de lang verwachte geboorte van een troonopvolger zich aan, nadat het er jarenlang naar uit had gezien dat het huwelijk van koningin Wilhelmina met prins Hendrik kinderloos zou blijven. Volgens prof. Cees Fasseur, de biograaf van koningin Wilhelmina, had prins Hendrik die ochtend tegenover enkele ministers de verwachting uitgesproken dat de bevalling tegen het middaguur zou plaatsvinden. Dezelfde avond stond het voor het paleis zwart van de mensen, maar het zou nog twee dagen duren voordat de geboorte een feit was. Op vrijdagochtend 30 april, 's morgens om tien voor zeven, beviel koningin Wilhelmina van een dochter van zeseneenhalf pond. De bevalling werd geleid door de Utrechtse hoogleraar verloskunde en gynaecologie Benjamin Jan Kouwer en hofarts Roessingh.

Kouwer liet een dag later aan de Tweede Kamer weten: ,,In de kraamkamer, die men zich niet gelukkiger kan denken, schijnt de Oranje-zon vanuit de wieg.'' Wilhelmina, die volgens de toen geldende regels precies tien dagen in bed bleef, gaf haar dochter negen maanden lang borstvoeding.

De vreugde over de geboorte van Juliana was breed, maar niet algemeen. Het Oranje-gezinde deel van de bevolking zag een historische lijn bevestigd. Mejuffrouw H.S.S. Kuyper, dochter van de antirevolutionaire voorman Abraham Kuyper, schreef over de naam van de prinses: ,,Die naam was een `Gedenckclanck'. Onze Prinses zou de naam dragen van de vrome moeder der Oranjes, Juliana van Stolberg, die op haar slot te Dillenburg biddend de bange strijd der benarde Nederlanden medestreed, en gewillig en heldhaftig het leven van vier harer zoons voor Neerlands vrijheid ten offer bracht.''

Een deel van ons volk bleef ,,zichzelf opzettelijk van de feestvreugde uitsluiten'', schreven A. en H. Algra in Dispereert niet, twintig eeuwen historie van de Nederlanden. De socialisten onder aanvoering van Jelle Troelstra moesten niets van de monarchie hebben. Toen de regering de kerken verzocht de zwangere koningin in de voorbeden te gedenken schreef de socialistische krant Het Volk: ,,Terwijl Jezus het gebed naar de binnenkamer verwees en de farizeeër veroordeelde, die op de hoeken der straten zijn gebed uitgalmde, heeft ons voor 2/3 of 7/9 christelijk ministerie het met zijn christendom te rijmen geacht, aan de hoogste kerkbesturen het verzoek te richten, om voor de zwangere koningin te doen bidden.'' Bij de vergadering van de Tweede Kamer waarin de felicitaties met de geboorte werden uitgesproken bleven de socialisten weg.

Met de geboorte van Juliana was de Oranje-dynastie voorlopig gered. In 1934 overleden achtereenvolgens koningin Emma (20 maart) en prins Hendrik (3 juli), waardoor de koninklijke familie opnieuw slechts twee leden telde. ,,En weer groeide langzaam de vrees, dat de band Nederland-Oranje misschien in de toekomst zou worden verbroken'', aldus Algra & Algra. Toen prinses Juliana op 7 januari 1937 trouwde met Bernhard van Lippe Biesterfeld en ruim een jaar later beviel van een dochter was die vrees snel verdwenen. De bevalling, die plaats vond op paleis Soestdijk, werd begeleid door twee Haagse gynaecologen, dr. J. de Groot en dr. C.L. de Jongh.

Beatrix Wilhelmina Armgard woog acht pond en mat 52 centimeter. ,,De vreugde was groot'', schrijft Cees Fasseur, ,,niet alleen bij de naaste familie maar in het hele land. Het was stormachtig weer, zodat de op het Malieveld geloste kanonschoten niet op paleis Noordeinde te horen waren, maar dit kon de stemming niet bederven. De hofhouding met aanhang, 45 man sterk, trok 's avonds naar de poffertjeskraam op de Lange Voorhout.'' Overal gingen mensen de straat op toen, na de eerste saluutschoten, overal sirenes begonnen te loeien en scheepsfluiten zich lieten horen. Er stonden enkele tientallen wachtenden bij paleis Soestdijk. Ook zij hoorden het nieuws via de saluutschoten. De Tweede Kamer werd dit keer niet officieel op de hoogte gebracht van de geboorte, omdat het nu geen directe troonopvolger betrof, zoals in 1909. Ook de socialisten toonden zich ditmaal verheugd. Ze erkenden het Huis van Oranje nu publiekelijk als ,,het symbool van democratisch Nederland''.

Bijna dertig jaar later was het weer feest. Prinses Beatrix beviel op 27 april 1967 van haar zoon Willem-Alexander. De geboorte, die al enkele weken eerder werd verwacht, had plaats in het Academisch Ziekenhuis in Utrecht, aangezien Beatrix, naar alle waarschijnlijkheid om medische redenen, via een keizersnede moest bevallen. Daarmee was zij de eerste Oranje die niet thuis beviel. De bevalling werd geleid door W.P. Plate, hoogleraar verloskunde en leer der vrouwenziekten, terwijl kinderarts W. Drucker aanwezig was om de baby op te vangen.

Het prinsje woog bijna acht pond, was 50 cm lang en verkeerde in een voortreffelijke conditie. De vreugde in het land was groot. De kranten meldden tienduizenden mensen op de Dam in Amsterdam, waarbij ,,enkele tientallen lieden die zich bij het bekende Lieverdje ophielden de feestvreugde niet konden bederven'', aldus de NRC. De feestvreugde bereikte daar een hoogtepunt toen koningin Juliana en prins Bernhard op het balkon van het paleis verschenen. In de Haagse binnenstad ontstond een chaos. In Rotterdam lieten alle schepen hun stoomfluiten horen.

De vreugde leek extra groot omdat het voor het eerst sinds 1851 was dat er een prins van Oranje-Nassau werd geboren, en er daarmee uitzicht was op weer een man op de troon. Dit keer werd de Tweede Kamer wel officieel op de hoogte gesteld. Het korte briefje van premier P. de Jong aan de Kamer is in het Nationaal Archief in te zien.

    • Herman Amelink