Eisner slachtoffer van eigen succes

Terwijl de kwartaalcijfers groeien en de films goed lopen, wordt The Walt Disney Company intern verscheurd door een ruzie tussen topman Michael Eisner en de `gekke' neef van Walt, Roy Disney.

Michael Eisner, sinds jaar en dag de baas van The Walt Disney Company, bevindt zich in een paradoxale situatie. Terwijl hij te maken heeft met groeiend verzet tegen zijn manier van leidinggeven, onder andere van Roy Disney, een van de laatste actieve telgen van de Disney-familie, staat de onderneming zelf in een steeds gunstiger daglicht. De laatste kwartaalcijfers vielen stukken hoger uit, twee Disney-films – Master and Commander en Finding Nemo – doen het uitstekend, en critici waren vol lof over The Walt Disney Concert Hall, een spectaculaire, door Frank Gehry ontworpen concertzaal in Los Angeles, die onlangs zijn deuren opende. Voor buitenstaanders valt er weinig chocola van te maken.

Eisner (61), met bijna twintig jaar de langstzittende bestuursvoorzitter van de dertig bedrijven die de Dow-Jonesindex uitmaken, lijkt een slachtoffer van zijn eigen succes. Een van de grootste en telkens terugkerende kritiekpunten is dat hij te weinig nadenkt over zijn opvolging. Sterker, volgens sommigen kan hij geen potentiële troonopvolgers in zijn nabijheid velen. ,,Michael Eisners agenda bestaat er voor het grootste deel uit om de mensen om hem heen de indruk te geven dat ze inwisselbaar zijn'', aldus Rob Moore, een studiobaas die Disney verliet in 2000 na dertien dienstjaren, in The New York Times. Moore was niet de enige die Disney ontvluchtte. Zeker vijf mannen van wie gezegd werd dat ze de capaciteiten in huis hadden om Eisner op te volgen, gingen de afgelopen jaren weg bij het bedrijf. En de enige kandidaat die Eisner zelf in gedachten heeft, Disney's president-commissaris Robert Iger, wordt algemeen te licht bevonden.

De opvolgingskwestie was het belangrijkste – en volgens sommigen meest geloofwaardige – argument dat de 73-jarige Roy Edward Disney, de `gekke' neef van Walt, vorige week naar voren bracht in een brief waarin hij aandrong op Eisners ontslag bij het mediabedrijf, dat (teken)films produceert, speelgoed verkoopt, tv-stations runt en pretparken exploiteert. Om zijn kritiek wat meer gewicht te geven nam Disney zelf ontslag als lid van de raad van commissarissen. Heel moedig kan dat besluit overigens niet genoemd worden, want Disney had de leeftijdsgrens voor commissarissen overschreden. Zelf houdt hij staande dat die leeftijdsregel is ingevoerd om critici zoals hij monddood te maken.

Roy wordt wel Walts gekke neef genoemd omdat hij een zeer luchtige manier van doen heeft, ooit als manusje-van-alles begon in Hollywood, en niet altijd van commercieel inzicht getuigt. Naar verluidt brengt hij zijn tijd liever door op zijn zeiljacht, of in zijn kasteel in Ierland, dan zich in de vergaderzalen van het in Burbank, bij Los Angeles, gevestigde bedrijf het hoofd te breken over de toekomst van Mickey Mouse.

Een dag na Disney was het de beurt aan commissaris Stanley Gold om de stekker eruit te trekken, per brief die, uit tactisch oogpunt, eerst werd afgeleverd bij de media. Gold, een advocaat die sinds jaar en dag de beleggingen van Roy Disney beheert, was nog scherper in zijn oordeel over Eisner, die hij beschuldigde van machtsmisbruik, kortetermijndenken en ,,achterbaksheid''. Ironisch genoeg waren het juist Roy Disney en Gold die in 1984 Eisner naar Disney haalden om het bedrijf uit het slop te halen. Eisner outstayed his welcome, zoals dat heet.

,,Het is een beetje flauw om Roy Disney af te doen als de gekke neef van Walt'', zegt Joe Astrachan, een econoom gespecialiseerd in familiebedrijven aan de Kennesaw State University in Georgia. ,,Hij heeft veel goede dingen gedaan. En ook nu heeft hij absoluut een punt. Familieleden in de raad van een beursgenoteerd bedrijf zorgen ervoor dat de lange termijn niet uit het oog wordt verloren.'' Astrachan noemt Wal Mart als voorbeeld van een succesvol bedrijf waar de familie Walton nog steeds een grote vinger in de pap heeft. De econoom zou het toejuichen als Roy Disney erin slaagt om een van zijn zoons, Roy Patrick, als commissaris benoemd te krijgen, ook al heeft die nog nergens zijn sporen verdiend.

Op Wall Street wordt het ontslag van Disney en Gold gezien als een wanhoopsdaad. Als commissarissen niet in staat zijn binnen de raad het management aan te zetten tot verandering, waarom zouden ze daarbuiten dan meer succes hebben? De koers van Disney ging zelfs iets omhoog vorige week op het nieuws van hun actie, en slechts een analist, Jessica Reif Cohen van Merrill Lynch, vond het nodig er een rapport over te schrijven voor beleggers, waarin ze opmerkt dat de ontwikkelingen waarschijnlijk geen effect hebben. Een zogenoemde proxy-fight, ofwel campagne van beleggers tegen het management, zoals vorig jaar plaatsvond tijdens de overname van Compaq door Hewlett-Packard, heeft in het geval van Disney weinig kans van slagen omdat er geen grote individuele beleggers zijn die veel invloed kunnen uitoefenen. Iedereen heeft wel wat Disney in zijn portefeuille zitten, er zijn alleen kleine Disney-aandeelhouders.

Roy Disney had tot voor kort 5 procent van de aandelen, maar heeft zijn belang stukje bij beetje verkocht. Meest recent deed hij 7,5 miljoen aandelen over aan de bank Credit Suisse First Boston, in een curieuze transactie waarbij hij het stemrecht behoudt.

Waarschijnlijk draagt de grootste individuele aandeelhouder van Disney de naam Michael Eisner, ook al heeft hij in 1998 voor naar schatting 600 miljoen dollar aan opties verzilverd. En aangezien het aandeel sinds vorig jaar weer in de lift zit, ziet het er voorlopig naar uit dat hij rustig op zijn plek blijft zitten tot zijn contract afloopt, in 2006.

    • Viktor Frölke