Eigen kurken- trekker is de beste

Een kurkentrekker is een simpel stuk gereedschap dat ontworpen is voor slechts één doel: het trekken van een samengeperste kurk uit een flessenhals. Hoewel de flessenkurken niet gestandaardiseerd zijn, ontlopen ze elkaar in afmetingen niet veel. Hetzelfde geldt voor de flessenhals. Je zou dus verwachten dat zich in de loop der eeuwen een ideale kurkentrekker ontwikkeld zou hebben, een soort eindstadium in de evolutie, zoals ook de schaar voor het knippen van papier nu al eeuwenlang in vorm onveranderd is. Maar nee, er zijn tientallen soorten kurkentrekkers, verschillend in principe, in uitvoering en in materiaalkeuze.

Als je aan iemand vraagt wat hij een goede trekker vindt, is het antwoord bijna altijd hetzelfde: de trekker die hijzelf gebruikt. Maar achter dit antwoord gaan veel motieven schuil. Je hebt mensen – vooral mannen – die vinden dat een wijnfles alleen met het oerwerktuig geopend mag worden (hier afgebeeld), het zijn de natscheerders onder de wijnproevers. Anderen genieten juist van gekke snufjes die de techniek te bieden heeft, zoals elektrische kurkentrekkers of luchtpompjes met een injectienaald. Ook zijn er mensen die geloof hechten aan het vakmanschap van de ober en daarom de kelnerkurkentrekker prefereren. Glasschilfers en afgebroken kurken brengen hun overtuiging niet aan het wankelen. Designliefhebbers stellen weer andere eisen, op hun tafel geen trekker van Blokker.

Zoveel is zeker: het openen van een fles wijn is een rituele handeling waarin eerder geloof en levensinstelling een rol spelen dan praktische bruikbaarheid. Wie echt wil weten wat een goede trekker is, kan dit daarom beter niet aan zijn medemensen vragen. (Of aan een panel zoals de Consumentenbond tegenwoordig doet.)

Achttien jaar geleden schreef de Groningse natuurkundige Hendrik de Waard voor deze krant het artikel `De fysica van de kurketrekker'. Hierin werden de meest gangbare trekkers proefondervindelijk met elkaar vergeleken. De Waard testte de trekkers op indraaigemak, trekgemak, centreergemak, kurkbreuk en of de trekker foolproof was. Dit onderzoek geldt nog steeds.

Bij kurkentrekkers zijn er twee soorten spiralen te onderscheiden: de gesloten spiraal, zoals bij een houtschroef, en de open spiraal, in essentie een helix van gewonden staaldraad. Bij deze laatste ligt de spiraalpunt niet op de draaias.

Het fabeltje gaat dat de gesloten spiraal inferieur is. Maar het enige bezwaar is dat er vaak te weinig schroefdraad op zit, zodat de trekker bij het trekken uit de kurk schiet, waardoor deze lelijk beschadigd wordt. Daarentegen is een voordeel van de houtschroef dat hij voor de gebruiker makkelijk te centreren is: je zet de punt gewoon in het midden van de kurk. Dit in tegenstelling tot de open spiraal, die je juist naast het midden moet zetten. Maar waar precies en hoe je dan moet draaien, is niet voor iedereen duidelijk.

Belangrijker is daarom of de kurkentrekker een vaste flessteun heeft. Zonder vaste steun, zoals de oerkurkentrekker, de kelnertrekker en de trekker van het Zwitserse zakmes, draai je de trekker vaak scheef in de kurk. Dit soort trekker is iets voor een kampeervakantie, maar niet voor in de keukenla.

Voor het beheerst trekken van de kurk is er een scala aan hefbomen en draaiinrichtingen bedacht, die hun werk vrijwel zonder uitzondering redelijk verrichten. Maar het eenvoudigst is toch wel de trekker waarbij de spiraal de kurk ingaat en in één doorgaande beweging de kurk trekt. Achttien jaar geleden was dit type kurkentrekker dan ook de winnaar van De Waard. Het waren de trekkers van Brabantia en van Screwpull. Intussen zijn er veel fabrikanten met dit type op de markt gekomen. De meeste zijn ook goed. Het geheim van deze trekker is de dunne, uiterst gladde (gecoate) spiraal die bij het draaien in de kurk weinig weerstand oproept. In combinatie met een scherpe punt veroorzaakt hij ook nooit kurkkruim in de wijn. Helaas doet deze trekker het iets minder goed in de nieuwe, synthetische kurk die nu in opmars is.

Is er eindelijk een ideale trekker, veranderen ze de kurk.

    • Rob Biersma