De prins en de fazant

Er was eens een jonge prins die uit jagen ging. Hij schoot een vogel die uit de lucht in een hete bron viel. Toen de prins ging kijken merkte hij op dat de vogel gekookt was. Op de plek van deze bron stichtte de prins de stad Tblisi. Volgens deze oude Georgische legende betekent het woord tblisi warme wateren. Vandaag een Georgisch recept voor fazant. Van dit gerecht kunnen 4 mensen eten.

Bereiding: Bestrooi de bij voorkeur wilde fazant met zout en peper. Druk de 500 gram druiven door een fijne zeef en vang het sap op. In het oorspronkelijke recept worden blauwe druiven gebruikt. Maar ook witte druiven nu volop te koop zijn geschikt. Pers genoeg mandarijnen uit om de gewenste hoeveelheid sap te krijgen. Zeef het sap. Snijd met behulp van een zesteur dunne schilletjes van de goed schoongeboende mandarijnen. Smelt de boter in een braadpan en bak hierin de fazant snel rondom aan. Giet het druiven- en mandarijnsap, de bouillon, wijn en port in de pan en breng aan de kook. Voeg de mandarijnschilletjes, de laurier- en tijmblaadjes toe. Temper het vuur. Braad de fazant, die niet mag uitdrogen, op een middelmatig vuur in ongeveer 45 minuten gaar. Giet een beetje olie in een koekenpannetje en rooster de walnoten lichtbruin. Schep ze uit de pan in een kom. Snijd de gare fazant zoals bij een kip gebruikelijk is in stukken. Leg de stukken fazant op een schaal en bestrooi de stukken met de geroosterde walnoten. Garneer de schaal met trosjes druiven. Schenk het braadvocht in een juskom. Eet bij dit gerecht bijvoorbeeld bulghur, rijst of aardappelpuree en gestoofde witte kool. Voor de preciezen meld ik dat in het oorspronkelijk recept ook nog een scheut thee in de braadpan wordt gedaan. Maar de smaak ervan vond ik nergens terug.

Morgen: Stamppot