Aids in arme landen

De schrijver van het artikel `Aids wint terrein in arme landen' in NRC Handelsblad van 25 november, schetst een veel rooskleuriger beeld van de aids-situatie in het Westen dan uit de feiten blijkt. Bovendien is er een rekenfout gemaakt.

In het artikel wordt het contrast tussen Afrika, waar 1 op de 10 geïnfecteerden per jaar overlijdt en het Westen, waar dat cijfer 1 op 1.000 is, verklaard met de beschikbaarheid van antiretrovirale middelen.

In het Westen is dat 1 op 90 in plaats van 1 op 1.000, als de cijfers 18.000 doden op 1,6 miljoen geïnfecteerden kloppen.

18.000 mensen gaan dus per jaar in het Westen dood ondanks de beschikbaarheid van antiretrovirale therapie. Voor een deel kan dit hoge sterftecijfer worden verklaard doordat bij ruim 10 op de 100 geïnfecteerden de antiretrovirale-therapie niet of onvoldoende aanslaat.

Met de zin: ,,Met een combinatie van antiretrovirale middelen kan de groei van het virus worden gestopt, zodat het immuunsysteem zich gedeeltelijk herstelt, waardoor aidspatiënten langer kunnen leven'', wordt de indruk gewekt dat het virus door de therapie gestopt wordt.

De praktijk toont aan dat dit slechts bij een deel van de geïnfecteerden het geval is. De praktijk laat ook zien dat dit een gevaarlijke voorstelling van zaken is, waardoor onveilig gedrag toeneemt en ook het aantal hiv-besmettingen.

Een meer passende kop van het artikel zou zijn: `Aids wint terrein in arme landen en ook in Nederland'.