Wolk

Niemand had me in de gaten.

Eef Brouwers was zojuist met zijn soepele voorlichterstred voor het journaille in het Bronovo-ziekenhuis getreden. Als het om blij nieuws gaat, is er geen ijveriger voorlichter dan Eef Brouwers. Hij introduceerde op hartelijke toon de vrouwelijke artsen, wier taak aanzienlijk verlicht was doordat prins Willem-Alexander zelf de navelstreng had doorgesneden.

Intussen stond de prins met de kleine op de arm voor de deuren naar de geïmproviseerde persruimte te wachten. Hij voelde nog even of zijn gulp wel dicht was een voor elke man zeer herkenbaar gebaar.

Terwijl aller ogen op de prins en zijn allermooiste baby van de hele wereld gericht waren, sloop ik naar boven. Eerst had ik hem nog willen vragen: ,,Mag ik u namens de lezers van de Achterpagina feliciteren met de geboorte van uw dochter?'' Maar ik besefte dat ik daarmee te veel de aandacht op mijn persoon zou vestigen. Bovendien mocht ik aannemen dat elke vertegenwoordiger van elk zichzelf respecterend tv-station een dergelijke vraag straks aan de prins zou stellen.

Was ik al op de vijfde etage? Dezelfde etage waarop de prins enkele uurtjes eerder voor het raam was verschenen, trots zijn vuist ballend als een voetballer die net gescoord heeft?

Jazeker. Ik bevond me op heilige grond. Links en rechts stonden op tafeltjes serveerbladen vol beschuiten met oranje muisjes. Veiligheidsmensen keken meteen weer voor zich toen ze de witte doktersjas zagen die losjes om mijn ledematen fladderde.

Twee dames verlieten een kamer. Ze kwamen me tegemoet. Ik hield mijn adem in, hoewel ik wist dat zij geen argwaan tegen mij konden koesteren. Ik liet hen passeren zonder zelfs maar te proberen uit mijn ooghoek een beeld van hen op te vangen. Aan hun stemmen had ik voldoende. Blije, verrukte stemmen die zich in vloeiend Engels met elkaar onderhielden.

,,Her father...'', zei de koningin.

,,It's a pity, but business...'', zei mevrouw Zorreguieta.

Toen waren ze alweer voorbij. Zaken gaan vóór de dochter, zoiets moest ze bedoeld hebben, bedacht ik, en ik klopte op de deur van de kamer waaruit de dames waren gekomen.

,,Ja!'' klonk een stem die ik uit duizenden zou hebben herkend.

Ik stak mijn hoofd om de deur.

,,Jij!'' riep de prinses enthousiast.

Ze lag ontspannen achterover in de kussens. Er hing nog een wat weeë lucht van zweet, bloed en moederkoek. De prinses was niet alleen. In haar armen wiegde ze een slapende baby. ,,Vind je het geen wolk?' vroeg ze trots.

,,Dat wel'', zei ik stomverbaasd, ,,maar ik dacht dat je man beneden met de baby voor de pers stond.''

,,Nee jôh'', lachte ze, ,,je dacht toch niet dat ik mijn kind al zo jong blootstelde aan die vervelende pers? Ze krijgen nog tijd genoeg om haar te besmetten.''

Toen vroeg ze of ik er bezwaar tegen had als ze haar kindje even de borst gaf.

,,Natuurlijk niet'', zei ik, en ik glunderde zoals alleen premier Balkenende glundert als hij over koninklijke baby's praat.