Vogelmens laat Japanse kinderen vliegen

Een oud-bankmedewerker uit Almere werd zaterdag in Tokio voor 70.000 toeschouwers wereldkampioen K-1, een tien jaar oude discipline binnen de vechtsport.

,,Een nieuwe ster die een nieuw tijdperk inluidt.'' Dat is het algemene oordeel in de Japanse sportpers over kickbokser Remy Bonjasky, een voormalig bankmedewerker uit Almere. `Vogelmens' is één van de meer prozaïsche bijnamen die hij dit weekeinde eveneens meekreeg. Tijdens een vijf uur durend spektakel bereikte Bonjasky zaterdag in Tokio naar eigen zeggen ,,het hoogste dat een kickbokser kan bereiken'': wereldkampioen K-1. Bijna 70.000 Japanse fans waren op komen dagen in de Tokyo Dome, het grote, overdekte stadion van honkbalclub Yomiuri Giants in de Japanse hoofdstad, voor de jaarlijkse wereldfinale van deze tien jaar oude tak binnen de vechtsport.

K-1 ontstond in de jaren negentig in Japan uit de wens vechters uit verschillende tradities bij elkaar te brengen. Japanse karateka's keken al jaren over de grens van hun eigen sport om zich te meten met Thaise kickboksers of kung fu-experts. Maar het verschil wat betreft technieken en regels bleek zo groot dat jaren training nodig was voordat sprake was van een evenwichtige strijd. Uiteindelijk besloot karateka Kazuyoshi Ishii deze `staande vechtsporten' in K-1 bij elkaar te brengen met nieuwe regels. De sport moet zeker niet worden gezien als een vorm van free-fighting. Bloed vloeide er niet zaterdag.

Nederland speelt vanaf het begin een overheersende rol in K-1. Dat komt vooral door de nauwe band die al decennia bestaat tussen Japanse en Nederlandse karateka's en kickboksers. Zo is Bonjasky's sportschool in de Amsterdamse Jordaan, Mejiro Gym, vernoemd naar de wijk in Tokio waar stichter Jan Plas bij zijn Japanse leermeester trainde. De Amsterdamse sportschool heeft inmiddels zelf een naam opgebouwd in Japan. ,,Ik wil jouw T-shirt'', zei een Japanse fan een dag na het toernooi in een hotellobby in Tokio tegen de coach van Bonjasky, André Mannaart, tevens oud-K-1 finalist en de huidige eigenaar van Mejiro Gym. Of Mannaart ter plekke maar even het T-shirt van de school wilde uittrekken en overhandigen.

Sinds 1993 strijden acht finalisten, geselecteerd via toernooien wereldwijd, elk jaar in een knock-out toernooi in Tokio om de kampioenstitel. Acht van de elf keer nam een Nederlander de titel mee naar huis. Absoluut recordhouder is Ernesto Hoost met vier titels. Peter Aerts was in 1994 de eerste Nederlandse winnaar en pakte de titel in totaal drie keer. Ook dit jaar behoorde de 33-jarige Aerts weer tot de acht finalisten, maar hij werd in de halve finales op punten ongelukkig uitgeschakeld door de Japanse hoop Musashi. Bonjasky zette met winst op Musashi in de finale echter de Nederlandse traditie voort. Stuk voor stuk zijn deze Nederlanders in Japan grote helden die niet onopgemerkt over straat kunnen.

Als Bonjasky dit jaar wint ,,gaan alle schoolkinderen vliegen'', meende een Japanse sportjournalist in een voorbeschouwing. De `vliegende trap' is het handelsmerk van Bonjasky. Hij is 1,92 lang en ruim honderd kilo zwaar, maar heeft geen grammetje vet op het lijf en lijkt in de ring vederlicht. Het veelzijdige gebruik van armen en benen laat de tegenstander permanent in het ongewis over de herkomst van de volgende aanval. Australiër Peter Graham en Fransman Cyril Abidi lagen in respectievelijk de kwart- en halve finales al in de eerste ronde knock-out op de mat. Alleen Musashi bleef in de finale de volle drie ronden overeind, opgestuwd als hij werd door het thuispubliek. Maar de punten waren voor Bonjasky.

De eindoverwinning leverde Bonjasky 400.000 dollar op. Toch is de 27-jarige pas twee jaar beroeps. Dat wil zeggen: een vriend van de sportschool besloot Bonjasky financieel te ondersteunen opdat hij zich serieus op het grote werk kon voorbereiden. ,,In Nederland denkt iedereen dat kickboksers agressief zijn'', zegt Bonjasky de dag na zijn overwinning. ,,Nu mag er toch wel eens een belletje gaan rinkelen in Nederland dat we hier iets goeds doen. En dat we ons er netjes bij gedragen'', meent de man die hier als `the gentleman' bekend staat en voorafgaand aan het toernooi de Japanse televisiekijker introduceerde bij zijn favoriete winkel in woonplaats Almere: een modezaak. Pas in Japan krijgen de Nederlanders erkenning voor hun prestaties. In Tokio staan grote bedrijven klaar om dit jaarlijkse evenement te sponsoren en treden erkende grootheden als Aerts in tv-reclames op.

Na tien jaar van groeiend succes lijkt K-1 nu op een kruispunt te zijn gekomen. Eerder dit jaar werd K-1 stichter Ishii gearresteerd wegens belastingontduiking. K-1 is geen bond, maar een bedrijf dat de gehele organisatie van toernooien strak in eigen hand houdt – vergelijkbaar met de Formule 1 in de autosport. Invloed op toeschouwersaantallen heeft dit incident niet gehad, maar sponsors werden ,,voorzichtig'', zegt een woordvoerder. In de hoop het imago weer te verbeteren is Ishii als directeur verdwenen en heeft men de bedrijfsmatige opzet veranderd door de evenementenorganisatie in een apart bedrijf onder te brengen.

Verder lonkt het bedrijf K-1 naar grote namen die niet per se uit de wereld van karate of kickboksen voortkomen. Zo zijn oud-sumoworstelaar Akebono en bokser Mike Tyson gecontracteerd. Bonjasky zelf kreeg in de kwalificatie te maken met zo'n beroemde naam die weinig ervaring in enige vechtsport heeft: de in Japan populaire reus Bob Sapp. Sapp is een voormalige American Football-speler met een immens lijf die het goed doet in variété-programma's op de Japanse tv. Alleen daardoor werd hij door K-1 afgelopen herfst toegelaten tot het laatste grote kwalificatietoernooi voor de finale van dit weekend. ,,Dat is toch niet netjes. Sapp had ook van onderaf moeten beginnen'', meent Bonjasky, die destijds tegen hem moest aantreden. Bonjasky nam wraak met zijn superieure techniek en liet Sapp alle hoeken van de ring zien: exit Sapp. Zaterdag wilde de Japanse pers weten wat Bonjasky dacht van een komend gevecht met Mike Tyson. ,,I would love to fight him'', zei de oud-bankmedewerker met zijn aimabele glimlach.

    • Hans van der Lugt