Voedselhistoricus met een hang naar lijstjes

Alan Davidson, die vorige week op 79-jarige leeftijd in Londen overleed, was een excentrieke diplomaat, een fijnproever en een geleerde die net zo onnavolgbaar licht schreef als hij praatte. Zijn passie voor voedsel leverde een reeks unieke boeken op over vissen en visgerechten, plus het standaardwerk The Oxford Companion to Food. Die voedselencyclopedie van 900 pagina's combineerde eigen speurwerk naar de herkomst en toebereiding van voedsel met etnografie, geschiedenis en biologie.

Diezelfde methode was ook de leidraad voor zijn jaarlijkse voedselcongressen aan de universiteit van Oxford dat eten in de wijdste zin als zelfstandig onderwerp op het academisch menu zette. De waardering daarvoor kwam dit jaar driedubbel. Zijn klassieke vissenboeken werden opnieuw uitgegeven. Zijn symposium kreeg een paar maanden geleden officiële status, met een leerstoel in het verschiet. Bovendien kreeg Davidson vorige maand in Amsterdam de Erasmus-prijs voor zijn culinaire pionierswerk als unieke bijdrage aan de Europese cultuur. Hij vond het vooral ,,een geweldige aanmoediging voor voedselhistorici en culinaire schrijvers in het algemeen''.

Alan Eaton Davidson werd in 1924 in Noord-Ierland geboren als de zoon van een Schotse belastinginspecteur en studeerde klassieke talen in Oxford. In de Tweede Wereldoorlog diende hij bij de Royal Navy. Als officier van de wacht op het vliegdekschip Formidable voer hij eens een walvis doormidden. ,,Misschien deed hij daar met zijn boeken wel boete voor'', zei Tom Jaine, directeur van de door Davidson en zijn vrouw Jane opgerichte culinaire uitgeverij Prospect Books en het kwartaalblad Petits Propos Culinaires.

In 1948 kwam Davidson in dienst van het Foreign Office en bekleedde als diplomaat posten in Washington, Den Haag, Brussel, Kairo, Tunis en, van 1973 tot 1975, als ambassadeur in Vientiane, de hoofdstad van Laos. In Tunesië ontdekte hij bij toeval dat er een tweede carrière voor hem was weggelegd. Zijn vrouw vroeg hem een boek te zoeken over vissen, omdat ze op de markt geen wijs kon uit de lokale namen. Zo'n boek was er niet en daarom schreef hij het zelf, met een Italiaanse hoogleraar vissenkunde die op bezoek was. Dat boek, uitgegeven in eigen beheer (op een stencilmachine van Hare Majesteit) werd ontdekt door de Britse kookgoeroe Elizabeth David, die het doorsluisde naar Penguin, waar het uitgroeide tot het standaardwerk Mediterranean Seafood (dit jaar voor het eerst in Nederlandse vertaling verschenen bij uitgeverij Pereboom).

De opzet van dat boek – half kookboek, half biologieboek – kwam toevallig tot stand, omdat het volgens hem aansloot aan bij zijn ,,hang naar lijstjes aanleggen''. Het werd zijn handelsmerk; Davidson herhaalde het recept voor zijn boeken over de viskeuken van Laos (,,het meest nutteloze kookboek van de eeuw voor wie niet in Laos woont'') en die van Zuidoost-Azië, onder meer met een uniek hoofdstuk over Indonesië. Dankzij een eigen vliegtuigje en ondanks de oorlog in Vietnam kon hij daar uitgebreid rondtoeren als diplomaat met een geheime agenda.

In 1975 verliet hij de buitenlandse dienst om zich geheel aan het schrijven te wijden (al bleef hij voortaan kleurige zijde en sieraden uit Laos en Thailand dragen). Dat viel samen met het moment waarop ook de culinaire horizon in zijn eigen land ruimer werd. Met zijn vrouw vertaalde en bewerkte hij de voedselencyclopedie van Alexandre Dumas (hoewel hij niets ophad met de Franse haute cuisine). En in 1979 verscheen een nieuw standaardwerk over vis, North Atlantic Seafood, sinds twee jaar eveneens in het Nederlands verkrijgbaar. Voor dat boek reisde hij uitgebreid in alle landen aan die oceaan en biedt behalve duizenden recepten van IJsland tot Portugal andere onmisbare kennis, bijvoorbeeld om de spraakverwarring op te helderen over de Nederlandse mul, de Franse mulet en de Engelse mullet.

Tijdens het laatste voedselsymposium werd Davidson geëerd met een Sunday lunch van zijn lievelingsgerechten, waaronder gerookte paling, kippers en trifle, het zoete toetje waarover hij in 2001 nog een boek schreef. Intussen was hij aan een derde carrière begonnen: hij werkte aan een studie over de screwball-comedies die Amerika door de Great Depression hielpen.