`Versterkingen' tegen wil en dank op weg naar Irak

Het wordt steeds onveiliger in het deel van Irak waar de Nederlanders zitten. Er zijn commando's onderweg om hen te `beschermen'. Dat heeft tot irritatie geleid in het Nederlandse kamp.

Het is november als de op één na hoogste man van de Nederlandse Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst afreist naar Groot-Brittannië. Commandeur K. Hermsen heeft van de Defensiestaf in Den Haag een lastige opdracht gekregen. Hij moet de Britten zover zien te krijgen dat ze waardevolle intelligence over de situatie in Zuid-Irak zullen delen met de Nederlanders.

Die informatie is hard nodig. Sinds augustus heeft Nederland een bataljon mariniers gelegerd in de zuidelijke provincie Al-Muthanna, op de grens met Saoedi-Arabië. Ze zijn verspreid over de steden in het uiterste noorden van de provincie. Wat er in het uitgestrekte zuidelijke woestijngebied gebeurt, weten de Nederlanders niet precies. Volgens een aanzwellende stroom geruchten gebruiken buitenlandse islamitische strijders de onbewaakte grens om Irak te infiltreren.

De laatste maanden is het onveiliger geworden in Irak. De golf van terroristische aanslagen die het land al maanden teistert, lijkt van centraal-Irak over te slaan naar het zuiden. Daarbij zijn behalve Amerikanen en Britten steeds vaker militairen van `derde landen' het doelwit.

Op 12 november rammen zelfmoordcommando's met een vrachtwagen vol explosieven het hoofdkwartier van de Italiaanse militaire politie in Nassiriyah. Achttien carabinieri komen om. Nassiriyah ligt op zo'n dertig kilometer van het Nederlandse hoofdkwartier in Irak.

Het Nederlandse bataljon in Al-Muthanna valt onder het commando van een Britse divisie in Basra. In principe moet het Britse hoofdkwartier de Nederlanders dus voorzien van inlichtingen. Maar niet zelden krijgen de Nederlanders te horen dat de informatie `alleen voor Amerikaanse en Britse ogen' bestemd is. In september vragen de Amerikanen de Nederlandse commandant Dick Swijgman om bij de Saoedische grens een kijkje te gaan nemen. Op zijn vraag wat de patrouille daar kan aantreffen, krijgt de overste echter geen antwoord. Swijgman weigert daarom te gaan. Kort daarop krijgt hij de inlichtingen alsnog.

Dat Nederland niet op de hoogte wordt gehouden is niet zo vreemd als het lijkt. In de wereld van de militaire inlichtingendiensten geldt het principe van quid pro quo. Wie zelf beschikt over informatie, kan die uitruilen tegen andere waardevolle inlichtingen. Maar Nederland heeft nauwelijks iets te ruilen. Ze heeft geen `middelen' in Irak om inlichtingen te vergaren. Een Orion-patrouillevliegtuig van de marine dat vanuit de Golf verkenningen uitvoerde boven Afghanistan, is in juni teruggehaald naar Nederland. De Orions worden verkocht, zo is de bedoeling. De bezuinigingsmaatregel is politiek omstreden. Het laatste wat Defensie wil is dat het vliegtuig zijn nut bewijst boven Irak.

Maar de Tweede Kamer denkt daar anders over. Zowel CDA, VVD als PvdA hebben schriftelijke vragen gesteld over het gebrek aan intelligence. De Kamerleden Eurlings (CDA) en Wilders (VVD) vinden dat als er geen keiharde garanties van de Britten komen, de Nederlanders zelf inlichtingen moeten verzamelen desnoods met een Orion. De politieke druk is belangrijk, omdat Nederland moet beslissen over het verlengen van de missie in Irak. De parlementaire goedkeuring is een `stok achter de deur' in de gesprekken met de Britten, zegt Chef-Defensiestaf Kroon op 18 november tijdens een gesprek met de voorzitters van de vakbonden voor defensiepersoneel. Met de informatievoorziening zit het goed, zegt Kroon. Veel méér om de troepen te beschermen kan er niet worden gedaan: de nieuwe ,,dreigingsappreciatie'' die Defensie na de aanslag op de Italianen heeft gemaakt, levert volgens Kroon ,,vooralsnog geen nieuwe inzichten'' op. Extra inzet, zoals van een Orion, is niet nodig.

Kroon lijkt gelijk te krijgen. Op 24 november schrijft minister van Defensie Kamp aan de Kamer dat er ,,zeer recent (...) intensief'' met de Britten is gesproken en dat mede daardoor, de ,,uitwisseling van inlichtingen en verkenningsinformatie over de lokale veiligheidssituatie is verbeterd''.

Maar ondanks de toezeggingen van de Britten twijfelt het kabinet. Op 21 november heeft de ministerraad geen besluit genomen. Het kabinet wil meer informatie, zegt premier Balkenende. De week daarop, op dinsdag 25 november, worden verschillende ministers daarover apart gebrieft door Kamp. De volgende dag lekt uit dat Defensie besloten heeft tóch versterkingen te sturen: geen Orions, maar 70 commando's van de landmacht. De special forces moeten informatie verzamelen in het zuidelijke woestijngebied. Die vrijdag gaat de ministerraad akkoord.

De mariniers in Irak staan niet te juichen over de komst van de commando's. Sterker nog, volgens diverse bronnen bij Defensie ontstaat er grote irritatie bij het detachement in Al-Muthanna. In de publiciteit heet het dat de commando's de mariniers gaan `beschermen' tegen aanslagen. Dat valt slecht bij de elitesoldaten van het Korps Mariniers, waarvan velen zélf een commando-opleiding hebben gevolgd. Patrouilles van het korps voeren bovendien al verkenningen uit in de woestijn. Waarom niet zijn er niet gewoon extra mariniers gestuurd?

Er is nog iets dat steekt. Den Haag heeft heeft tot inzet van de commando's besloten zonder overleg met de commandant ter plaatse, overste Richard Oppelaar.

Die gang van zaken wijkt nogal af van de geldende militaire doctrine dat de `operationele commandant' een belangrijke stem moet hebben in hoe de missie wordt uitgevoerd. Als er ook nog verschil van mening ontstaat over wie het bevel krijgt over de commando's Den Haag of het hoofdkwartier van de mariniers in As-Samawah - schrijft de commandant van het Korps Mariniers in Rotterdam, generaal-majoor W. Prins, een boze brief aan de Defensiestaf. Operational command moet voorop staan, schrijft Prins. Als de commando's dan toch zo nodig naar Irak moeten, dan wél onder het bevel van Oppelaar.

Het ministerie van Defensie bevestigt dat de mariniers niet om de commando's hebben gevraagd. Dit is ook niet per se nodig, aldus een woordvoerder. De Defensiestaf heeft een ,,breder beeld'' dan de commandant ter plaatse. Morgen brieft minister Kamp de Kamer over de veiligheidssituatie in Irak. Daarbij zal de minister ook ingaan op luchtverkenningen, zo heeft hij aangekondigd. De commando's zijn intussen al onderweg naar Al-Muthanna.

    • Steven Derix