Typisch Nederlandse muziek bestaat niet

Komend weekend vindt in Utrecht de veertiende editie plaats van de Nederlandse Muziekdagen. Programmeur is Willem Breuker. ,,Muziek van Nederlandse bodem heeft internationaal nooit veel voorgesteld.''

In zijn Amsterdamse woonkamer bestudeert Willem Breuker tevreden het programma van `zijn' Nederlandse Muziekdagen. Het programma beslaat komend weekend drie dagen in en om het door Arnhemse kunststudenten aangeklede muziekcentrum Vredenburg, waarvan zelfs de goederenlift voor privéconcertjes wordt benut. ,,Natuurlijk is het in overleg met de deelnemende omroeporkesten altijd passen, meten en compromissen sluiten. Maar op míjn muziekdagen zal het publiek in elk geval leuke, afwisselende avonden beleven. In Vredenburg gaan de stoelen uit de concertzaal, en komen er kleine tafeltjes – zoals in een nachtclub. Van mij mag ook iedereen zijn drankje meebrengen, en lekker roken. Maar ik vrees dat ik die plannen er niet door zal krijgen.''

Als componist en musicus staat Willem Breuker (1944) al veertig jaar voor eigenzinnige muziek én meningen. Toch oogt zijn invulling van de Muziekdagen na eerdere edities door Han Reiziger (1998), Jan van Vlijmen (1999), Leo Samama (2001) en Lucas Vis (2002) op het eerste gezicht verrassend behoudend. Met werken van componisten als Zuidam, Ketting, Zimmermann, Ter Veldhuis, Andriessen, Twaalfhoven en Ten Holt komt in elk geval een maximaal breed spectrum aan componisten aan bod. Breukers eigen hand als musicus en componist is slechts op zondagmiddag éénmaal vertegenwoordigd; in de collagecompositie Dwarsdoorsnede waarin verschillende Nederlandse thema's opduiken. Breuker: ,,Dat wordt meteen een soort spel. Wie de meeste bronnen herkent, wint. De prijs is nog onzeker. Een nacht met André Rieu, misschien?''

Al hebben de drie Nederlandse Muziekdagen voor de vorm wel motto's meegekregen (Coup spectacle, Kan het nog erger?), een rode draad laat zich lastig opsporen. ,,De enige rode draad is mijn persoonlijk wansmaak'', lacht Breuker. ,,Ik ben geen themamens. Een `thema' zegt alleen iets over de associaties die één iemand aan gekozen stukken verbindt. Maar ik heb natuurlijk wel criteria gehanteerd. Een symfonie van veertig minuten kost een half programma; daar bewijs je niemand een dienst mee. Mijn gekozen stukken duren nooit langer dan een kwartier. Voor de afwisseling contrasteren ze onderling zoveel mogelijk. Bovendien moesten het werken zijn waarvan ik écht vond dat ze weer eens gespeeld moesten worden. De Piet Hein Rapsodie (1901) van Peter van Anrooy is een draak, maar wel een goed gemaakte draak. Ton de Leeuws meesterlijke Movements rétrogrades (1957) worden volkomen ten onrechte nooit meer uitgevoerd. Maar al met al viel de selectie me niet mee. Componisten hebben me letterlijk bestookt met bandjes en e-mails.''

Oorspronkelijk was het wél Breukers bedoeling thema's te hanteren. ,,Het leek me leuk iets te doen met de jaren dertig; Weill, Eisler. Maar daar bestonden geen Nederlandse equivalenten van.'' Uiteindelijk resteert van het beoogde thema alleen De Arbeid (1931) van Marius Monnikendam, dat zondagavond wordt gespeeld door het Radio Symfonie Orkest. Een relatief grote rol speelt ook Jaap Kool (1892-1959), nu vergeten, maar in zijn tijd een bekend en in Berlijn werkzaam componist. ,,Die onbekendheid heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat Kool in 1942 de baas werd van de Nederlandse Kameropera in Den Haag. Foute boel.''

Van Kool klinken op vrijdagavond in een filmmuziekprogramma met het Metropole Orkest onder Lucas Vis het Concerto Grosso für Jazzorchestra (1926), Chinatanz en Pizzicato, werken die visueel worden aangevuld met een filmmontage van Martin de Ruiter. Voor datzelfde concertprogramma dook Breuker oude reclamefilmpjes op in het Filmmuseum, waarvoor door Bob Zimmermann, Dolf de Kinkelder en Sinta Wullur nieuwe muziek werd gemaakt. ,,Ongelooflijk grappige, truttige filmpjes over tabak en tulpen'', zegt Breuker. ,,Dat geeft de mensen iets te lachen. Maar in ernst: filmmuziek is in Nederland een ondergewaardeerd genre. Men vindt hier dat je filmmuziek zonder film door de wc kunt spoelen. Maar veel filmmuziek blijft ook zonder beelden overeind.''

Breukers Muziekdagen bieden een panoramische blik op het Nederlands muzikaal landschap, maar als samensteller blijft hij kritisch. ,,Laten we wel zijn; muziek van Nederlandse bodem heeft internationaal nooit veel voorgesteld. Iedereen kent Sweelinck, maar daarna houdt het op. Er is hier wel veel aardige muziek gecomponeerd, maar weinig echt originele. Nederland is een land van koopmansgeesten, niet van meestercomponisten. Zo is ons temperament, en zo is ook ons klimaat.''

Een typisch Nederlands muzikaal geluid bestaat ook niet, vindt Breuker. ,,Wel zijn er hier duidelijke componeerscholen. Begin deze eeuw was Willem Pijper dominant, later de Haagse school van Louis Andriessen. Die bloeit nog steeds volop. Dat navolgen in één idioom vind ik weinig oorspronkelijk, maar ik begrijp het wel. Met werken in een geaccepteerd idioom scoor je subsidies, uitgaven en uitvoeringen. Ik erger me niet, ik signaleer alleen. Iedereen moet componeren op de manier die hem gelukkig maakt.''

Nederlandse Muziekdagen: 12 t/m 14/12 Vredenburg, Utrecht. Inl.:www.vredenburg.nl; www.nederlandsemuziekdagen.nl en (030) 2314544

    • Mischa Spel