Poetin - goede president met te veel macht

De Russische president Poetin oefent meer macht uit dan enige andere democratische leider is toegestaan. De democratische controle schiet echter tekort, en dit stemt tot bezorgdheid, vindt Nina L. Khrushcheva.

Verkiezingen in Rusland zijn meestal een teken van een politieke crisis: zo leek in 1996 bijvoorbeeld de herverkiezing van Boris Jeltsin tot president een herrijzing van de communisten tegen te houden – niet door revolutie maar via de stembus. De verkiezingen voor de Staatsdoema (het lagerhuis van het Russische parlement) gaan er normaal vrij rustig aan toe, en de zojuist afgesloten campagne en Doema-verkiezingen waren inderdaad een stille – doodstille – affaire.

President Vladimir Poetin is in Rusland tegenwoordig zo almachtig dat de Doema-verkiezingen zelfs amper opgevallen zouden zijn – zowel in Rusland als in de rest van de wereld – zonder de arrestatie en opsluiting dit najaar van Michail Chodorkovski, de oliemagnaat die zijn geld durfde te zetten op twee liberale partijen die oppositie tegen Poetin voerden. De arrestatie van Chodorkovski liet de gewone Russen koud, want die hebben in hun moeilijke leven steeds minder belangstelling voor verkiezingen. Maar zijn arrestatie schokte wel het internationale vertrouwen in Poetin en deed andere oligarchen en democratische hervormers in Rusland ernstig voor hun vrijheden vrezen.

Hoe groter de macht, hoe gevaarlijker het misbruik, zei Edmund Burke in 1771. Poetin oefent meer macht uit dan enige andere democratisch gekozen leider wordt toegestaan en de manier waarop hij deze uitoefent baart inmiddels ernstige zorgen. De uitspraak van Lord Acton over de corrumperende uitwerking van macht is nog niet van toepassing; de waarschuwing van Burke wel.

Het presidentschap dat Boris Jeltsin zich tien jaar geleden aanmat nog verder opgetuigd toen Jeltsins tanks in 1993 een weerspannige Doema beschoten – geeft Poetin verbazende vrijheid van handelen zonder zich te hoeven verantwoorden. Anders dan de president van Amerika of Mexico hoeft hij geen congres te paaien dat zich verschanst achter de borstwering van grondwettelijk gescheiden machten.

Anders dan een Britse of Spaanse premier kan hij niet worden afgezet door een motie van wantrouwen. Anders dan de Duitse kanselier is hij niet geketend aan een coalitiepartner die hem kan beletten om te ver te gaan. Anders dan Berlusconi in Italië, Lula in Brazilië en Koizumi in Japan, hoeft hij geen binnenbranden in zijn eigen partij te blussen.

Bij de enorme macht van het Russische presidentschap komt nog eens Poetins eigen koele karakter en de bekendheid uit zijn KGB-jaren met de subtiele machtsverhoudingen binnen de Russische bureaucratie. Dit is allemaal niet per se verkeerd: de zware tijden in Rusland vereisen een regering die doortastend op kan treden. Maar Poetins macht raakt de grenzen van wat in een democratie toelaatbaar is.

De greep van Jeltsin op de overheid is nooit zo totaal geweest als die van Poetin. Niets ontsnapt aan het oog van het Kremlin – of het nu om de restauratie van gebouwen in Sint-Petersburg of de benoeming van onbeduidende Russische gezanten in het buitenland gaat. Als er zoveel macht op één plaats is geconcentreerd, is het verleidelijk kritiek op de manier waarop die macht wordt gebruikt het zwijgen op te leggen.

De meeste klachten over Poetin richten zich op zijn pogingen onafhankelijke kritiek te smoren. Toen hij de oligarchen Boris Berezovski en Vladimir Goesinski bedwong die zich verzetten tegen zijn `regeling' om de rijkste mannen van Rusland hun zakenimperiums te laten houden, hoe oneerlijk ze daar ook aan gekomen waren, mits ze uit de politiek wegbleven legde Poetin inderdaad de media-imperiums aan banden waarmee beide mannen hun voordeel deden. In een land waar de president de leiding van de staatstelevisie en alle radiozenders benoemt, is kritiek niet zo overvloedig dat er best iets van gemist kan worden.

Maar het persbeleid van Poetin vormt geen beletsel om hem in maart aanstaande niet te herkiezen, mocht hij zich weer kandidaat stellen. Wat de grote beleidsvragen betreft in tegenstelling tot de duistere hoekjes van het eigenbelang kan Poetin nog altijd als een goede president worden beschouwd.

In het buitenland laat hij Rusland steeds nauwer samenwerken met het Westen: in de `oorlog tegen terreur' en de aanpak van Noord-Korea loopt zijn beleid voor een groot deel parallel met dat van Amerika; op andere terreinen blijft de retoriek over `onafhankelijkheid' weerklinken, maar de werkelijke twijfel over de vraag wie een betrouwbare partner voor het Westen is richt zich op het ogenblik meer op het Duitsland van Gerhard Schröder dan op het Rusland van Poetin.

In eigen land heeft Poetin meestal gedaan wat goed was voor de Russische economie, waarbij zijn regering lang genoeg aan de macht is gebleven om de vruchten van een consistent beleid plukken. Zijn denkbeeld van een ,,dictatuur van de wet'' spreekt genoeg Russen aan om hem een stevige greep op het politieke midden te geven.

Het zorgelijke aan het bewind van Poetin is zijn onvermogen de Russische overheid transparanter te maken. Alle overeenkomsten zijn vertrouwelijk. Wetten verschijnen als bij toverslag. Niemand weet of de president de arrestatie van Chodorkovski heeft bevolen of ook maar heeft stilgestaan bij het verwoestende effect dat deze onvermijdelijk zou hebben op de investeringen in Rusland. Doordat de politieke besluitvorming zo in het duister blijft, is het probleem hierbij dat de ontelbare machtsgroeperingen in Rusland nooit ter verantwoording worden geroepen.

Welke `afspraak' is er bijvoorbeeld gemaakt met de Russische kernindustrie, zodat deze kerncentrales in Iran mag blijven bouwen? Niemand die het weet. Zou het leger met zoveel succes hervormingen kunnen traineren als het openlijk moest handelen? In zijn pogingen `resultaat te boeken' doet Poetin liever direct zaken met machtige bedrijfstakken en belangengroepen dan dat hij wetten door een nogal tamme Doema loodst.

De ogenschijnlijke onvermijdelijkheid dat Poetin komend voorjaar wordt herkozen rechtvaardigt de bezorgdheid over de manier waarop hij macht uitoefent. Poetin zou de dankbaarheid van toekomstige Russen kunnen verwerven door nog eens rustig zijn bevoegdheden te overzien.

Macht wordt het beste gecontroleerd door democratisch gekozen instellingen – door een Doema met echte macht en een rechterlijke macht met echte tanden – niet door handeltjes met belangengroepen en militair-industriële kliekjes, of door de regering vol te stouwen met ex-KGB'ers die alleen maar kunnen intimideren, nooit informeren. Poetin zou moeten erkennen dat juist de omvang van zijn presidentiële macht vereist dat de donkerste hoeken van de besluitvorming in het Kremlin aan het daglicht worden blootgesteld.

Nina Khrushcheva is verbonden aan de New School University te New York.