IJdele linkspoten

Robin van Persie kijkt zondagochtend in de spiegel. De ogen zien de donkere kraalogen, het lange gezicht en de eigenwijze mond. Maar voor alles is er het zwarte haar. De donkere slagen zijn door het gedraai op het kussen uit de plooi geraakt. Een lichte paniek maakt zich meester van de linksbuiten. Snel een lauwe douche en aan het werk. Kammen, een lik pommade, een handvol gel, föhnen, wie zal het zeggen? Robin van Persie is een ijdeltuit par excellence. Zoals hij de bewegingen met zijn linkervoet al jaren perfectioneert, zo onberispelijk moet ook zijn haar zitten. Het is een licht opgekamde coupe, niet helemaal van deze tijd waarin Beckham het voorbeeld geeft met kleurspoeling en meisjesstaart.

Van het zwarte haar van Coen Moulijn is niet veel meer over. Bovenop wappert een enkel zilver draadje in de wind en aan de flanken herinneren wat doffe plukken aan de tijd dat Coen in de jaren vijftig met een hippe borstelkop langs de zijlijn stoof. Hij was een tengere jongen, maar stond trots als een pauw in het veld. Hij zat graag aan de elastieken rand van zijn broekje zoals Van Persie na een actie altijd even zijn pijp naar beneden trekt.

Moulijn en Van Persie, de ijdele linkspoten.

In de wedstrijd tegen ADO Den Haag scoorde Robin van Persie twee keer met het hoofd. Bij Vennegoor of Hesselink in de spits bij PSV kijken we daar niet van op. Het is zijn specialiteit en hij heeft zijn haardracht erop aangepast. Hij heeft geen kapsel. Van Persie spreekt liever met de voeten. Gisteren kon het niet anders, het hoofd moest naar de bal. Een keer scheerde de bal lichtjes over de kruin en belandde in de bovenhoek. In een reflex moet Van Persie zijn haar goed hebben gedaan. Bij zijn standbeeldachtige pose voor de juichende tribune, kon ik althans geen afwijkend lokje ontdekken. Een voetbalplaatje.

Coen Moulijn had een hekel aan koppen. Hij zag het gekleun van de zware jongens als Theo Laseroms en Willem van Hanegem met lede ogen aan. Op het bijveld van de Kuip stond een kopgalg, een staalcontructie met een bal aan een touw. Coen liet het hoofd al hangen als hij er bij het inlopen onderdoor liep. Van trainer Ernst Happel hoefde Coen nooit te koppen. Hij mocht manisch trainen met de bal, op de snelheid van de eerste tien meter.

Moulijn herinnert zich nog vaag een uitwedstrijd tegen Telstar. Coen stond toevallig voor het doel, toevallig viel er een extra zuchtje zeewind in het lage stadion en toevallig stuitte de bal via zijn hoofd – dichtgeknepen ogen, van pijn vertrokken gezicht – over de doellijn. Net bekomen van de schrik kon hij de pers met gepaste bluf melden dat hij altijd al sterk was geweest in de lucht. Een variant op: altijd goed voor een kopballetje.

Moulijn zat gisteren met een prachtig kostuum uit de eigen kledingzaak in de Kuip op de tribune en zag de twee kopballen van Robin van Persie. Goede timing, meende mister Feyenoord. Het zou hem vroeger nooit gelukt zijn. Van Persie speelde volgens Moulijn linkerspits en later op het middenveld. Dat had hij ook goed gezien, die oude Moulijn. Alles op het veld lijkt nu anders. Ach, natuurlijk, de linksbuiten is geen linksbuiten meer.

Wat maakt het uit, als je haar maar goed zit.

Wilfried de Jong is televisiemaker en schrijver

    • Wilfried de Jong