Friesch Dagblad

[...] De geboorte van een nieuwe telg van het Oranjehuis was in het verleden reden voor veel vreugde in het land. In 1938, toen prinses Beatrix werd geboren, staken op die maandag 31 januari veel burgers de vlag uit. En in de dorpen en steden kwamen de fanfares bij elkaar om op straat het Wilhelmus te spelen. De mensen kwamen uit hun huizen om het volkslied mee te zingen. Schoolkinderen kregen die middag vrij en er ontstonden spontane volksfeesten, soms gepaard gaande met vreugdevuren.

... blijdschap en dankbaarheid Het is allemaal anders geworden, zo lijkt het: mensen gaan de straat niet meer op, maar kijken massaal naar de televisie of luisteren naar de radio. De `ontvangst' van de prinses is ook anders: al voor de geboorte werd er openlijk gesproken over de vraag of de jongste telg ooit op de troon zou zitten: hebben we over dertig jaar nog wel een staatsbestel waarin de vorst het hoofd van de regering is?

Het spreken over de`'onmogelijkheid' van een bestel zoals we dat nu kennen, staat in schril contrast met de beleving van het koningshuis enkele decennia geleden. Er zit in dat spreken vaak een modieuze ondertoon van ontkenning van het belang van nationale eenheid rondom een persoon, geworteld in de geschiedenis van volk en land.

De betekenis van het koninghuis behoeft geen betoog. Dat bleek bijvoorbeeld bij de ramp in Enschede, toen de koningin op bezoek ging bij de buurtbewoners. Voor al degenen die getuige waren van die ontmoetingen was het duidelijk dat de belangstelling van koningin Beatrix van grote waarde was voor de getroffenen. Geen hulpverlener, gezagsdrager of familielid kon de rol vervullen die de koningin op dat moment had.

Het modieuze geklets over het afschaffen van de monarchie is in feite een ontkenning van de werkelijkheid waarin zeer veel mensen leven. Gelukkig horen we hen even minder, tijdens de feestroes vanwege de geboorte en overheersen blijdschap en medeleven bij de meeste Nederlanders. En hopelijk blijven ze weg uit de media, met hun zuur gezeur en quasi democratische opvattingen.

Dezer dagen blijkt hoezeer Nederland en zijn vorstenhuis verbonden zijn. Niet uit een blinde afhankelijkheid of uit een gevoel van sentimentaliteit, maar uit de overtuiging dat een volk een eenheidstichtend centrum moet hebben. Aan dat centrum is nu een nieuwe loot toegevoegd; de lijn der geslachten wordt voortgezet.

De koninklijke familie en het Nederlandse volk mogen daar `dankbaar en gelukkig' voor zijn.