Deel van zwemploeg presteert ondermaats

Verrassingen bleven dit weekeinde uit in Drachten, waar de nationale zwemtop de eerste kans kreeg zich definitief te verzekeren van olympische deelname.

Hoe vaak moet hij nog het juiste voorbeeld geven? Wie het opgeruime gemoed van Pieter van den Hoogenband wil verstoren, moet hem deze vraag voorleggen. Succes verzekerd. Noodgedwongen heeft het boegbeeld van het nationale zwemmen zich verzoend met de gedachte dat topzwemmen een vak is dat in Nederland door slechts een handjevol geestverwanten wordt verstaan.

In Drachten, bij de Olympic Challenge Meet in zwembad De Welle, demonstreerde Van den Hoogenband dit weekeinde maar weer eens zijn eenzame klasse. Met speels gemak voldeed het 25-jarige zondagskind uit Geldrop aan de opdracht die hij zichzelf had gesteld: zowel op de 50, 100 als 200 meter vrije slag bleef de tweevoudig olympisch kampioen ruimschoots binnen de door de zwembond en sportkoepel NOC*NSF gestelde marges voor uitzending naar de Spelen in Athene (2004).

Hetzelfde deed Van den Hoogenbands ploeggenoot Joris Keizer. Op de 100 meter vlinderslag, een nummer dat de laatste jaren een spectaculaire ontwikkeling doormaakt, kwam de 24-jarige student technische natuurkunde tot 53,34. Hij had 53,63 nodig.

Het waren de schaarse lichtpunten van een weekeinde dat ten overvloede onderstreepte dat het Nederlandse topzwemmen er minder florissant voorstaat dan de optimisten willen doen geloven. Na de EK kortebaan (25 meter), vanaf donderdag in Dublin, volgt over ruim anderhalve week bij de winterkampioenschappen in Dordrecht een tweede kans om zich vroegtijdig te kwalificeren. Medio april, bij de NK in Amsterdam, `sluit' de markt.

Bemoedigend nieuws daarentegen kwam de afgelopen dagen vanuit de westkust van de Verenigde Staten, waar de vijf zwemmers sterke Nederlandse delegatie de internationale competitie opzocht en deelnam aan de Open Amerikaanse kampioenschappen in Federal Way. Met name Thijs van Valkengoed en Marleen Veldhuis, beiden lid van Topzwemmen Amsterdam (TZA), weerden zich kranig. Beiden voldeden aan de olympische limiet, op respectievelijk de 100 en 200 meter schoolslag, en de 50, 100 en 200 vrij. Hun clubgenoot Johan Kenkhuis toonde in een speciaal aangevraagde timetrial vormbehoud op de 50 vrij.

Vooral de ontbolstering van Van Valkengoed, goed voor twee Nederlandse records (100 en 200 school), komt als geroepen. Tijdens zijn internationale debuut, afgelopen zomer bij de WK in Barcelona, ging de 20-jarige schoolslagspecialist uit Lelystad aan plankenkoorts ten onder. ,,Thijs heeft een prestatieve stap gemaakt, en is daarnaast ook als sporter mentaal gegroeid'', meende TZA-voorzitter Cees Vervoorn gisteren. ,,Want wie bij de US Open wint, is straks niet bang meer.''

De oud-topzwemmer en -coach is realistisch genoeg om niet te vroeg te gaan juichen, maar telt zijn zegeningen. ,,Voor de WK in Barcelona plaatsten onze zwemmers zich pas op het allerlaatste moment. Nu is het gros ruim van tevoren verzekerd van `Athene'. Dat geeft rust en vertrouwen, en beschouw ik als pure winst.''

Ook bondscoach André Cats weigerde zich gisteren in zijn thuisbad te laten verleiden tot zwartgallige bespiegelingen. Maar: ,,Als de rit naar `Athene' tien haltes telt, zijn we nu bij halte twee aanbeland. Van de beoogde passagiers zijn de meesten op tijd ingestapt. Een aantal heeft de bus echter gemist, en is daardoor veroordeeld tot een inhaalrace.''

Over zijn twee roergangers, Van den Hoogenband én Inge de Bruijn, hoeft de Fries zich geen zorgen te maken, want ook vanuit de Verenigde Staten sijpelen opbeurende berichten door. Anderhalve maand geleden verzoende de zwemdiva uit Barendrecht zich met de coach, wiens compromisloze aanpak haar in Sydney (2000) drie gouden olympische medailles opleverde: drillinstructor Paul Bergen. ,,Inge is terug in de race'', weet Vervoorn, die intensief contact onderhoudt met Bergen.

Maar zorgenkinderen heeft Cats ook, in overvloed zelfs. Kopman Van den Hoogenband loste zaterdag alvast een waarschuwingsschot. ,,Als straks (bij de NK in april, red.) blijkt dat we tekort komen voor een podiumplaats, dan zwem ik geen estafette'', zei hij in deze krant. Cats onderschrijft de noodkreet van VdH. ,,Nog niet zo lang geleden volstond een `lage vijftiger' in de estafette, tegenwoordig is `een 49'er' de internationale norm.'' Cats heeft die woorden amper uitgesproken of de acht finalisten op het koningsnummer (100 vrij), aangevoerd door Klaas-Erik Zwering (50,65), spoelen aan in een één voor één tegenvallende tijd.

Voor Zwering geldt een verzachtende omstandigheid. Op last van Jacco Verhaeren heeft zijn 22-jarige pupil zijn specialiteit de rugslag ,,voorlopig in de ijskast gezet'', en is het accent verschoven naar de vrije slag. Verhaeren: ,,Het gat met de internationale top is en blijft te groot. Daarom hebben we besloten de bakens te verzetten.''

Maar zelfs achter Zwering gaapt een diepe kloof. Het is de kern van hét probleem van het Nederlandse zwemmen, stelt Verhaeren. ,,Het is niet alleen Pieter en dan een hele tijd niets, het is ook Klaas en dan een hele tijd niets. Wat ik hier graag had willen zien, was een relatief onbekende jeugdzwemmer die zijn kansen ruikt én pakt. Maar dat gebeurt niet, verre van dat zelfs.''