Burger is beste bewaker goed gedrag

Het kabinet wilde weten welke gemeenschappelijke waarden de Nederlandse samenleving binden en waarover conflict zou kunnen ontstaan. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid gaf een duidelijk antwoord.

Premier Balkenende kreeg vanochtend steun voor zijn opvatting over de essentie van de Nederlandse normen en waarden. Die ligt namelijk besloten in de democratie en de rechtstaat, zo heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) vastgesteld. Interessant wordt het bij de vraag wat daarbinnen wel en niet mogelijk is, en hoe ver de overheid mag gaan om deze bijbehorende normen en waarden bij burgers te bevorderen.

Het rapport `Waarden, normen en de last van het gedrag' is het eerste rapport dat de WRR maakte op verzoek van Balkenende. Het verzoek kwam een paar weken nadat het eerste kabinet onder zijn naam, met de LPF, vorig jaar oktober viel. Met het oog op het grote maatschappelijke debat over normen en waarden dat de premier had aangekondigd, wilde het kabinet van de WRR weten welke gemeenschappelijke waarden de Nederlandse samenleving eigenlijk binden en waarover conflict zou ontstaan. Dat gebeurde tegen de achtergrond van de gedachte dat normbesef en waardengevoel in de samenleving in verval waren. Toenemende onverschilligheid, criminaliteit en cultuurverschillen dienden gekeerd te worden.

Ruim een jaar later heeft de WRR een duidelijk antwoord. Er is geen crisis in het waardenbesef in de samenleving. Het rapport schetst geen doemscenario waarin ,,totale verloedering dreigt'', zoals WRR-onderzoeksleider Cees Schuyt het bij de presentatie formuleerde. De WRR is ook duidelijk over de samenbindende waarden. Er is, zo constateert de raad, in de samenleving namelijk brede overeenstemming dat die geleverd worden door democratie en rechtstaat.

Over de achtergronden daarvan is de raad uitgesproken. Die rechtstaat komt voort uit de `grondwaarden van de westerse cultuur'. De WRR rekent daartoe met name waarden van de Verlichting: toekomstgeloof, gelijkheid, rede en redelijkheid, universaliteit, persoonlijke vrijheid en rechtvaardigheid.

Dat betekent dat er ook ,,tegenwaarden'' zijn die er nadrukkelijk níet bij horen. Daartoe behoren volgens de WRR eerbied voor het verleden, hiërarchie, traditie, particularisme en collectiviteit en privileges (het rijtje is van directeur Schnabel van het Sociaal en Cultureel Planbureau). Volgens de WRR vallen daarom zowel ,,bepaalde islamitische geloofsculturen'' als nieuwe conservatieve bewegingen die zich tegen de Verlichtingswaarden keren, niet onder die cultuur.

In overeemstemming met de verwijzing naar de Verlichtingswaarden analyseert de de WRR zowel de aanleiding als de beperking van een normen- en waardenoffensief dat de overheid kan voeren. Enerzijds komt de discussie voort uit ,,onzekerheid'' die het gevolg is van wegvallende tradities en opkomend individualisme. Niet het waardenbesef zelf is het probleem, maar de mate waarin mensen zich er naar gedragen. Anderzijds hoort bij de Verlichting pluriformiteit en tolerantie, die het onmogelijk maken van bovenaf normen en waarden vast te leggen. ,,Het is weinig zinvol indien een overheid een algemeen beleid van waarden en normen zou ontwikkelen'', aldus het rapport.

Daarbij speelt volgens de WRR ook een rol dat maatschappelijke organisaties zich zelf rekenschap dienen te geven van hun invloed. Zo keert de raad zich tegen recente aanbevelingen van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling om de pers jaarlijks een mediapolitiek verantwoordingsdebat te laten voeren. Er is wel een probleem, namelijk dat met name omroepen zich steeds meer laten leiden door kijkcijfers en competitie, maar media dienen zich volgens de WRR toch zelf te bezinnen op hun ,,hoofdverantwoordelijkheden''.

In het algemeen dient de overheid zich volgens het WRR-rapport ,,zeer terughoudend'' op te stellen met een normen- en waardenoffensief. De aandacht moet uit de samenleving zélf voortkomen. Geen overheidsregels dus tegen spugen in de tram, wel neer aandacht voor gedrag in de publieke ruimte op school. Niet in een apart vak voor `waarden en normen', daar is de WRR tegen, er moet een ,,moreel klimaat'' ontstaan door aandacht hiervoor in álle vakken.

Wel is volgens WWR een ,,grote en langdurige inspanning'' nodig ,,waar het geloof in de normen zelf is aangetast''. Maar daarbij gaat het dan om een relatief kleine groep mannelijke adolescenten en jongvolwassenen. Geweld en agressie op school, de straat, het verkeer, het openbaar vervoer en de voetbalstadions, wordt voor een groot deel gepleegd door mannen tussen de 15 en de 30, zo haalt de WRR eerder onderzoek aan.

Premier Balkenende sloot zich vanmorgen in grote lijn meteen bij het rapport aan, vooruitlopend op de officiële en uitgewerkte kabinetsreactie die begin volgend jaar wordt verwacht. Hij onderstreepte dat ook volgens het kabinet normen en waarden uit de samenleving zelf moeten komen – al meldde hij ook dat het kabinet scholen daarop in de komende maanden gaat aanspreken.

Ook ging hij niet in op de opmerkingen van de WRR over het `schemergebied' van de tolerantie. Bepaalde normen en waarden kunnen volgens de WRR wel als ongewenst worden beschouwd – zoals gearrangeerde huwelijken – maar moeten volgens de raad toch maar ,,geduld of verdragen'' worden.

    • René Moerland