Briljant in de bergen

Bij de Spaanse wielerliefhebbers was José Maria Jiménez erg geliefd. Een charmante jongen die lange tijd gold als een supertalent, een renner die altijd de aanval koos en die in de bergen soms ongenaakbaar was: vier keer (1997, '98, '99 en 2001) won hij het bergklassement in de Ronde van Spanje. Hij was een klimmer in de traditie van andere grote Castilianen: Ocaña, Bahamontes, Delgado, Julio Jimenez en Angel Arroyo. Zwaar depressief liet hij de wielersport begin vorig jaar achter zich. In de nacht van zaterdag op zondag overleed `Chava' in een psychiatrische kliniek in Madrid aan een hartstilstand, pas 32 jaar oud.

Jimenez zou vandaag begraven worden in zijn geboortedorp, El Barraco. Begin jaren tachtig juichten de mensen daar voor hun dorpsgenoot Arroyo. Die won in 1982 de Vuelta, maar na een positieve controle werd hij gediskwalificeerd. Een jaar later werd Arroyo tweede in de Tour de France, achter Laurent Fignon, en voor Peter Winnen. In die tijd werd in El Barraco een naar Arroyo genoemde wielerclub opgericht, de Pena Ciclista Angel Arroyo, en Jimenez was een van de eerste leden. Hij wilde de nieuwe Arroyo worden.

Jiménez gold even als een potentiële Tourwinnaar, maar die paar keer dat hij meereed in Frankrijk, kwam hij niet in de buurt van het podium. Zijn beste prestatie in Frankrijk was de achtste plaats, in 1997. In de tijdrit schoot hij tekort. Toch was Jiménez in 1998, een jaar nadat hij kampioen van Spanje was geworden, dicht bij de eindoverwinning in de Ronde van Spanje. Op de slotdag werd hij door zijn landgenoot Abraham Olano uit de leiderstrui gereden. Hij werd derde.

Dat jaar was mooi begonnen voor Jiménez, met een ritzege in de etappekoers Dauphiné Libére, bovenop de Mont Ventoux, `de reus van de Provence'. In totaal won hij dat jaar zes etappes, alle met aankomst bergop. Een van zijn mooiste overwinningen was die in 1999 bovenop de Angliru, de steilste berg (hellingspercentage 23,6) op de wielerkalender. Dat jaar was `het monster van Asturië' voor het eerst opgenomen in de Vuelta. Die prestatie bovenop de bijna 1.600 meter hoge berg leverde hem een miljoen peseta's op en een Arabische volbloed.

Uiteindelijk voldeed Jiménez niet aan de hoge verwachtingen. Zijn liefde voor het nachtleven zou daarbij ook een beperkende factor zijn geweest.

Gedurende zijn hele carrière reed hij bij dezelfde ploeg, Banesto. Toen hij daar in 1993 tot de rangen van de beroepsrenners toetrad, was Miguel Indurain de kopman. De vijfvoudige Tourwinnaar was niet alleen zijn ploeggenoot, maar ook een vriend. In de winter gingen ze samen op patrijzenjacht. Indurain reageerde gisteren geschokt op het nieuws van de dood van Jiménez. ,,Ik wist dat hij problemen had, maar dacht dat het weer wat beter met hem ging'', zei Indurain. ,,Als het goed ging, ging het ook echt goed. Maar als het slecht ging, was hij er ook erg slecht aan toe.''