Beveiliging van tapkamers schiet tekort

De beveiliging van tapkamers waar de Nederlandse politie telefoons afluistert, schiet op cruciale onderdelen tekort. Beheerders hebben onvoldoende inzicht waar afgetapte informatie is opgeslagen.

Dat blijkt uit onderzoek van PriceWaterhouseCoopers in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Justitie. Bij drie van de vijf onderzochte tapkamers is volgens de onderzoekers de beveiliging zo ontoereikend dat onbevoegden de mogelijkheid hebben om inzage in bestanden te krijgen en er wijzigingen of vernietigingen in aan te brengen.

De ministers Donner (CDA, Justitie) en Remkes (VVD, Binnenlandse Zaken) hebben de korpsbeheerders van de politieregio's naar aanleiding van dit rapport opdracht gegeven om onmiddellijk maatregelen te nemen om de beveiliging van de tapkamers te verbeteren.

Uit het PWC-onderzoek kwam naar voren dat de aanvraag voor het plaatsen van taps vaak onbeveiligd per fax wordt verstuurd. De toegangscodes tot het tapsysteem waren vaak niet vastgelegd en wordt ook niet periodiek gecontroleerd. Als onbevoegden proberen toegang te krijgen, leidt dat niet automatisch tot blokkering van het account. Vaak ontbreekt het aan mechanismes om te controleren of de taps volledig zijn opgeslagen.

In een brief aan de Tweede kamer benadrukken beide ministers dat de onvolkomenheden voor zover bekend niet hebben geleid tot daadwerkelijk misbruik van de geconstateerde hiaten. De informatie wordt volgens hen alleen maar gebruikt binnen ,,een beperkte en besloten politie-omgeving.''

Modernisering van beveiliging van de tapkamers is voor veel regiokorpsen een te dure operatie, zo schrijven de ministers. Daarom komt er één landelijke taporganisatie waar halverwege 2005 alle korpsen bij moeten zijn aangesloten. De nationale recherche, de koninklijke marechaussee, de bijzondere opsporingsdiensten en tien politiekorpsen zijn daar nu al bij aangesloten.

Afgelopen september waren er vermoedens van geknoei met tapkamerverslagen in een strafzaak tegen de Turks Koerdische zakenman H.B. Zijn advocaat, Van der Plas, uitte toen al het vermoeden dat het tapmateriaal gemanipuleerd was. Twee getuige-deskundigen bevestigden dat er mogelijk met het tapmateriaal geknoeid was.

Die beschuldigingen waren aanleiding voor de Tweede Kamer om het kabinet om onderzoek naar de externe beveiliging van de tapkamers te vragen. Dat leverde geen aanwijzingen van mankementen op. Het huidige onderzoek is een vervolg op dat onderzoek en richtte zich op de interne beveiliging van de tapkamers.