Afbraak van staat in opbouw

In de Palestijnse gebieden is de noodtoestand permament. Humanitaire hulp biedt niet langer soelaas, klagen hulpverleners over Israëlische tegenwerking.

Voor het hoofdkwartier van de Palestijnse autoriteiten in Gaza-stad demonstreren honderden werkloze jongeren, woedend omdat zij zijn afgewezen als kandidaat-politieagent. De inzet: 800 banen voor rekruten die tekenen voor drie jaar dienst op de Westelijke Jordaanoever. De vacatures raken daar niet opgevuld, hier in de Gazastrook zorgen ze voor een ware stormloop. In Gaza is de armoede schrijnend en de werkloosheid bijna algemeen. Werk vind je alleen nog bij de Palestijnse autoriteiten of bij een door het buitenland gefinancierde niet-gouvernementele organisatie.

Internationale rapporten, onder andere van US-AID en de Johns Hopkins universiteit en een recent, door Israël aangevochten rapport van de speciale VN-rapporteur Ziegler, wijzen op een snel toenemende humanitaire crisis in de Palestijnse gebieden. De Johns Hopkins-studie spreekt van 22 tot 25 procent ondervoeding. Bij de hulpverleners is de frustratie groot. Een groep directeuren van VN-organisaties, waaronder het Wereldvoedsel Programma, heeft in een brief aan de Israëlische overheid gedreigd alle hulp te staken omdat de Israëlische veiligheidsmaatregelen hun werk onmogelijk maken, hun personeel in levensgevaar brengen en voor onnodige extra kosten zorgen, zo meldde de Israëlische krant Ha'aretz .

Het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) besloot twee voedselhulpprogramma's op te schorten. Die noodprogramma's waren anderhalf jaar geleden opgezet om een acute crisis het hoofd te bieden bij het begin van de Israëlische herbezetting van verscheidene Palestijnse steden. ,,We zijn nu anderhalf jaar verder en dezelfde crisistoestand duurt voort. Dit is niet langer een humanitaire crisissituatie, maar een langdurige economische ineenstorting ten gevolge van de Israëlische maatregelen. Dat zet je niet recht met humanitaire hulp'', verklaart ICRC-woordvoerder Vincent Bernard de maatregel. ,,Wij erkennen het recht van de Israëliërs om veiligheidsmaatregelen te treffen, maar zij moeten de humanitaire gevolgen van die maatregelen minimaal houden. Als zij hun troepen terugtrekken, verbetert de economische en humanitaire situatie in de Palestijnse gebieden onmiddellijk.''

Volgens het Wereldbankrapport van maart dit jaar leeft ruim 60 procent van de Palestijnse bevolking onder de absolute armoedegrens van 2 dollar per dag en is op grote schaal sprake van chronische ondervoeding. De directeur van UNRWA, de VN-organisatie voor Palestijnse vluchtelingen, Peter Hansen, zegt in zijn hoofdkwartier in Gaza dat de toestand er zeker niet op is verbeterd. ,,Het aantal bedelaars geeft aan dat de situatie nu dicht bij het breekpunt is gekomen.''

Hansen noemt het opmerkelijk dat de economie nog draait. Dat komt niet alleen doordat het Palestijnse Gezag voor veel banen zorgt, maar ook door de internationale hulp en het geld dat de Palestijnen vanuit het buitenland sturen. ,,Maar we naderen snel de rand van de afgrond. Dit is een grote humanitaire catastrofe. Er bestaat geen goede operationele definitie van het punt waarop een samenleving stopt met functioneren, maar we zien hier alleen nog de kracht van de sociale normen en de civiele gemeenschap die moeten voor orde zorgen terwijl gezagsstructuren zoals de politie en de rechtbanken het laten afweten. Onder de huidige omstandigheden komen ook familie- en clanstructuren in de verdrukking. Je ziet dat clans onderling slaags raken, het aantal gewapende botsingen en bloedvetes neemt toe. Het is een toestand van groeiende anarchie die ook humanitaire operaties onmogelijk kan maken.''

De UNRWA bereikt met zijn scholen, ziekenhuizen, sociaal werk en voedsel- en andere noodhulp anderhalf miljoen Palestijnen. Maar de organisatie heeft het ieder jaar moeilijker om de nodige middelen te krijgen. Ze krijgen momenteel minder dan de helft van wat ze vragen.

Hansens rechterhand, de Nederlandse diplomaat René Aquarone, wijst erop dat ook in Nederland de donormoeheid duidelijk merkbaar is. ,,Nederland was bij het begin van de crisis een van onze belangrijkste donors. Het gaf in 2000-2001 nog 13,5 miljoen dollar, het was lichtend voorbeeld voor de anderen. Maar in 2002 liep dat terug tot 5 miljoen, en voor dit jaar is er helemaal niets voorzien voor het noodhulpprogramma voor de Palestijse gebieden.''

Naast de officiële internationale hulporganisaties is ook een aantal ngo's in Palestina actief, seculiere en islamitische organisaties die vaak bindingen hebben met politieke bewegingen. De laatste zitten helemaal in de verdrukking: zij hebben ook te maken met maatregelen van de Palestijnse autoriteiten. In augustus zijn onder zware Amerikaanse druk de banktegoeden bevroren van 17 islamitische liefdadigheidsorganisaties die ervan worden verdacht ook te dienen als doorgeefluik van geld naar moslim-extremistische groepen.

Een van de islamitische hulporganisaties die zo zijn aangepakt is de Jamayya al-Salah al-Islami, een grote organisatie die tot voor kort in de hele Gazastrook actief was. Haar activiteiten hebben sterk te lijden onder de maatregelen. Rida, een weduwe met zes kinderen wier man tien jaar geleden is overleden, kan ervan meepraten. Zij kreeg tot voor een paar maanden regelmatig steun van de Jamayya al-Salah, maar nu is dat afgelopen. De familie is een maand geleden door de eigenaar van haar huis op straat gezet toen deze een betalende huurder vond. ,,Aangezien hij zelf helemaal berooid is had hij geen andere keuze'', zegt Rida. Ze huist nu, met haar kinderen en haar blinde vader, in twee kamertjes, een tijdelijk onderdak dat de UNRWA haar ter beschikking stelt. Ze hebben twee plastic stoelen en nog wat potten en ander huisraad dat buiten op een plaatsje in het rond ligt. ,,Volgens het buitenland is al-Salah een terroristische organisatie, maar daar is niets van waar'', zegt Rida. ,,Zij helpen iedereen, of je nu een een martelaar in de familie hebt [een verwijzing naar de daders van zelfmoordaanslagen] of niet.''

    • Wilfried Bossier