Vrouwen

Alleen al om mijn boeken over sportgeschiedenis te kunnen bergen, heb ik een groter huis nodig, maar toch kom ik er maar niet achter wie de eerste vrouwelijke sportjournalist in Nederland was.

Met behulp van Koos Steendijk-Kuypers is er wel wat meer bekend, maar het houdt niet over. Het is een boeiend onderwerp, want ook hier zien we mannen hun posities verdedigen. Als er al een journaliste met ambities was, kreeg die geen kans of het moest onder een pseudoniem zijn. Er volgt nu dus geen naam van de eerste sportjournaliste, want die is (nog) niet gevonden. Daarom geen equivalente van Meerum-Terwogt, Coucke of Schröder.

Nederland liep internationaal gezien in ieder geval achter, verzekerde Steendijk-Kuypers me in een brief: in Duitsland en Engeland hadden wielrijdsters al voor 1900 eigen wielerclubs en wielertijdschriften (Die Radlerin, Women on Wheels) met een vrouwelijke redactie. Hier was dan wel sinds 1888 De Kampioen van de ANWB met de rubriek `Voor onze sportzusters'. Deze werd gevuld met informatie over kleding en rijstijl en ondertekend met pseudoniemen. Reacties hierop kregen niet eens een naam erbij, maar het lidnummer.

Misschien toch een naam van een pionier stond in 1894 in het artikel `Vrouwen op de fiets', dat eindigde met: ,,Om te betonen dat ik bereid ben tot consequent handelen, onderteken ik, met een vriendelijke groet aan de ANWB, met mijn naam, Betty Meeter.'' We weten niet eens zeker of dit wel haar echte naam was. En daarnaast is iemand die één keer iets schreef nog niet meteen een journaliste, maar goed, we moeten ergens beginnen.

Verder schrijft Steendijk-Kuypers, dat onder meer in het feministische tijdschrift Evolutie al voor 1900 zo nu en dan iets verscheen over sport. Veel duidelijker is echter de tegenwerking die de vrouwen kregen van bijvoorbeeld iemand als Leo Lauer, die in 1907 het eerste geïllustreerde tijdschrift Revue der Sporten begon.

Steendijk-Kuypers: ,,Dankzij zijn houding was er absoluut geen plaats voor een journalistieke bijdrage van de hand van een vrouw. Pas na de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam komen in een paar vraaggesprekken enkele vrouwelijke sporters aan het woord. Dat zal dan vooral zijn geweest, omdat toen de vrouwenatletiek internationaal was doorgebroken.''

Steendijk-Kuypers schreef in haar boek Vrouwen-beweging, dat een eeuw geleden werd getwijfeld of na een wedstrijd vrouwenzwemmen de namen van winnaressen wel genoemd mochten worden door, dat wel, de aanwezige journaliste. Er mochten toen niet eens mannen op de tribune komen, omdat de vrouwen anders het water niet in durfden! Als de sportsters al anoniem bleven, werd het voor de journalistes ook een stuk moeilijker.

Zo weinig kan het toch niet zijn, er moet toch een sportieve variant van Aletta Jacobs zijn geweest. Iemand die meer weet, mag mij mailen.

jurryt@xs4all.nl

    • Jurryt van de Vooren