Twee problemen voor Philips

Nog maar twee jaar na de oprichting van een joint venture met LG Electronics voor de productie van goedkope televisietoestellen heeft Philips zijn belang van 800 miljoen euro in de gezamenlijke ondernemng voor de volle honderd procent afgewaardeerd. Hoewel de afschrijving geen gevolgen voor de kwartaalresultaten hoeft te hebben – de lasten worden grotendeels gecompenseerd door de winst van 740 miljoen euro die Philips boekte op de verkoop van een chipfabriek en een deel van zijn belang in Taiwan Semiconductor – is het een duidelijk voorbeeld van de twee problemen waarmee Philips en andere elektronicaproducenten worden geconfronteerd.

Het eerste probleem is een ongelooflijke druk op de prijzen, met name in de goedkopere sectoren van de markt. Eenvoudige computermonitoren en televisies kunnen makkelijk worden geproduceerd door Chinese fabrieken. Zij maken er een heleboel voor heel weinig geld, omdat er sprake is van enorme overcapaciteit. In november was de Franse producent van televisietoestellen Thomson het eerste slachtoffer – het concern bracht zijn activiteiten aan de onderzijde van de markt onder in een joint venture met de grootste Chinese producent.

Het tweede probleem is de snelle verandering van de vraag. De joint venture van Philips en LG Electronics produceert televisietoestellen met een ouderwetse beeldbuis. De verkopen van de nieuwere types met een plat LCD-scherm rijzen de pan uit ten koste van de oudere modellen. Grote televisietoestellen kennen we al langer, maar niemand had zo'n snelle toename van de vraag naar nieuwe modellen verwacht. En Philips al helemaal niet, want het concern heeft de joint venture nog maar kort geleden opgericht en zou de last zeker direct hebben genomen als het op dat moment zo'n daling van de vraag had voorzien.

Het nieuws is niet eens zo slecht voor Philips, althans op de korte termijn.

Analisten verwachten dat de omzet van LCD-schermen een kwart van Philips' winst in 2004 voor zijn rekening zal nemen. De vraag zal de komende paar jaar vermoedelijk jaarlijks verdubbelen. Maar de prijzen zullen waarschijnlijk gestaag dalen, met name in de lagere regionen van de markt waar weinig onderscheid tussen de diverse modellen bestaat, behalve in prijs. Nu de gemiddelde economische levensduur van een product in de elektronicasector slechts twee tot drie jaar bedraagt, kan Philips een groot deel van die winst zien vervliegen zodra de concurrentiedruk toeneemt.

Onder redactie van Hugo Dixon.

Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com.

Vertaling Menno Grootveld.

    • Rob Cox