Tolheffing in de EU wordt één systeem

Personenauto's en trucks kunnen binnen enkele jaren met een zelfde kastje worden uitgerust om in de hele Europese Unie elektronisch tol te betalen. De EU-transportministers hebben hierover een akkoord bereikt.

Zij bereikten ook overeenstemming over de wens van Nederland, België en Frankrijk de binnenvaartverbinding Rotterdam-Parijs met prioriteit op de lijst van Trans-Europese Netwerken (TEN`s) te zetten. Een lijst die is opgesteld in het kader van het recente Europese `groei-initiatief'.

De elektronische tolsystemen in de EU moeten technisch worden geharmoniseerd, zodat het verkeer kan doorstromen. Voor vrachtauto's moet zo'n systeem vanaf 2009 functioneren en voor personenauto's vanaf 2011. Hierbij geldt het principe `één kastje per voertuig en één contract per klant'. De kastjes zijn niet verplicht, wie dat wil kan op een andere wijze tol betalen. Het betaalsysteem moet worden opgezet via satelliet, mobiele telefoon of korte golf.

De transportministers blijven verdeeld over regels voor de hoogte van tolheffingen (`eurovignet'). Volgens minister Peijs moet ,,de tolheffing zijn gebaseerd op de werkelijke kosten van de infrastructuur''. Vooral lidstaten in het midden van de EU met veel transitverkeer willen onder meer ook milieu- en congestiekosten in het tarief opnemen. Het politieke touwtrekken hierover kan nog geruime tijd duren. Nederland wil als belangrijk transportland snel een akkoord wegens toename van nationale tolsystemen en uitbreiding van de EU.

De ministers werden het niet eens over een harmonisatie van rijverboden voor zware vrachtwagens in weekeinden en/of vakantie. Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Luxemburg blokkeerden zo'n akkoord. De Duitse staatssecretaris Nagel wil ,,subsidiariteit'', waarbij lidstaten zelf het beleid bepalen. Intussen dreigde de Oostenrijkse minister het overeengekomen eco-puntensysteem niet uit te voeren, dat het transitsysteem door zijn land regelt.

Minister Peijs noemde de toevoeging van de binnenvaartverbinding Rotterdam-Parijs aan de lijst van 29 TEN's-projecten ,,heel erg belangrijk''. Zij verwacht dat Nederlandse bedrijven ook bij de uitvoering van werken een rol kunnen spelen. Eerder bereikten ministers van Financiën al een akkoord over een maximale EU-cofinanciering van 20 procent van grensoverschrijdende delen van de TEN's-projecten. Nu geldt nog een maximum van 10 procent. Nederland verzette zich tegen het Commissie-voorstel van 30 procent, omdat het geld dan met enkele grote projecten te snel opraakt.

    • Hans Buddingh'