Te vaak over de grens gegaan

Pieter van den Hoogenband (25) is nog 251 dagen verwijderd van de Spelen van Athene, waar Neder- lands beste zwemmer zijn twee olympische titels verdedigt. Over een gouden kooi, gebakken lucht en twijfels over de estafette. ,,Als het me niet zint, dan kies ik voor mezelf.''

In Ierland raakte hij vorige maand bevangen door de magie van ,,een echte sport''. Dat rugby een bezigheid is voor mannetjesputters, was Pieter van den Hoogenband bekend. ,,Maar de passie en gedrevenheid die die spelers aan de dag leggen, ongelooflijk. Wij waren op trainingskamp in Limerick, toen het WK rugby in Australië aan de gang was. Het was rugby voor en na in Ierland. Ik had me d'r nooit zo in verdiept, maar ben daar wezen kijken bij een regionale wedstrijd. Goedemorgen: wat een waanzinnige sport! Dat is wel eventjes wat meer dan een beetje rollebollen over het gras. Ik zat met een paar van die kerels in het krachthonk, en als je ziet wat die gasten [aan gewichten] verstouwen daar ben ik een kleine jongen bij. Je zou denken: gooi die gasten in het water en ze verzuipen onmiddellijk. Het tegendeel bleek waar. Tot m'n stomme verbazing sprongen die `beren' bij ons in het bad, en bleken het zeer behoorlijke zwemmers. Die mannen zijn zo allround en daarbij zo enorm gedreven, dat was echt een eye-opener.''

Veel sporten, ook het door Van den Hoogenband zeer gewaardeerde voetbal, zouden een voorbeeld kunnen nemen aan het vooral in de angelsaksische landen populaire rugby. ,,Sport betekent in mijn ogen te allen tijde: respect. Rugbyers begrijpen dat als geen ander. Het ene moment stoppen ze een tegenstander onder de zoden, het andere moment helpen ze diezelfde tegenstander weer overeind. En als iemand van het veld moet, omdat-ie geblesseerd is of omdat-ie gewoon gewisseld wordt, gaan bij beide partijen de handen op elkaar. Niks geen geouwehoer ook tegen de scheidsrechter. Zeer indrukwekkend.''

Komende week keert Van den Hoogenband terug naar Ierland, voor de Europese kampioenschappen kortebaan (25 meter) in Dublin. Het is een tussendoortje, bedoeld om wedstrijdritme en vertrouwen op te doen voor een seizoen dat vanzelfsprekend volledig in het teken van `Athene' staat. Aan de voet van de Olympus dient het boegbeeld van het Nederlandse zwemmen zijn olympische titels (100 en 200 meter vrije slag) te verdedigen. Een eerste aanzet daartoe volgt dit weekeinde in Drachten, waar hij zijn nominaties hoopt te verzilveren tijdens de Olympic Challenge Meet.

Dat lijkt een routineklus voor de 25-jarige Brabander. Maar hoe goed is het zondagskind uit Geldrop nog? Het laatste grote examen, de wereldkampioenschappen van afgelopen zomer in Barcelona, liep uit op een teleurstelling. Zowel op het koningsnummer (100 vrij) als op de dubbele afstand moest hij zijn meerdere erkennen, in respectievelijk Aleksandr Popov en Ian Thorpe. ,,Ik hou niet van excuses, maar feit is dat we zo'n intensieve voorbereiding achter de rug hadden, met wedstrijden in onder meer Brazilië en Australië, dat ik opgebrand en dus kwetsbaar was op het moment dat het toernooi begon. Niet voor niets liep ik kort daarvoor in het trainingskamp in Montpellier dat virus op. Ik was vatbaar, omdat ik in de aanloop te veel hooi op mijn vork had genomen en een paar keer over de grens ben gegaan. Veel reizen, veel starts. Dat is een bewuste keuze geweest, waar ik dan ook geen spijt van heb. Je moet soms de shit opzoeken om harder en dus beter te worden. Maar daardoor zat ik in Barcelona niet lekker in mijn vel, mentaal niet en ook fysiek niet.''

Tot bezinning kwam hij kort na de WK, op een zeilboot in Zeeland. ,,Toen ik daar zo zat fantastisch weer, koel biertje in de hand kwam ik tot de conclusie dat ik uiteindelijk blij mag zijn met hetgeen ik daar gepresteerd heb. Gezien de omstandigheden was twee keer zilver heel mooi. Ik had niet de vorm en maakte op `de 100' tactische fouten, omdat ik zo vreselijk graag wilde. En dan toch nog prima tijden. Waarom zou ik dan een nare smaak overhouden aan de WK? Als ik wel goed was geweest, dan had ik de lijn van Berlijn (EK 2002, red.) kunnen doortrekken.''

Kritiek was niettemin zijn deel, zeker toen VdH bij de prijsuitreiking van de 200 vrij in een voetbalshirt van Barcelona op het podium verscheen. Het `publicitaire geintje' werd hem niet in dank afgenomen. ,,Kennelijk waren sommige journalisten ook teleurgesteld en hebben ze elkaar een beetje lopen opnaaien. Ik had niets kwaad in zin, en wilde Thorpe ook helemaal niet overschaduwen. Hij vond het best. Sterker nog: hij heeft me zelfs geholpen dat shirt aan te trekken, want dat lukte niet één-twee-drie omdat ik nog nat was. Nike had dat shirt speciaal voor mij gemaakt en in m'n tas geduwd. Ik vond het en dacht: waarom niet? Spanjaarden hebben niet zoveel met zwemmen, dus waarom niet een link leggen tussen zwemmen, voetbal en het `Nederlandse' Barcelona? In m'n enthousiasme heb ik het gedaan, zeker niet met een bepaalde bedoeling.''

Kritiek kreeg Van den Hoogenband ook te verduren, omdat hij te weinig tijd zou hebben uitgetrokken voor de schrijvende pers. Waar was die goedlachse en onbevangen jongeman, die doorgaans nooit verlegen zat om een geanimeerd gesprek-na-afloop? Was de paniek in het Eindhovense kamp zo groot dat de twijfel aan het oog onttrokken moest worden? Schuldbewust: ,,We zijn in Barcelona misschien iets te ver doorgeschoten, mijn begeleiders en ik. Maar van een gouden kooi is beslist geen sprake. Ik doe wat noodzakelijk is om optimaal te presteren. Het blijft kennelijk moeilijk te begrijpen wat er tijdens zo'n toernooi allemaal op me afkomt en hoezeer mij dat afleidt. Ik kan van nature moeilijk `nee' zeggen. Dus als ik niet oppas sta ik de hele tijd handtekeningen uit te delen en met journalisten te praten. Dat komt mijn prestaties niet ten goede.''

En dus wordt Van den Hoogenband sinds twee jaar bijgestaan door een privé-begeleider, in de persoon van `bodyguard' Aad van Groningen. Kan hij zijn eigen badhanddoek niet dragen? Hoofdschuddend: ,,Aad heeft een functie: mij tijdens een toernooi zoveel mogelijk uit de wind houden. Zeker in landen waar het enthousiasme van de fans geen grenzen kent, heb ik hem nodig. Maar straks in het nuchtere Ierland blijft Aad gewoon thuis.''

Alle kanttekeningen waren voor Van den Hoogenband aanleiding tot een al even kritische zelfanalyse. In zijn column in Sport International bood hij de pers zijn `oprechte excuses' aan. Die nederige knieval ging trainer-coach Jacco Verhaeren (,,Zo diep hoeft Piet niet te buigen'') te ver. Maar ook Verhaeren bleek op het verkeerde been gezet. Van den Hoogenband, verbaasd: ,,Die excuses waren natuurlijk cynisch bedoeld, dat moge duidelijk zijn.''

Want de commentaren raakten hem wel degelijk, de zwemmer die dit jaar voor het eerst sinds 1999 níet is genomineerd voor de verkiezing `Sportman van het Jaar'. ,,Ik maak graag een praatje met mensen. Of dat nu de slager om de hoek is of de badmeester. Ik ben geen type dat alles leest, en ben open en eerlijk, ook naar de pers. Nu kreeg ik het gevoel dat die openhartigheid een beetje tegen me werd gebruikt. Zo van: als junior sliep hij op een stel bankkussens en won hij, nu slaapt hij in een driesterrenhotel en wint-ie niets. Dat soort verhalen stelde me teleur. Kritiek is prima, maar het ging vooral over randzaken.''

Maar veranderd beweert Van den Hoogenband niet te zijn door de plaagstoten aan zijn adres. ,,Het was wel weer even wennen, dat wel, maar het is wel weer eens verfrissend om een tegengeluid te horen. Dat kan geen kwaad na al die jaren waarin ik zelden of nooit een onvertogen woord te verduren heb gekregen.''

Wat hem ook niet uit zijn evenwicht heeft gebracht, is de stormachtige entree van een nieuw zwemfenomeen: Michael Phelps. In vergelijking met de pas 18-jarige veelvraat uit Baltimore is Van den Hoogenband al `een oudje'. ,,Ik ben alleen maar blij met zo'n gast. Hij voegt een nieuwe dimensie toe aan de sport, net zoals ik heb gedaan door het wereldrecord op de 100 vrij in de 47 seconden te tillen. Phelps motiveert me, net zoals Thorpe en die andere kanonnen. Geloof me: ik ben niet aan het twijfelen geslagen. Dat zit niet in me.''

Amper terug uit Barcelona of het oproer kraaide in het Nederlandse zwemmen. Lijdend voorwerp was bondscoach André Cats. Volgens de een zou hij verzaakt hebben een inspirerende en op topsport gerichte teamsfeer te creëren, volgens de ander zou hij een aantal zwemmers in de voorbereiding een voorkeursbehandeling hebben gegeven.

Van den Hoogenband hield zich afzijdig. Met een minzame glimlach: ,,Gebakken lucht? Ja, wat mij betreft zeker. André doet vreselijk zijn best. Alle trainers mogen hun zegje doen. Ze hebben onderling overleg, alle knowhow wordt keurig gedeeld, niemand heeft een geheim voor elkaar. Als dan later blijkt dat er sprake is van onvrede, dan moeten zwemmers eerst bij zichzelf te rade gaan. Als zij hun wensen vooraf niet goed hebben gecommuniceerd met hun eigen trainer, dan moeten ze niet achteraf met de beschuldigende vinger naar de bondscoach wijzen. Duidelijkheid begint bij jezelf.''

Ook het argument van een vermeend gebrek aan sfeer wuift hij weg. ,,Ik heb nog nooit wat gemerkt van een gebrekkige sfeer, en dat wil ik graag zo houden. Ga eerst maar eens hard zwemmen, dan wordt het vanzelf gezellig.'' Van den Hoogenband liet vorige maand het gezamenlijke teamuitje in de vorm van een middag handboogschieten dan ook aan zich voorbijgaan. Cynisch: ,,Als ik later met mijn kleinkinderen op schoot zit, moet ik dan zeggen: `Nou kinders, opa heeft jarenlang in de nationale ploeg gezeten. Hij heeft nooit wat gewonnen, maar gezellig dat het was!' Nee toch zeker? Als anderen behoefte hebben aan zo'n dag, prima, ik niet. Dat is geen desinteresse, dat is keuzes maken. Ik heb met niemand problemen en heb een strakke planning. Ik ga liever rusten of trainen dan pijlen schieten.''

Nee, Van den Hoogenband zou liever zien dat zijn teamgenoten voortaan wat harder door het water zouden razen. Bijvoorbeeld op de tot `olympisch speerpunt' uitgeroepen estafette. In Barcelona sneuvelde het kwartet op de 4x100 vrij al in de series, waardoor slotzwemmer Van den Hoogenband later die dag niet eens in actie hoefde te komen. ,,Een gebrek aan kwaliteit'', signaleert de kopman. ,,In Sydney wonnen we met veel pijn en moeite brons op de 4x200. Dat was een ongelooflijke teamprestatie, van vier zwemmers die `het' vanuit hun tenen haalden. Dat mis ik nu. Je hebt niets aan een Superman als slot op de deur als de rest niet het maximale uit de eigen mogelijkheden haalt.'' Niet dat hij de estafette al uit zijn hoofd heeft gezet, maar: ,,Uit ervaring weet ik dat je, zeker in een olympisch seizoen, moet investeren en boven jezelf moet uitstijgen. Als straks blijkt dat we tekortkomen voor een podiumplaats, dan zwem ik geen estafette. Ik ga in Athene niet voor een achtste plaats. Als het me niet zint, dan kies ik voor mezelf. Dat weten die jongens.''