Talentbegeleiding?

Mede door een zware blessure lijkt het Braziliaanse talent Leonardo bij Feyenoord op een dood spoor beland. Hoe begeleiden Nederlandse clubs jonge buitenlandse voetballers?

Jan Reker, directeur vereniging Coaches Betaald Voetbal (CBV): ,,Zeker in het begin hebben buitenlandse spelers voldoende begeleiding nodig. Clubs hebben de plicht hen te begeleiden en het gevoel te geven dat Nederland hun nieuwe thuisland is. Ze moeten Nederlandse les verplicht stellen. Jan Heintze (Deense oud-speler van PSV, red.) heeft op zijn achttiende nog een jaar bij mij thuis gewoond en moest van mij elke dag mijn kinderen voorlezen. Binnen drie weken sprak hij Nederlands. Het spreken van de taal is heel belangrijk voor die jongens om zich hier thuis te voelen. Niets erger dan in een kleedkamer te zitten en niets te begrijpen van wat er gezegd wordt. Je moet buitenlands talent vooral buiten het veld helpen, want ze mogen thuis niet verpieteren.''

Piet de Visser, ontdekker van Leonardo en tegenwoordig scout bij PSV: ,,Als je talenten haalt, bekijk ze dan goed, houd contact met hun familie en begeleid ze goed. De eerste jaren van Leonardo in Nederland waren moeizaam, maar daarna heeft hij toch een periode goed gevoetbald. Hij heeft gewoon botte pech met die knieblessure. Ik heb nog steeds het vertrouwen dat hij doorbreekt. De begeleiding van Leonardo bij Feyenoord kan ik niet inschatten, want ik zit nu bij PSV.''

Frank Arnesen, technisch directeur PSV: ,,In principe halen wij geen buitenlanders van onder de zestien naar PSV en hanteren we voor spelers van buiten de EU een leeftijdsgrens van achttien. Bij PSV hebben we veel ervaring met begeleiding van buitenlanders. We werken met gastgezinnen of zetten meerdere buitenlandse spelers samen in een appartement. Om hen wegwijs te maken hebben we parttime een vrouwelijke begeleider. Verder spreken de clubmensen verschillende talen en hebben we een parttime leraar Nederlands in dienst. Voor de Koreanen Lee en Park hebben we een fulltime tolk aangesteld. Ze wonen zelfstandig en dat gaat goed. Die jongens zijn ook wat ouder.''

Juan Schot, directeur Federatie Betaald voetbal Organisaties (FBO): ,,Misschien is er wat meer aandacht voor nazorg nodig, in het geval buitenlandse talenten het niet redden in Nederland. Bij de grotere clubs is het denk ik goed geregeld. Bij de begeleiding van jonge spelers, vooral buiten het sportieve vlak, hebben clubs de verantwoordelijkheid. Je moet buitenlands talent niet in een kamertje stoppen, maar ze opvangen in gastgezinnen en verplicht Nederlandse les geven.''

Paolo César Alves Almeida, bezig met de oprichting van een vakbond voor Zuid-Amerikaanse spelers in Europa: ,,De begeleiding vanuit Nederlandse clubs is alleen gericht op inburgering. Buitenlandse spelers moeten een eigen begeleider hebben die ook de voetbaltaal spreekt. Daarom zie ik een zaakwaarnemer, met een voetbalachtergrond in Europa en afkomstig uit dezelfde cultuur als de speler, als de ideale begeleider. Maar veel buitenlandse zaakwaarnemers zijn zakkenvullers en slavenhandelaren. Ze misbruiken het vertrouwen van jonge spelers om over hun rug geld te verdienen. Daarom ben ik bezig met de oprichting van een vakbond.''

Rob Jansen, zaakwaarnemer voetbalprofs: ,,Internationaal is er een schrijnende ontwikkeling. Jonge talenten worden gepaaid door agenten en overal vandaan gehaald. De FIFA-regels worden omzeild en dat is moeilijk te voorkomen. Wij houden ons verre van jonge buitenlandse talenten; dat is niet ons segment. Ik denk dat de begeleiding van buitenlands talent in Nederland meer dan ordelijk is. Ik hoor geen wanklanken en ken hier ook geen wantoestanden.''

    • Pieter de Vries