Religiesymbolen 1

Dr. Ton de Kok toont zich in NRC Handelsblad van 29 november bezorgd over de schijnheilige terugkeer van religiesymbolen. Wie zou zijn zorg niet delen? Katholieke scholen die de Nederlandse bisschoppen (met uitzondering van de bisschoppen van Breda en Rotterdam) volgend, lopen inderdaad het gevaar dat zij fundamenteel (fundamentalistisch?) religieus-onderwijs willen bieden en dat zij dit toevertrouwen aan docenten die er zelf niet in geloven.

Daarnaast mag men zich bezorgd maken over de wijze waarop dr. De Kok zelf in zijn tekst uitglijdt. Nadat de auteur enkele dogmatische katholieke stellingen heeft opgesomd, verwijst hij voor theologische toelichting naar Katholiek Nieuwsblad. Het advies dringt zich op: ga op zoek naar ernstige theologische uitleg van het dogma. Erger is de verwarring tussen godsdienst(onderricht) en levensbeschouwing, waarop dr. Ton de Kok aanstuurt. Deze verwarring bereikt haar hoogtepunt waar hij de levensbeschouwing als alternatief voor de godsdienst terugvoert op de vraag van Heidegger `waarom er iets is en niet niets' om dan over de God van de filosofen en van de natuurkundigen te spreken.

Natuurkundigen zoeken naar een wetenschappelijke verklaring waarin God a priori niet kan voorkomen. Filosofen zoeken naar een begrip van de werkelijkheid dat terecht bij de meest integeren onder hen in agnosticisme eindigt (tenzij men het over middeleeuwers heeft, bij wie de filosofie ondergeschikt is aan de theologie). Godsdienst daarentegen begint bij het verlangen van mensen om verbonden te leven met een hogere dan de natuurlijke en menselijke werkelijkheid. Aan dit verlangen komen de monotheïstische godsdiensten tegemoet. Niemand hoeft dit verlangen te cultiveren, maar docenten moeten weten waarover zij spreken, ook wanneer zij het over godsdienst hebben.

    • Prof.Em.Dr. Boey-Van Brunschot