Publieke omroep

Het artikel `Hoog tijd voor reclamevrije publieke zenders' (NRC Handelsblad, 24 november) van Robert Zaal geeft mij aanleiding tot de volgende kanttekeningen:

1. De publieke omroep heeft publiek nodig. `Public service' betekent `Making good programmes popular and popular programmes good'. Staatssecretaris Van der Laan heeft gelijk wanneer zij het marktaandeel van de publieke omroep (thans 37 procent, doch in 1988 nog 80 procent) verhoogd wil zien naar 40 procent. Sinds de schaarste aan etherfrequenties als legitimatie voor overheidsregulering sterk aan kracht heeft ingeboet is de belangrijkste legitimatie voor subsidiëring van de publieke omroep gelegen in een substantiële belangstelling van een gevarieerd publiek. Bijproduct hiervan zijn de broodnodige STER-inkomsten om de publieke omroep mede te financieren.

2. Deze substantiële belangstelling wordt bij de publieke omroep verkregen door een combinatie van hoge kijkcijfers voor amusementsprogramma's en lagere doch per doelgroep relevante kijkcijfers voor andere programma's, waaronder programma's waarvoor de staatssecretaris meer aandacht wenst. Dat is nu juist de charme van de publieke omroep. Commerciële omroep kan zich zo'n programmatische opzet om begrijpelijke redenen veel minder veroorloven.

3. De gemengde financieringsvorm voor onze publieke omroep waarbij reclame-inkomsten circa 1/3 van de totale inkomsten vormen is in vele Europese landen reeds decennialang een gebruikelijke formule. Reclame-exploitatie organisaties zijn hierbij zelfstandige entiteiten die geen enkele invloed hebben op de televisieprogrammering. Gunstig is in ons land bovendien het verbod op programma-onderbrekende reclame. Bij de publieke omroep wordt een film of een ander zelfstandig programma integraal uitgezonden, zonder invoeging van `commercialbreaks'. En dat moet zo blijven!

4. De overheid heeft de publieke omroep bezuinigingen opgelegd, oplopend van 40 miljoen in 2004 tot 80 miljoen in 2007. Het wegvallen van STER-inkomsten moet in dit verband als een doodsteek voor de publieke omroep worden gezien. De vrijkomende reclamegelden zouden overigens in overwegende mate bij de commerciële zenders worden besteed en niet bij kranten en tijdschriften, zoals de ervaring heeft geleerd.

    • Ster-Directeur 1967-1991
    • Drs. Chris Smeekes