`Overheid moet regels stellen'

Scholen botsen steeds harder met allochtone leerlingen. Hoog tijd voor landelijk geldende gedragsregels, meent onderwijsdeskundige Zeki Arslan.

Marokkaanse leerlingen die de boel saboteren zodra de geschiedenisleraar over de holocaust begint? Stoppen met de les, de betrokken leerlingen apart nemen, en eisen dat hun ouders op school langskomen. Niet verdergaan met de les voordat het probleem is opgelost. En in geen geval ervoor kiezen om de holocaust dan maar over te slaan.

Veel incidenten met allochtone leerlingen komen voort uit onduidelijkheid, meent onderwijsdeskundige Zeki Arslan. Scholen durven niet streng te zijn, leerlingen weten niet waar ze aan toe zijn. Het ontbreken van regels, of het niet consequent uitvoeren daarvan, zorgt voor ongemak. En dat ongemak leidt makkelijk tot conflicten. Groepen leerlingen komen tegenover elkaar of tegenover docenten te staan, mensen worden uitgesloten. Arslan: ,,Als we willen voorkomen dat het onderwijs over een paar jaar een multicultureel slagveld is, dan moeten we nu ingrijpen.''

Zeki Arslan is de coördinator onderwijs van FORUM, denktank voor de multiculturele samenleving. Hij spoedt zich van openbaar debat naar televisiestudio, op zijn werkkamer liggen stapels rapporten en adviezen. Wie zich bezighoudt met onderwijs en allochtonen heeft een druk jaar achter de rug. Het begon met de gezichtssluiers op het ROC van Amsterdam, en vele vragen volgden: wel of geen hoofddoek op katholieke scholen, wel of geen gebedsruimte op openbare scholen, wel of geen integratie op islamitische scholen. Ruzies in de klas over Irak, Israël, jihad, homoseksualiteit, vrouwenemancipatie. Deze week bleek dat een aantal hogescholen zich zorgen maakt over het toenemend aantal hoofddoekjes bij moslimleerlingen.

Arslan: ,,Wat we nu zien in het voortgezet en hoger onderwijs is de voorhoede van de 200.000 leerlingen met buitenlandse ouders die op de basisschool zitten. Daar zijn de problemen beheersbaar, kinderen van die leeftijd zijn nog redelijk gezeglijk. De komende jaren stromen ze door naar het voortgezet onderwijs, en dan komen de echte problemen.'' Arslan voorspelt dat de sociale cohesie op scholen verder onder druk komt te staan, omdat allochtone leerlingen steeds meer hun culturele identiteit willen uitdragen. ,,En deze leerlingen zoeken hun identiteit niet in bijvoorbeeld muziek, maar in religie. Omdat hun eisen om die religie te kunnen beleven onuitvoerbaar zijn voor scholen, zetten ze de schoolcultuur op hun kop.''

De gangbare verklaring dat veel islamitische jongeren zijn geradicaliseerd sinds 11 september, dat hun omarming van de islam een reactie is op groeiend wantrouwen van de Nederlandse samenleving, is aan Arslan niet besteed. ,,Het is een mondiale trend: minderheden oriënteren zich steeds meer op etniciteit en eisen ruimte voor hun eigen culturele identiteit. Die strijd speelt niet alleen in Nederland.''

Volgens Arslan moet het dreigende culturele conflict worden bestreden met landelijk geldende en streng toegepaste gedragsregels. ,,Op dit moment doen de scholen maar wat. Ze reageren ad hoc op incidenten, en wat op de ene school is toegestaan, is op de andere verboden. Individuele scholen zijn kwetsbaar, daar kun je niet op vertrouwen.'' Arslan stelt voor dat het onderwijsveld zelf regels opstelt, die vervolgens door het ministerie van OCW worden geaccordeerd en landelijk geldend worden verklaard. Scholen moeten zelf bepalen welke sancties worden toegepast bij overtreding van de regels.

Leuk bedacht, maar hoe krijg je alle scholen op één lijn? ,,Het initiatief moet liggen bij de vier koepelorganisaties. Belangrijk is vooral dat er geen uitzonderingen worden gemaakt, niet voor islamitische scholen, niet voor Staphorst.'' En hoe verhoudt zo'n landelijk reglement zich tot het streven naar meer autonomie van minister Van der Hoeven? ,,Dit gaat niet om financiën, dit gaat om vitale maatschappelijke kwesties.'' Desgevraagd laat minister Van der Hoeven weten de ,, geluiden van onverdraagzaamheid'' te kennen, en daarom deze week opdracht te hebben gegeven voor een onderzoek naar antisemitisme en anti-islamisme op scholen. De minister heeft vertrouwen in de afspraken die schoolbesturen maken met leerlingen. Haar woordvoerster: ,,Het landelijke uitgangspunt is en blijft participatie in de Nederlandse samenleving.''

Alle incidenten zijn terug te brengen tot vier domeinen, denkt Arslan. De botsingen tussen autochtoon en allochtoon gaan over kleding, taal, religie of normen. Hij wil wel een voorschot nemen op mogelijke regels. ,,Een allesbedekkende gezichtssluier is ontoelaatbaar, maar als je gewone hoofddoekjes verbiedt, draai je een maatschappelijke ontwikkeling terug, dat is niet verstandig.'' De minderheid van scholen die nu hoofddoekjes verbiedt, zou zich moeten schikken naar de meerderheid die ze toestaat. ,,Die scholen kun je wellicht op een ander punt weer tegemoetkomen.''

Bij taal gaat het er om of je als school toestaat dat leerlingen onderling een andere taal dan Nederlands spreken. Op het schoolplein kan je dat niet verbieden, meent Arslan, maar in het schoolgebouw, ook in de gangen en in de kantine, kun je eisen dat er Nederlands wordt gesproken. Aan gebedsruimtes moet je niet beginnen, vindt hij, want afgezien van praktische problemen - elke groep zal zijn eigen ruimte eisen - is het strijdig met de scheiding tussen kerk en staat. ,,Als mensen de scheiding tussen kerk en staat niet erkennen, zijn we verloren als samenleving.'' Bij normen gaat het bijvoorbeeld om studentes geneeskunde die geen mannelijke patiënten willen aanraken, of jongens die geen vrouwelijke leraren accepteren. Onacceptabel, meent Arslan.

Zijn voorstel, dat een aantal beperkingen impliceert, lijkt te botsen met de vrijheid van meningsuiting. ,,Vrijheid van meningsuiting eindigt waar anderen zich onveilig voelen door een uitgesproken politieke, religieuze of ideologische stellingname. Iedere leerling moet zich veilig voelen, en het is de taak van de overheid om dat te garanderen. Vergelijk het met het rookverbod dat binnenkort van kracht wordt. Daar stelt de overheid bindende regels omdat het de gezondheid van anderen schaadt. Hier gaat het niet om gezondheid, maar om veiligheid, om gevoelswaarde.''