Oost-Indische kaartenpracht

Grote Atlas van Nederlands Oost-Indië - Comprehensive Atlas of the Netherlands East Indies. Door J.R. van Diessen, F.J. Ormeling e.a. Uitgave: Asia Maior en Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap, Zierikzee/Utrecht 2003. Prijs: €225.- t/m 31 december 2003, daarna €265.-

IN 1938 OOGSTTE het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) op het congres van de International Geographical Union (IGU) in Amsterdam veel lof met de Atlas van Tropisch Nederland. Het was de eerste wetenschappelijke koloniale atlas en cartografisch een hoogstandje.

Er zijn in de eerste helft van de vorige eeuw echter veel meer en ook veel gedetailleerdere kaarten gemaakt dan er in de Atlas van Tropisch Nederland staan. Zo maakte de Topografische Dienst in Nederlands-Indië talrijke, eveneens bijzonder fraaie losbladige topografische overzichtskaarten op een schaal van 1:250.000. Ook zijn er stadsplattegronden van tientallen steden en kleinere stadjes gemaakt, en militaire karteringen van de geallieerden uit de periode 1942-1946.

Uit deze goudmijn aan cartografisch materiaal hebben de samenstellers van de Grote Atlas van Nederlands Oost-Indië naar hartelust geput. Het resultaat is een atlas van 456 pagina's met zo'n 500 kaarten en een standaard-paginaformaat van 46 bij 33 cm. De atlas is volledig in kleur uitgegeven en weegt maar liefst 7,5 kilo. Hij bevat tientallen enkele of dubbele uitvouwpagina's, waardoor kaarten met afmetingen tot 43,5 bij 122 cm mogelijk waren. Deze formaten zijn een uitkomst voor de weergave van langgerekte eilanden en voor Nederlands-Indië dat zich in oost-westrichting over duizenden kilometers uitstrekt.

De samenstellers wilden een geografisch naslagwerk van het Nederlands-Indië uit de laatste halve eeuw van het koloniaal bewind produceren en daarnaast de rijke verscheidenheid van de Indische cartografie in beeld brengen. Daar zijn ze voortreffelijk in geslaagd. Door te kiezen voor authentieke kaarten is een groot aantal bijzonder mooie kaarten aan de vergetelheid ontrukt. Nagenoeg alle kaarten uit de Atlas van Tropisch Nederland en de losbladige kaartseries van de Topografische Dienst in Nederlands-Indië zijn opgenomen. Zij vormen de ruggengraat van de atlas en zorgen voor eenheid. De oorspronkelijke kaarten zijn in facsimile weergegeven. Hoewel digitale kleurcorrecties zijn toegepast, zien veel kaarten er gelig verkleurd uit. Samen met vouwen of beschadigingen verhoogt het de authenticiteit en emotionele waarde. Enkele nieuwe kaarten zijn getekend, bijvoorbeeld over de politionele acties en de Japanse interneringskampen.

Vooral de topografische overzichtskaarten met contrasten tussen bergen, vulkanen en (moerassige) laaglanden zijn van grote klasse en artistieke waarde. Wat is de Boekit Barisan-bergketen op Sumatra met zijn vulkanen en bergmeren toch mooi weergegeven, wat rijzen de geïsoleerde vulkanen op Java toch fraai op uit het landschap, wat zijn de bijzondere structuren van de vulkanen op Bali toch knap getekend! Wie zich overgeeft aan de kaarten van de eindeloze, moerassige, zwaar beboste laaglanden, bijvoorbeeld op de oostkust van Sumatra of de vele eilanden, voelt zich vanzelf wegzakken in de modder.

Kaarten tekenen was toen nog een kunst – door de computercartografie van nu beheerst niemand die meer. Bijzonder zijn de gedetailleerde reliëfkaarten, vooral die van vulkanen. Rond 1880 werd de techniek om het reliëf weer te geven met schrapjes en kamlijnen vervangen door hoogtelijnen. Indische kaarttekenaars pasten daarbij de door henzelf als zodanig betitelde `billen- en tietenmethode' toe. De ruggen werden weergegeven als ronde borsten, de dalen als bilnaden.

Behalve systematisch geordende kaarten bevat de atlas beschrijvingen en een apart register van alle circa 2.400 cultuurondernemingen (plantages) en een algemeen register van bijna 13.000 plaatsnamen. Helaas is dat beperkt tot de namen op de kaarten uit de Atlas van Tropisch Nederland: de duizenden namen op de losbladige kaarten van de Topografische Dienst en de stadsplattegronden ontbreken. Het maken van zo'n register zou een jaar gevergd hebben en ook had er dan een vakkenraster over de kaarten getekend moeten worden, wat afbreuk gedaan zou hebben aan de authenticiteit. Wel zijn aan de plattegronden van de grootste steden straatnamenregisters toegevoegd. Een minpuntje is dat de leesbaarheid van de begeleidende teksten te wensen overlaat door lange regels in combinatie met kleine letters en een geringe interlinie. Maar wie zich interesseert voor Nederlands-Indië en ontwikkelingen in een geografische context wil zien, kan niet om deze prachtatlas heen.