Niet iedereen deelt enthousiasme over `markervaccin'

Met het `markervaccin' verdwijnt het spookbeeld van open vrachtwagens vol dode varkens. Maar daarmee zijn de problemen bij ziekte nog niet opgelost.

Deze week zei minister Veerman (Landbouw, CDA) het nog eens. ,,Wij zijn niet tegen de intensieve veehouderij. Maar wel tegen een veehouderij die het massaal afmaken van dieren als enige bestrijdingsmethode tegen varkenspest kent.'' Regelmatig spreekt Veerman zijn afkeer uit van deze tactiek van `stamping out' van dierziektes. Het brengt enorme schade toe aan het imago van de veehouderij, en kost de samenleving honderden miljoenen euro's.

Maar gisteren was daar opeens het nieuws dat de Europese Commissie voor het eerst een zogeheten `markervaccin' tegen varkenspest had goedgekeurd. Betekent dit het einde van het massale ruimen van gezonde dieren bij een uitbraak van de varkenspest? Op het ministerie van LNV is men opgetogen over het nieuws. ,,Met een markervaccin is er geen reden meer om preventief te ruimen'', zegt een woordvoerder. De spookbeelden uit het verleden, van open vrachtwagens vol dode varkens, behoren tot het verleden. Hoopt men op het ministerie.

Met een markervaccin, of difva-vaccin (`differentiating infected from vaccinated animals'), is te zien of een gevaccineerd varken besmet is geweest met varkenspest of niet. Een vaccin is immers niets anders dan een doodgemaakt virus. En net als bij een echt virus, begint het varken antistoffen aan te maken, zodra het vaccin het lichaam binnendringt. Die antistoffen blijven vervolgens in het varken aanwezig. Met een conventioneel vaccin is echter niet te zien of het varken de antistoffen heeft aangemaakt door het varkenspestvirus of door het vaccin. Dat is de reden waarom veel landen – de VS en Japan - geen gevaccineerd vlees invoeren. Zij zijn bang dat ze met het invoeren van besmet vlees de ziekte importeren. Om deze redenen besloot de Europese Unie in 1992 tot het non-vaccinatiebeleid. Maar met een markervaccin vervalt in principe de reden voor dit beleid, omdat hiermee te zien is of het varken de antilichamen heeft gekregen door inenting of door varkenspest. Het risico dat de ziekte wordt geïmporteerd, is daarmee verdwenen.

Is het markervaccin dus een eerste stap in de afschaffing van het non-vaccinatiebeleid? Henk-Jan Ormel, Kamerlid voor het CDA en dierenarts, is voorzichtig. ,,Eerst moet er Europese regelgeving komen, die de verkoop van vlees van gevaccineerde varkens mogelijk maakt. En of dat gaat lukken, is nog maar de vraag. Het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken zijn gewoon falikant tegen vaccineren, ook met een markervaccin. Hun argument is dat gevaccineerde dieren toch het virus bij zich kunnen hebben.'' Ormel wil dat Nederland het voorzitterschap van de Europese Unie, in de tweede helft van 2004, benut om te proberen het non-vaccinatiebeleid af te schaffen.

Ook landbouworganisatie LTO en het Productschap Vee, Vlees en Eieren (PVE) benadrukken dat de importbarrières binnen de EU voor gevaccineerd vlees eerst moeten worden opgeheven voordat het preventief ruimen van varkens definitief tot het verleden behoort. Maar het markervaccin is een ,,grote stap voorwaarts'', zegt P. Vesseur, hoofd Diergezondheid van het PVE.

    • Arnoud Veilbrief