Mode op het dak

Hulp-Sinterklaas Paul Steenhuis staat stil bij de invloed van televisie op de Sinterklaaspraktijk.

Sint Nicolaas brengt ook vanavond, en morgenavond, vast nog veel kinderen een bezoek. Dit ongetwijfeld tot grote vreugde van de kinderen, van wie de meeste hoge verwachtingen hebben. En niet alleen op het gebied van de cadeautjes.

Ook aan Sinterklaas zelf stellen kinderen tegenwoordig extreem hoge eisen. Ik bedoel: een Sint die niet op de televisie Sint lijkt, is geen Sint.

Ik heb zelf de wrange vruchten van deze televizering van de Sint mogen plukken, toen ik vorig weekeinde de eer had om als Goedheiligman alvast wat voorwerk te doen.

Het gehuurde pak was tiptop in orde, tot en met een gouden kruis aan een halsketting en een robijnrode bisschoppelijke ring die om de gehandschoende vinger gestoken moest worden. Perfectie schuilt in details.

Maar in de informatieën die de verschillende ouders Piet en mij hadden toegestoken voor het Grote Boek, waarin wordt bijgehouden wie zoet en stout was, stond de volgende omineuze zinsnede: ,,Bartje heeft al bij de echte NPS televisie-Sint op de stoel gezeten, en hij zal dus het verschil met `hulpsinterklaas' wel zien.'' Hiermee wordt het dilemma dat in deze rubriek aan de orde gesteld wordt, in een notendop uitgedrukt: alle niet tv-Sinterklazen zijn per definitie nep-Sinterklazen. Dat moet op het grote leger van Sinterklazen een demotiverende werking hebben: het besef vantevoren dat je toch wel door de mand valt. Die uitwerking had het in ieder geval op mij. Misschien dat jenever een probaat middel tegen dergelijke psychische bisschoppelijke spanning is, maar ik had me voorgenomen een moderne Sint te zijn, die geen jenever drinkt. Drinken als Sinterklaas waar kinderen bij zijn, is sowieso een hachelijke onderneming in verband met snel afzakkende snor en baard.

Na een therapeutisch gesprek vooraf besloten Piet en ik om zo min mogelijk over `ons' optreden op televisie te spreken. Wel had ik vantevoren een foto bestudeerd van de tv-Sinterklaas. Wat opviel was zijn hoge schminkkwaliteit. Hij had sneeuwwitte wenkbrauwen. De kostuumverhuurder had bij het Sintpak wel witte lippenstift geleverd, maar toen ik die met veel ijver in mijn wenkbrauwen smeerde, raakten ze vol witte vette klonters. En mijn pruik (Nonflammable – Made in China) was duidelijk een van Santa Claus, een kerstman-pruik dus.

Ondanks deze hindernissen verliep alles voorspoedig, hoewel de kinderen Sint en Piet voortdurend herinnerden aan ons niet bekende tv-episodes van het Sinterklaas Journaal over de pepernotenkolder en de Sorry-Piet. Kortom: opnieuw de terreur van de tv. Gelukkig riep de jongeman niet: `Hé nepper, je bent Sinterklaas niet'. Alle reden tot tevredenheid dus. Totdat navraag leerde dat de jongen bij zijn moeder wel de nodige vraagtekens bij deze sinterklaas had gezet.

Daarom is de stelling gerechtvaardigd: tv maakt het de Sint moeilijk. Om van de overheid nog maar te zwijgen. Dat ik mezelf als Sint een drinkverbod opleg, is één ding, maar dan wil ik wel graag een sigaar kunnen roken. Per 1 januari geldt in het hele land een praktisch totaal rookverbod – dus ook voor Sint en Piet. Uit protest hierbij twee verdorven rolmodellen, een rokende Piet en Sint. En als cadeausuggestie, zo lang het nog kan... een goede sigaar of slof sigaretten zal de echte Sint niet afslaan. Piet evenmin waarschijnlijk. Ook al zie je Sint en Piet op tv nooit roken bij de schoorsteen.

    • Paul Steenhuis