Milwaukee

Van Milwaukee wist ik tot voor kort niet meer dan dat Paul van Ostaijen die plaatsnaam in een geestig en wonderlijk ritmisch gedicht gebruikt heeft: `Als je van het meisje van Milwaukee houdt/ van het meisje houdt/ van het meisje van Milwaukee houdt/ - van de nacht vallen de sterren veel/ en blijven aan de huizen hangen'.

Ik ben in Milwaukee geweest en ik hou niet van de meisjes van Milwaukee. Ook niet van de jongens van Milwaukee. Van niemand in Milwaukee hou ik. De stad is zo lelijk dat elke affectie in de kiem gesmoord wordt. Ik moest naar een congres in Milwaukee. Móest ik? Niemand verplicht me om naar een congres te gaan, maar de mores veronderstellen wel dat een academicus ten minste eenmaal per jaar naar een buitenlands congres gaat. Liever nog wat vaker.

Dat geldt ook voor neerlandici. Die hebben wel een probleem, want als ze op een buitenlands congres over Nederland vertellen, staan ze slechts in de marge van de belangstelling. Er zijn een paar welwillende toehoorders die wel eens het Rijksmuseum bezocht hebben en het geinig vinden om te horen dat er in Nederland ook literatuur geschreven wordt, maar meer dan anekdotische waarde heeft zo'n bijdrage aan een buitenlands congres niet. Een neerlandicus kan het beste een algemeen onderwerp aansnijden als hij meer dan tien congresgangers in zijn zaaltje wil vangen. Ik had eigenlijk al in april naar mijn verplicht congres in Amerika zullen gaan. Maar de beginnende oorlog met Irak hield me bibberend thuis. Daarmee had ik niet voldaan aan mijn internationaliseringsplicht, dus ik besloot deemoedig in plaats van een Editiecongres in New York, een Romantiekcongres in Milwaukee te bezoeken.

Wie gaat er nog voor zijn plezier naar Amerika? Wie wil vrijwillig drie uur vóór een vliegtuig vertrekt uitgekleed en afgetast worden en door allerlei onzichtbare maar vast uiterst schadelijke stralen lopen? Wie wil in een overvol vliegtuig stappen waarin de stoelruimte net groot genoeg is voor een Balinees danseresje, en waarin jammervoedsel verstrekt wordt en het toilet op rantsoen staat? Wie heeft er lol in een dag op de heenweg en een nacht op de terugweg te verbruien door het tijdsverschil en enige weken met een verstoorde inwendige klok rond te lopen? Wie heeft de term snoepreisje uitgevonden? Voor mij is elke reis die niet in klein gezelschap afgelegd kan worden en die ook niet te voet gedaan kan worden, een strafreis.

Meestal is de beloning na een reis nog wel opbeurend. Ik heb verschrikkelijke vliegreizen naar Rome meegemaakt, maar wie er eenmaal is wil er blijven. Ik kan me echter niet voorstellen dat er iemand bestaat die in Milwaukee zou willen blijven. Ik was er met een jonge collega en we logeerden in een hotel buiten de stad. Voor het congres begon hadden we nog een vrije dag. We vroegen aan de buschauffeur of die ons naar het centrum van de stad wilde brengen. Het centrum? Daar had hij geen idee van. Er was een leuk winkelcentrum, daar wilde hij ons wel naar toe brengen. Bestudering van de kaart wees uit dat het winkelcentrum in het centrum moest liggen, dus lieten we ons daarheen vervoeren.

We kwamen bij een uitgestorven oud gebouw aan, waarin nieuwe kleine winkeltjes gevestigd waren. Honderden winkeltjes, en er liep meer personeel rond dan klanten. Het werd lunchtijd, en we waren nog steeds op zoek naar het centrum van Milwaukee. Er moest toch wel zo'n gezellige drukke straat zijn waar de salad bars de koffiehuizen verdrongen, zoals in New York? Elke Europeaan gaat in een vreemde stad altijd op zoek naar het centrum, omdat daar de mensen flaneren, er terrasjes zijn, cafés en andere vreemdelingen. Maar Milwaukee heeft geen centrum. We vonden een toeristeninformatiebureau, een internetcafé, een station, een bar, een restaurant, een openbare telefoon, een museum, allemaal op kilometers afstand van elkaar.

De mensen die we op straat tegenkwamen straalden een moedeloosheid uit die meelijwekkend was. Ze waren ongezond, sloom, uitgeblust. Ze spraken met elkaar slechts schaars enkele op blaftoon uitgesproken woorden, en ze waren lelijk van armoede. Latino's, blanken en zwarten leken verenigd in lethargie. Het kwam me voor dat ze zelfs te initiatiefloos waren om ons rijke buitenlanders van onze laptopjes en creditcards te beroven.

Hoe heel anders was de universiteit waar het congres zich afspeelde. De Marquette Universiteit van Milwaukee heeft een uitstekende naam in Amerika. Kunnen gebouwen tevredenheid uitstralen? De universiteitsgebouwen van Milwaukee lagen erbij alsof ze met zichzelf ingenomen waren. Pronte gebouwen, royaal ruimte innemend, zich duidelijk behaaglijk voelend zoals kinderen in lits-jumeaux. Ze hadden lichte kleuren, en ze waren schoon en verzorgd. Er was nergens controle en ik heb nergens geüniformeerde portiers gezien. Ik kreeg toegang tot de bibliotheek via een glimlach, en werd begeleid naar een van de vele voor elk beschikbare computers met gratis internettoegang. Er was een uitstekende mensa, met koks die ter plekke een Chinese roerbakmaaltijd bereidden.

Parel van het complex was een kapel uit de vijftiende eeuw, steen voor steen afgebroken in Frankrijk, en getransporteerd naar de States. Het zou de kapel zijn waarin Jeanne d'Arc haar visioenen kreeg. Er ligt een steen die door haar gekust is. Wie hem aanraakt en koude voelt, heeft geen goddelijke opdracht; wie warmte voelt moet aan de slag. Ik heb de steen maar niet getoucheerd, god weet waar zulke dingen toe leiden. Het kapelletje lag tussen de enorme universiteitsgebouwen als een verloren handschoen op een winters fietspad, nutteloos, beroofd van zijn omgeving, zielig.

Marquette University is buitengewoon trots op dit symbool, want het is een katholieke universiteit, die zo rijk is door donaties van welgestelde katholieken. Op het congres liepen diverse priesters onherkenbaar rond. Zelfs het nietige kruisspeldje dat Nederlandse geestelijken op hun kraag dragen, ontbrak. Een van de bekendste Romantiekdeskundigen in Amerika, Jerome McGann, werd aangekondigd als een echte Jezuïet, terwijl hij volgens mij niets meer gedaan heeft dan zijn studietijd op Marquette doorgebracht. Het was als een compliment bedoeld.

McGann is een vertegenwoordiger van het discours-lezen van de Amerikanen. Ze lezen de bekende teksten uit de Romantiek steeds opnieuw anders. Er is niet zoveel verandering in wat ze lezen, maar wel in hoe ze lezen. De grote namen blijven hetzelfde: Walter Scott, Coleridge, Wordsworth, Byron, Shelley. Maar Scott kan nationalistisch gelezen worden of in het kader van een wetenschappelijk discours, als discours van het lichaam, in het teken van het genderdiscours of in een pedagogisch of psychiatrisch debat.

Elke interpretatie staat in het teken van discours. Zelfs `het discours van verdwijning' stond op het programma, waarbij een niet-beschreven gebeurtenis of personage als een statement in de literatuur geschouwd wordt. Literatuur is geen esthetisch object meer, maar een groepsdiscussie, en een auteur geeft geen eigen standpunt, maar spreekt met de stemmen van zijn tijd allerlei tegenstrijdige opvattingen uit.

Het congres was anders dan wat ik tot dan toe meegemaakt had. De omgeving verbroederde. Wie in Milwaukee naar een congres gaat, is aangewezen op de medecongresgangers. Dus was er veel uitwisseling, vriendelijke vragen naar de Nederlandse universitaire regelingen en naar wie de beste levende Nederlandse auteur is.

De meest gestelde vraag was echter niet die naar de Nederlandse Romantiek, maar deze: wat denken jullie in Europa over Bush en zijn oorlog? Zichtbare tevredenheid als ik beweerde met een gezicht alsof ik zelf door de regering afgezonden was, dat wij in Holland geschokt zijn door Bush' leugens over Irak en zijn handelingen buiten de VN om. Ja, zo dacht iedereen aan de Amerikaanse universiteiten er ook over, maar ja, niet alle stemgerechtigden komen van de universiteiten. In het universiteitskrantje las ik daarna, dat de Raad van Toezicht van Marquette een fors bedrag gedoneerd had voor de nieuwe verkiezingscampagne van Bush. Maar Bush stond niet op het discours van het congres. Was hij een negentiende-eeuwer geweest, en had Walter Scott over hem geschreven, dan was hij wellicht het onderwerp van een discours van verhoopte verdwijning geworden.

    • Marita Mathijsen