Medicijnproducenten klem tussen aandeelhouder en consument

De cosmeticabranche kent geen crisis, schrijft het Duitse zakenweekblad Wirtschaftswoche in het omslagverhaal over de handel in schoonheid. Want ,,in tijden van crisis besparen de mensen wel op een auto maar niet op lichaamsverzorging''. In de branche gaat volgens het blad per jaar 160 miljard dollar om. En dat wordt alleen maar meer.

Het zijn overigens niet alleen de vrouwen die de omzet van de cosmeticaproducenten doen groeien maar ook de mannen. Want ,,het is voor mannen niet meer voldoende om alleen maar naar Tabac Original te ruiken.'' De omzet in dit marktsegment zal volgens het bureau voor marktonderzoek Euromonitor tot 2005 groeien met 27 procent, tot een bedrag van 13,5 miljard euro.

Maar in opkomende markten als Rusland en China groeit de sector het snelst. Euromonitor schat dat de markt in die landen tot 2010 dubbel zo snel groeit als die in de ontwikkelde landen. Vooral de Chinese markt is de droom van elke grote producent. Lindsay Owen Jones, de topbaas van L'Oréal, ziet het al helemaal voor zich: ,,Zoals eens het rode boekje van Mao zou elke Chinese een lipstick van L'Oréal in de hand moeten hebben''.

Veel geld is er ook te verdienen met wat in het vak cosmeceutica heten. Dat zijn cosmetica die volgens de makers ook therapeutisch nut hebben, zoals bijvoorbeeld huidcrèmes met retinoide dat huidcellen zou repareren. Zulke antiouderdomsproducten hebben volgens het blad de toekomst omdat de zogenaamde babyboomgeneratie op leeftijd komt.

De grote farmaceuticaproducenten zitten in de problemen. En dat is heel vlug gegaan, schrijft het Britse weekblad The Economist. Want het is nog maar vijf jaar geleden dat ze geen kwaad konden doen bij het publiek en op de beurs, dankzij ,,opwindende nieuwe producten als Viagra die de groei van de winsten stimuleerden''. Vandaag de dag echter staan de grote producenten eerder te boek als profiteurs dan als profijtelijk. Ze zitten, meent het blad, klem tussen aandeelhouders die vrezen dat de prijzen voor medicijnen dalen, en consumenten die klagen dat hun medicijnen te duur worden.

Toen Glaxo Smith Kline, de op een na grootste medicijnenproducent ter wereld, deze week bekendmaakte dat zijn 16.000 onderzoekers 4,5 miljard dollar hadden verbruikt voor het ontwikkelen van 82 nieuwe medicijnen en 20 splinternieuwe vaccins, maakte dat nieuws weinig indruk op de beleggers, behalve in negatieve zin. Want door het nieuws daalde de beurskoers van de onderneming.

De sector staat volgens het blad voor de uitdaging om de productiviteit van onderzoek en ontwikkeling te verbeteren. Het ontwikkelen en op de markt brengen van een nieuw medicijn kost gemiddeld 897 miljoen dollar, heeft het Tufts Center for the Study of Drug Development berekend. Maar volgens het blad geldt dat gemiddelde alleen voor grote producenten die een medicijn tegen een chronische aandoening maken. Kleinere producenten kunnen gemakkelijk een nieuw product op de markt brengen tegen bijvoorbeeld een infectieziekte voor een bedrag van 200 miljoen dollar.

,,Pfizer, de grootste medicijnenproducent ter wereld, smacht naar respect van Wall Street – en verdient het ook'', meent het Amerikaanse beursweekblad Barron's in een lofzang op de prestaties van de onderneming. De vetste winst maakt Pfizer met het anticholesterol medicijn Lipitor. De onderneming heeft een aandeel van 54 procent in dit marktsegment. Lipitor was goed voor 24 procent van de 39 miljard dollar winst in 2002.

De reden waarom aandelen Pfizer minder in trek zijn dan ze verdienen is volgens het blad dat medicijnen een heet hangijzer in de politiek zijn geworden. Overheidsbemoeienis met de medicijnenprijzen heeft de farmaceuticabranche in Duitsland om zeep geholpen. Als de overheid haar beleid handhaaft, is dat een ramp. Vreemd, zegt topman Hank McKinnell tegen het blad, want ,,je kunt toch beter geld uitgeven aan vaccin tegen polio dan aan ijzeren longen''. Gelukkig pakt de nieuwe gezondheidswetgeving in de Verenigde Staten wel gunstig uit voor de medicijnenproducenten, omdat de overheid de handel in medicijnen helemaal overdraagt aan particuliere ondernemingen.

Dat de rol van de overheid in de VS steeds kleiner wordt, blijkt overduidelijk in ,,het recente debat over medicijnen voor ouderen'', schrijft de econoom Jeff Madrick in de New York Review of Books. Volgens hem is het een teken des tijds dat de nieuwe gezondheidswetgeving erin voorziet dat zelfs de distributie van medicijnen in particuliere handen komt. Dat past in het al oude Amerikaanse idee dat de overheid economische groei en sociale rechtvaardigheid eerder belemmert dan stimuleert. In feite staat niet alleen het systeem van de gezondheidszorg ter discussie, maar ook de toekomst van de traditionele Amerikaanse verzorgingsstaat. De afkalving daarvan begon onder Ronald Reagan, meent de auteur.

Dat privatisering de kosten voor gezondheidszorg zou verlagen is een sprookje. Het tegendeel is waar, betoogt de auteur op grond van economisch onderzoek in opdracht van het Amerikaanse Urban Institute. Daaruit blijkt dat de uitgaven per persoon door particuliere verzekeraars sinds 1970 20 procent sneller zijn gestegen dan de uitgaven door Medicare, de verzekeraar van de publieke gezondheidszorg.