Louis Andriessen: 'De chique cis na een langzame wals'

Wat is voor u de mooiste noot?

'Ik vind 'beste' bij muziek eigenlijk een betere kwalificatie. Als componist wijd je je leven aan het bedenken van de allerbeste noten. Je luistert wel naar die van anderen, maar uiteindelijk sta je er elke dag toch weer helemaal alleen voor.

'Uit ervaring weet ik inmiddels wel dat het vermogen tot ontroering van een noot afhankelijk is van z'n context. Je werkt altijd naar een verheven, opwindende constructie waarin op een bepaald moment, schijnbaar natuurlijk, de ontroering komt, de genade. Dat moment is maar kort, net als in de liefde, waar de echte geluksmomenten ook niet lang duren. Maar het zorgt voor opluchting, voor een kortstondige gewichtloosheid. Een componist bereikt dat deels door intuïtie, deels door berekening. Ook dat is in de liefde hetzelfde.

'Het tweede deel van het Pianoconcert in G van Maurice Ravel (1875-1937), een van mijn favoriete componisten, begint met een lange pianosolo, een wals met een iets te langzame melodie. Heel lang hoor je alleen die piano, in een licht melancholieke zondagmiddagstemming, en na een minuut of zeven, net als je begint te denken: hoe gaat Ravel dat orkest nou nog inzetten, schuift het orkest de balzaal binnen. En daar klinkt dan, als een shining angel, de hoge cis van een fluit. Om die noot gaat het mij. Op het eerste gezicht is het niet eens zo'n glanzende glitternoot, hij heeft iets vanzelfsprekends. Maar Ravel was zich ervan bewust dat het een bijzondere noot was. In de partituur zette hij er het woordje 'solo' bij. Na drie maten neemt een hobo het over.'

Waarom is dit zo mooi?

'Ik zie bij dit stuk een heel chic feest in Parijs voor me, en een vrouw met de voorname, verhulde schoonheid van Catherine Deneuve. Ravel schreef dit stuk in 1927, maar hij verwijst naar Mozart, Satie, Chopin, hij zorgde voor een heel klassieke setting. Je kunt zeggen: ”ja, mooi”, maar dat is niet genoeg om aan te geven waarom dit zo bijzonder is. Het is Ravel zo goed gelukt om zijn noten natuurlijk, niet spectaculair te maken, dat hij door vaklieden vaak wordt overgeslagen. Hij wordt voor oppervlakkig versleten, ook omdat hij zeer modebewust was en zich kleedde als een dandy. Maar dat natuurlijke is juist het moeilijkste. Die eenvoudige volmaaktheden vergden een haast bovenmenselijke inspanning en toewijding. Ravel heeft grote crises doorgemaakt. Hij was regelmatig zoek; dan maakte hij dagenlange wandelingen waarop hij niemand wilde zien.'

Hebt u dit stuk zelf wel eens gespeeld?

'Ik kom uit een muzikantenfamilie. Mijn vader was componist en iedereen bij ons speelde een instrument, dat was gewoon. Ik had vanaf mijn zesde pianoles. Ravel hoorde bij mijn opvoeding. Het pianoconcert in g hoorde ik voor het eerst toen ik een jaar of veertien was. Ik heb het op lp gekocht, en we hebben het een aantal keer horen uitvoeren door het Residentie Orkest, meestal met een Française achter de piano. Het was een zeer populair stuk. Toen vond ik het gewoon 'hartstikke goed', denk ik. Ik ben pas later gaan beseffen wat de kwaliteiten waren. Zo rond mijn vijftiende kon ik het zelf zo'n beetje op de piano spelen. Die solo is niet zo moeilijk, hoor. Ik had een piano-uittreksel, dan speel je zelf het orkest erbij. Sindsdien ben ik nooit meer gestopt met nadenken over Ravel. Ik heb over hem geschreven, en soms zijn reputatie moeten verdedigen. Maar niet onder vrienden voor mijn vrienden staat vast dat hij een genie was.'

Maurice Ravel, Concert voor piano en orkest in G groot door het London Symphony Orchestra o.l.v. Pierre

Boulez. Piano: Krystian Zimerman. (DG 4492132)

Dit is de laatste aflevering van De mooiste noot.

Op de website van NRC Handelsblad is het bewuste fragment te horen: www.nrc.nl

Sandra Heerma van Voss is redacteur van NRC Handelsblad.

    • Sandra Heerma van Voss